Amerikaanse militair, gevormd in Margraten

Jefferson Wiggins (1925-2013) begroef in Limburg gesneuvelde soldaten.

Jefferson Wiggins

Armoe was troef bij Jeff Wiggins thuis in Alabama. Toen zijn vader met de verkoop van een gestolen katoenbaal toch nog wat geld voor eten bij elkaar wilde krijgen, kwam de Ku Klux Clan verhaal halen. Hij week uit naar veiliger oorden.

Zijn zoon ontvluchtte de uitzichtloosheid door zich in 1942 te melden voor het leger. Hij moest ervoor liegen over zijn leeftijd. Het soldatenbestaan garandeerde verzorging. Nog voor de overtocht naar Europa leerde Wiggins lezen en schrijven.

Kort na D-Day arriveerde hij in Frankrijk. Vechten mochten zwarten niet. Ze zorgden voor de bevoorrading. In oktober 1944 veranderde dat voor Wiggins. In het Zuid-Limburgse Margraten moest hij, inmiddels onderofficier, op geconfisqueerd boerenland 260 andere zwarten motiveren tot het begraven van dode, blanke collega’s. Met honderden werden ze dagelijks aangevoerd, niet zelden gruwelijk verminkt. Terwijl een kleine groep blanken zorgde voor registratie, moesten Wiggins en zijn mannen graven in modderige en later bevroren grond. Er werden tranquillizers verstrekt, maar de beste remedie om het werk en de stank draaglijk te maken was blijven zwoegen.

Het had iets dubbels. Dezelfde zwarten die thuis tweederangsburgers waren, bewezen hier in Europa blanken de laatste eer.

Toen Mieke Kirkels uit Cadier en Keer Wiggins begin 2009 benaderde voor een documentaire en een boek over de begraafplaats, reageerde hij verstoord. Aan die donkere episode wilde hij niet herinnerd worden. „Zelfs de vrouw met wie hij al 42 jaar getrouwd was, had hij er nooit over verteld.” Toch ging hij praten. Nog hetzelfde jaar was Wiggins te gast bij de herdenking van 65 jaar bevrijding in Limburg. Kirkels: „Bij aankomst op de begraafplaats werd het hem allemaal te veel. De naargeestige dodenakker van eind 1944 was onherkenbaar veranderd in de onberispelijke ereplek van nu.”

Hij noemde de maanden in Margraten vormend voor de rest van zijn leven. Daar werd de kiem gelegd voor de klim naar een beter bestaan. Na de oorlog kon hij met een beurs naar school. Hij ging politieke wetenschappen studeren en schopte het tot professor. Een uitzending als buitengewoon dienstplichtige naar Korea onderbrak die weg nog. Dankzij een besluit van de Democratische president Truman waren zwarte militairen nu ook goed genoeg bevonden voor het front.

Thuis in Alabama bleef de rassenscheiding intact. Bij sommige veteranen kriebelde het. Moesten zwarten niet met geweld verandering afdwingen? Wiggins hing de geweldloze benadering van dominee Martin Luther King aan.

Wiggins’ gezondheid liet de laatste jaren te wensen over. Hij kreeg steeds meer moeite met ademhalen. Op 9 januari overleed hij.

    • Paul van der Steen