Wim Helsen is meeslepend te zot voor woorden

Spijtig spijtig spijtig, door Wim Helsen. Gezien: 24/1 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Tournee t/m 31/5. Inl: bunkertheaterzaken.nl

Het bliksemt in de kop, bij alle personages die Wim Helsen speelt. Vaak doet hij zich voor als een man die met een zekere naïveteit steevast het verkeerde zegt – niet iets wat hooguit een beetje ongepast is, maar iets extreems. Hij bedoelt het niet zo, zegt hij dan verontschuldigend, maar het kwam er nou eenmaal zo uit.

Misschien dat hij daarom ook meestal iets verongelijkts uitstraalt, al is dat een verongelijktheid die werkelijk nergens op slaat. Die zomaar uit de lucht lijkt te vallen.

Zo ook in Spijtig spijtig spijtig, zijn vierde programma. Hij begint over een cafébezoek te vertellen, waar hij zichzelf in steeds uitzinniger situaties manoeuvreert door alles steeds erger te maken. Maar intussen sleurt hij zijn publiek moeiteloos mee in de buitenissige logica waarmee hij elke nieuwe fase van het verhaal aannemelijk maakt.

Hij blinkt uit in een subliem soort verbale slapstick, waarin de schoonheid van vrouwen wordt afgemeten aan de „huidbespanning” van hun lijven, en ook een spannende tirade tegen het verschijnsel van rijen past. Volgens zijn wereldbeeld heeft de introductie van rijen zelfs het Derde Rijk veroorzaakt.

Men vraagt hem wel eens of hij verlegen is, zegt hij even later. Zijn antwoord: „Niet altijd, tijdens de seks niet, dan praat ik met iedereen.” Helsen laat zich, kortom, lastig navertellen; wat hij vertelt, is te zot voor woorden.

Eén kunstje hadden we Helsen al in vorige programma's zien doen: het opzettelijk slecht vertellen van een mop, waarin hij zichzelf telkens onderbreekt („efkes tussendoor”) omdat hij iets anders óók nog even te berde wil brengen. Bij voorkeur iets wat volstrekt onvermeld had kunnen blijven. Daarmee herhaalt hij zichzelf. Maar in zijn idiotie is hij opnieuw ongeëvenaard.

    • Henk van Gelder