Algerijnse minister erkent fouten gijzelingsdrama - ‘steun nodig’

De Algerijnse minister van Buitenlandse Zaken, Mourad Medelci gisteren in Davos op het World Economic Forum. Foto AP / Anja Niedringhaus

De Algerijnse minister van buitenlandse zaken Mourad Medelci heeft vandaag erkend dat Algerije deze maand fouten heeft gemaakt bij het gijzelingsdrama in een gasraffinaderij in de Sahara. Medelci zei tegen persbureau AP ook dat zijn land internationale hulp nodig heeft om terrorisme te bestrijden.

Algerije wees tijdens het gijzelingsdrama hulp van andere landen van de hand en het leger opende het vuur op auto’s die vol zaten met zowel gijzelaars als gijzelnemers. Dit kwam de Algerijnse regering op felle kritiek van de internationale gemeenschap te staan.

Bij de aanval op de raffinaderij, die het werk was van een aan Al-Qaeda gelieerde groepering, werden tientallen buitenlandse werknemers gegijzeld. Na vier dagen maakte het leger een einde aan de gijzeling. Zeker 37 gijzelaars en 29 militanten kwamen om. Medelci:

“We zijn bezig onze fouten op een rij te zetten.”

Algerije gaat waarschijnlijk de beveiliging bij olie- en gasinstallaties met internationale werknemers opvoeren, aldus Medelci. Hij verdedigde het besluit van de regering om de gijzelnemers aan te vallen in plaats van te onderhandelen. Volgens de minister kunnen conflicten met terroristen alleen worden opgelost door actie te ondernemen.

Internationale samenwerking nodig bij bestrijding terrorisme

De minister zei dat Algerije niet langer in staat is internationaal terrorisme alleen tegemoet te treden.

“We hebben absoluut steun nodig.”

Niet in de laatste plaats omdat de Sahara nauwelijks contorleerbare grenzen kent, en dus ook niet voor terroristen, zoals NRC-buitenlandredacteur Toon Beemsterboer eerder deze week schreef:

Het spreekt boekdelen dat de extremisten die vorige week in Algerije honderden medewerkers van een gascomplex gijzelden, uit veel verschillende landen komen: er waren Tunesiërs bij, Algerijnen, Egyptenaren en Malinezen.