Barts mutsen

Als student verkocht Bart Koene zelfgestikte zwemshorts op het strand. Nu zie je overal zijn mutsen, sjaals en wanten. ‘Ik geloof niet in toeval.’

Uit de catalogus 2012/2013

Nederlandse moeders houden niet van wol. Wol kriebelt, dus kopen Nederlandse moeders voor hun kinderen mutsen van acryl. Dat leren we bij Barts, maker van winteraccessoires, over de Nederlandse volksaard. We leren er ook dat mannen in de grote stad de muts op hun hoofd omhoog trekken, buiten de Randstad moet de muts strak op het hoofd zitten en vouwen mannen de rand omhoog. Nederlanders en Duitsers zijn niet dol op bont, die willen fake fur. Noren en Russen willen echt bont.

Bij Barts gaan elk jaar meer dan een miljoen mutsen de deur uit. Je ziet ze in iedere winkelstraat, op ieder schoolplein, in iedere bak met gevonden voorwerpen. In 1992 maakte het bedrijf zijn entree met zijn eerste muts, model slaapmuts, in een sportwinkel. Sindsdien heeft Barts zijn klantenkring en assortiment zo ver uitgebreid dat zelfs mensen die nog nooit van het merk hebben gehoord – zoals een koerier die bij Barts langskwam – bij nader inzien toch iets in in huis blijken te hebben; een sjaal, een paar kinderwantjes.

De waterafstotende nylon wantjes met rubberachtige handpalm zijn inmiddels een klassieker, te koop van Perry Sport tot kinderkledingjuweliers als Keet in Huis in Amsterdam. Die wanten, de fleecemutsen en nog wat van die evergreens vormen zo’n veertig procent van de collectie, de rest wisselt per jaar en en geeft de collectie kleur en een modisch aanzien. In de showroom zien we snowboots, tassen van nepbont, oorwarmers met de tekst I miss summer, mutsen met pailletten en pompons, thermokleding, en skihelmpjes met dierenfiguren erop. De hit van de afgelopen jaren was de kamikazemuts, een grote pilotenmuts met kleppen voor en opzij, met bont gevoerd. Een Kamikaze met echt konijnenbontbont is meteen één van de duurste Barts-items, ongeveer 70 euro. De meeste mutsen, sjaals en collen zijn 25, 30 euro. „Dat vinden mensen nog net een leuke prijs. Dat zie je hangen en neem je mee”, zegt Bart Koene, oprichter en eigenaar van Barts.

Yogaruimte

Bart Koene zit aan een lange tafel in het atrium van zijn nagelnieuwe bedrijfspand in de Amsterdamse houthavens. Een stoere doos, met houten spanten aan de voorgevel. Twee verdiepingen opslag en daarboven de showrooms en kantoren. Midden in het grote, lichte atrium staat een open haard met kampvuurachtige pretenties. Achter de showrooms zitten nog een yogaruimte en een kamer voor de osteopaat, voor de werknemers.

Koene komt net van zijn coach. Hij legt een gekleurde steen op tafel. „Ik weet niet wat voor steen het is, maar hij brengt geluk.” In toeval gelooft Koene, sinds hij elke week naar zijn coach gaat, niet meer. „Dat ik 27 jaar geleden als student met een handeltje zwembroeken op een bamboestok over het strand liep, en nu hier in dit geweldige pand aan de cappuccino zit – het lijkt misschien alsof het me is overkomen, maar dat je op het juiste moment de juiste mensen tegenkomt en de juiste beslissingen neemt, dat is wat anders dan toeval.”

Zo kwam Bart, een jongen uit een Brabants dorp, ooit in Oostenrijk zijn huidige vrouw Kelly tegen, een meisje uit een Australisch dorp. „Dat was geen toeval. Dat was meant to be.” Kelly bleek met haar creativiteit bovendien van grote waarde voor het beginnende bedrijfje. Toen ze zwanger was van de eerste bedacht ze een fleecemutsje voor de baby, en zo groeide de collectie met het gezin mee. In de catalogus, gemaakt onder leiding van Kelly, figureren hun drie kinderen, met op hun blonde hoofden stoere jongensmutsen.

Koene probeert op zijn intuïtie te blijven varen. Wat weer iets anders is dan zomaar wat doen, daar is het bedrijf te groot voor. Grote ketens als H&M verkopen meer, maar Barts is (volgens Barts) de grootste specialist in winteraccessoires. Zeventig procent van zijn omzet komt uit het buitenland. „Toen we laatst in Val d’Isère gingen skiën, zag ik overal onze mutsen.” Hij exporteert bewust niet naar Amerika en Canada. „Ik zou me daar helemaal scheel kunnen verkopen, maar ik wil ook elk jaar een maand met mijn gezin naar Bali kunnen. En ik wil de mensen kennen met wie ik werk.”

Buiten Nederland heeft Barts een afvaardiging in China, waar bijna alle artikelen gemaakt worden. Zeventig procent van de ‘knits’ is handgebreid, door oude Chinese thuisbreisters. „Zodat het eruitziet alsof oma het gebreid heeft, daar kan geen machine tegenop. Dat wordt in de toekomst nog een probleem, jonge Chinezen breien niet.”

Een paar jaar geleden kwam er een breister aanzetten met een stel gebreide oorwarmers, die ze graag in grotere oplage aan Barts wilde verkopen. Inmiddels zijn ze één van Barts bestsellers. De breister deed Bart Koene denken aan zijn begindagen; de zelfgestikte zwembroeken en bandana’s waarmee hij in 1986 met zijn kampeerbusje langs de Franse kust trok. Dit jaar verkoopt Barts voor het eerst weer zomerspul – sjaals en doeken – zodat zijn bedrijf niet helemaal plat ligt in die maanden. Na 27 jaar is Bart Koene straks weer terug op het strand.