De moeizame jacht op medische misdaden

Het Openbaar Ministerie heeft volgens artsen weinig verstand van medische zaken. Toch moet justitie falende artsen vervolgen. Hoe beoordelen politie en justitie wat artsen fout hebben gedaan?

Waarom is het zo moeilijk slechte artsen te stoppen? Bijna nooit hoeft een arts zijn werk voor altijd neerleggen. Weliswaar is de zwaarste straf van het Medisch Tuchtcollege verwijdering uit het artsenregister. Maar zelfs dan mag een arts zijn beroep blijven uitoefenen – onder toezicht van een arts die wel geregistreerd is.

„Ik denk dat die situatie onwenselijk is, al staat het zo in de wet”, zegt officier van justitie Marjolein van Eykelen. „De gezondheidszorg is wel heel erg gebaseerd op vertrouwen.”

Deze week liet minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) weten komend voorjaar het tuchtrecht aan te scherpen. Falende artsen moeten in afwachting van hun zaak voorlopig uit het register kunnen worden verwijderd. En mogen niet meer aan het werk, ook niet onder toezicht.

Justitie vervolgt artsen die in hun werk mogelijk de wet hebben overtreden, en tegen wie aangifte is gedaan. Ook dat verloopt moeizaam. Het justitieel onderzoek naar ex-neuroloog Jansen Steur, verdacht van verkeerde diagnoses en behandelingen, duurt al bijna vier jaar. Het onderzoek naar maagchirurg Niek Reijnen (sterfgevallen na maagverkleiningen) is ook nog steeds niet afgerond, evenmin als dat naar orthopeed Cees de Bruin (experimentele, verkeerd afgelopen behandelingen).

Afgelopen najaar werd wel een gynaecoloog uit Hoorn veroordeeld, voor de dood van een baby. Hij kreeg een maand voorwaardelijke celstraf en een proeftijd van twee jaar. Dat vonnis veroorzaakte onrust onder gynaecologen; van de tuchtrechter kreeg de man eerder slechts een berisping. Kan justitie het handelen van medici wel beoordelen? Hoe gaat het Openbaar Ministerie (OM) in medische strafzaken te werk?

Medische zaken zijn ingewikkeld, erkent Marjolein van Eykelen, hoofd van het Expertisecentrum Medische Zaken van het OM. Het Expertisecentrum leidt alle onderzoeken naar mogelijke grote, medische strafzaken. Anders dan het tuchtcollege, dat zich moet beperken tot artsen uit het register, kan het OM ook een zaak beginnen tegen alternatieve genezers, zoals gebeurde bij Jomanda. Of tegen zorginstellingen, als een fout is terug te voeren op slecht geschoold personeel. Of tegen artsen die hun beroep niet meer mogen uitoefenen, maar toch doorgaan met behandelen.

Maar ‘schuld’ is in deze zaken een moeilijk begrip. Justitie moet kunnen bewijzen dat er een causaal verband is tussen het handelen van een zorgverlener en de gezondheidsschade. Er moet niet alleen sprake zijn van fouten, maar ook van ‘grove nalatigheid’ of ‘opzet’.

Neem de verpleegkundige die per abuis een onverdund kaliumconcentraat toediende, dat in de VS bij executies wordt gebruikt. Haar patiënt overleed. Had ze een slechte dag, had het elke verpleegkundige kunnen overkomen? „Ze wist niet wat voor geneesmiddel het was”, zegt Van Eykelen. „Ze had niet op de verpakking gelezen dat het verdund moest worden. Ze had het niet volgens protocol voor toediening door een collega laten controleren. Ze had niet gereageerd op pijnklachten van de patiënt tijdens de toediening – een aanwijzing dat iets niet klopte.”

De lijkschouwer rapporteerde een verband tussen toediening en overlijden. De Inspectie voor de Gezondheidszorg liet weten dat het ziekenhuis protocollen en scholing op orde had. Een duidelijke zaak, lijkt het. „Toch kan ik als jurist dan nog niet beoordelen of zij verwijtbaar handelde”, zegt Van Eykelen. „Alleen iemand die alle protocollen en deskundigheidseisen kent, weet of die verpleegkundige op dat moment zo had mogen handelen.” Het OM raadpleegde een ervaren verpleegkundige, een opleider. Zij concludeerde dat ieder ander het anders zou hebben gedaan. De verpleegkundige kreeg een celstraf van vier maanden voorwaardelijk. Het OM had 100 uur voorwaardelijke taakstraf geëist.

Niet altijd valt te achterhalen wat er is gebeurd. Zelfs als nabestaanden toestemming geven een medisch dossier op te vragen, mag een arts dit weigeren op grond van zijn beroepsgeheim. Een overlijden na een complicatie geldt in het ziekenhuis als een natuurlijke dood, behalve als het onverwacht is en er twijfels zijn over de kwaliteit van de zorg. Dan is het een ‘calamiteit’, waarbij een fout kan zijn gemaakt.

Ook voor artsen is dat onderscheid moeilijk, zegt Van Eykelen. Bij de zes sterfgevallen in de zaak tegen maagchirurg Reijnen is maar één keer sectie verricht. Vijf zijn aangemerkt als natuurlijke dood. „Achteraf is dan moeilijk te achterhalen of het een complicatie was of een calamiteit.”

Zeker voor de politie. In de regio Rotterdam, waar het Expertisecentrum is gevestigd, zijn tien rechercheurs medisch bijgeschoold. In de rest van het land verhoren gewone agenten artsen en verpleegkundigen. „Je hebt een rechercheur nodig die zich niet laat intimideren”, zegt Van Eykelen. „En die ook begrijpt dat je een arts niet op zijn werk hoeft aan te houden. Die komt gewoon op afspraak naar het bureau.” In grote zaken kan het Bureau Opsporing van de inspectie de politie bijstaan. Het Expertisecentrum van het OM hoopt meer les te gaan geven op de politieacademie, om de kennis over onder meer beroepsgeheim te vergroten.

Het verwijt van een gebrek aan medische kennis legt Van Eykelen naast zich neer. Nee, zij heeft ook geen geneeskunde gestudeerd. „Maar je zorgt dat je die kennis krijgt. Bij een brand wacht het OM ook het rapport van de brandweer af over het ontstaan van de brand.” Ze raadpleegt regelmatig een arts die ook jurist is en gaat af op informatie van de forensisch artsen (lijkschouwers) van de gemeente. Sinds september moeten de tien medisch officieren op de parketten in het land alle medische zaken aan het Expertisecentrum melden. Dat kreeg er, naast Van Eykelen, twee officieren bij.

Het vinden van deskundigen is in medische strafzaken de grootste vertragende factor, zegt Van Eykelen. Het moet gaan om een praktiserende behandelaar met enig aanzien. Hij moet precies de juiste expertise hebben en mag niets te maken hebben met het ziekenhuis, de artsen en de patiënt in de zaak. „In één zaak duurde het anderhalf jaar voor ik er met de advocaat uit was welke deskundige het moest worden en welke vragen moesten worden voorgelegd.”

Als de beoordeling in strafzaken grotendeels door artsen wordt gedaan, kan de correctie van medische fouten dan niet beter aan de tuchtrechter worden overgelaten? Volgens Van Eykelen is de zwaarste tuchtmaatregel, verwijdering uit het artsenregister, misschien niet altijd zwaar genoeg. „Het is wat naïef om te denken dat die mensen dan wat anders gaan doen.” En het tuchtrecht bekijkt vooral de kwaliteit van de zorg. „In het strafrecht speelt ook genoegdoening een rol.”

Door de lange duur van medische zaken komt die genoegdoening wel laat. De weduwe van een patiënt van maagchirurg Reijnen heeft voor zichzelf de zaak al afgesloten. Het ziekenhuis erkende aansprakelijkheid, ze kreeg een schadevergoeding. Nu wil ze „rust voor het gezin”.

    • Joke Mat