‘We hebben een voorsprong in de crisis’

Het familiebedrijf is „de ruggengraat van de economie.” Om deze ondernemingsvorm te promoten is er een nieuwe prijs. Prijswinnaar Benno Leeser is „beretrots”.

Directeur/eigenaar Benno Leeser zittend in de gang van zijn Gassan Diamonds. Foto Merlijn Doomernik

„Ik wil erkenning voor het familiebedrijf.” John Fentener van Vlissingen spreekt doorgaans diplomatiek, maar nu verheft hij even zijn stem. De 73-jarige Fentener van Vlissingen is telg van het grootste familiebedrijf van Nederland. Als enige van drie broers maakte hij geen carrière in het familiebedrijf SHV, maar richtte hij in 1975 zijn eigen onderneming BCD Holdings op. Het bedrijf is in meer dan 95 landen actief in de reisindustrie, telt 12.500 medewerkers en heeft een omzet van ruim 16,7 miljard euro.

„Het familiebedrijf krijgt niet de waardering die het verdient”, vindt Fentener van Vlissingen en dat was voor hem de reden om de ‘Familiebedrijven Award’ te creëren. Vorige week werd de prijs voor de eerste keer uitgereikt, aan Gassan Diamonds.

Het Amsterdamse diamantbedrijf krijgt de prijs ondermeer voor de reactie op de financiële crisis van 2009 toen een verlies werd geboekt van 1,5 miljoen euro. Er werd een loonoffer gevraagd aan de 500 medewerkers en het bedrijf krabbelde weer uit het dal. In 2011 bedroeg de winst 3,8 miljoen euro, en vorig jaar verdubbelde de winst. Amsterdam telt zo’n tien diamantbedrijven waarbij Gassan samen met Coster Diamonds verreweg de grootste zijn.

„Familiebedrijven beschikken over veel doorzettingsvermogen en daar is Gassan een voorbeeld van”, zegt Fentener van Vlissingen. „Familiebedrijven dragen voor 52 procent bij aan het bruto binnenlands produkt. Ze scheppen veel werkgelegenheid en zijn de ruggengraat van de economie.”

Een familiebedrijf moet aan twee van de volgende drie criteria voldoen: meer dan 50 procent van de eigendom is in handen van één familie; één familie heeft beslissende macht; een meerderheid of ten minste twee leden van de ondernemingsleiding zijn afkomstig uit één familie. Volgens deze definitie is 55 procent van de bedrijven in Nederland een familiebedrijf.

Uit internationaal onderzoek blijkt volgens Fentener van Vlissingen dat familiebedrijven zich beter door de crisis slaan dan andere ondernemingen. De kracht van familiebedrijven is dat ze zich – meer dan andere ondernemingen – richten op de lange termijn. In magere jaren nemen ze genoegen met minder winst en in goede jaren bouwen ze reserve op.

„Familiebedrijven teren liever in op eigen vermogen dan mensen op straat te zetten”, zegt Fentener van Vlissingen „Met het personeel hebben ze vaak een langdurige relatie.” De druk om hoge rendementen te halen voor aandeelhouders is lager, wat ruimte biedt om te investeren.

Op het bureau van Benno Leeser staat de sculptuur die bij de prijs. „Ik ben er beretrots op”, zegt Leeser. Leeser is de derde generatie die aan het roer staat van de onderneming. Het was de diamantslijper en Leesers grootvader Samuel Gassan die in oktober 1945 het bedrijf, dat zowel ruwe als geslepen diamanten im- en exporteerde, oprichtte. „Gassan Diamonds was groothandel en detaillist tegelijk, en dat zijn we nog steeds. We zijn producent, groothandel én verkopen aan de eindconsument.”

Toen Samuel Gassan in 1983 overleed, werd het bedrijf overgenomen door zijn kleinzoons Benno en Guy Leeser. Benno werkte sinds 1973 in het bedrijf. Beide broers waren voor vijftig procent aandeelhouder, maar in november 2011 heeft Benno de aandelen van zijn broer overgenomen. Leeser: „Mijn vrouw en ik leiden nu het bedrijf. Wij hebben vijf kinderen in het bedrijf werken en mijn broer heeft geen kinderen in het bedrijf, dus qua continuïteit was het logisch dat ik de aandelen overnam.” Guy Leeser, verantwoordelijk voor de verkopen in New York, begon een eigen zaak in de Verenigde Staten en werkt ook nog voor Gassan.

Met de aandelenruil stopte de moeder van Benno Leeser met het voorzitterschap van de raad van commissarissen, een functie die ze sinds 1959 bekleedde. Ze is opgevolgd door Jorien van den Herik, oud-voorzitter van Feyenoord. Benno Leeser is een ras-Amsterdammer, maar fan van de Feyenoord. Hij was jarenlang voorzitter van de businessclub van de Rotterdamse voetbalclub.

Wat is voor u het onderscheidende verschil tussen een familie- en een gewoon bedrijf?

„Een familiebedrijf kan ook eens een slecht kwartaal hebben zonder dat iedereen in paniek raakt. Een familiebedrijf kijkt naar langere termijn. We hebben ook geen krankzinnige bonuscultuur, we hebben meer reserves. Dat geeft een voorsprong in de crisis. En de saamhorigheid is in een familiebedrijf groter.”

Dus kun je gemakkelijk een loonoffer vragen in slechte tijden?

„2009 was een rampjaar. Toen hebben we een offer moeten vragen. Drie procent inleveren, daar heeft bijna iedereen aan voldaan.”

Nederland zit in een recessie en u boekt in 2012 een verdubbeling van de winst.

„Wij hebben een fantastisch jaar gehad. 377.000 mensen hebben onze fabriek bezocht. Een record. De toeristen krijgen een uitleg over de bedrijfshistorie en een demonstratie van het slijpen van diamanten. Ze lopen langs de vitrines met diamanten, juwelen en horloges. Gemiddeld besteden ze 100 euro per persoon.”

Waar komt de groei vandaan?

„Onze top vijf bestaat China, Rusland, Indonesië, Thailand, Japan. Een wij krijgen regelmatig Nederlanders over de vloer die zeggen ‘wij worden gek van al die crisisberichten, we krijgen bij de bank niets voor ons geld, want de rente is superlaag en dus hebben we zin in een leuk moment’.”

Leuk moment?

„Ja, een mooi horloge of diamant kopen. Dat komt meerdere keren per week voor.”

En wat kost een leuk moment?

„10.000 tot 50.000 euro.”

Worden diamanten tijdens een recessie ook gebruikt als beleggingsinstrument, zoals mensen ook in goud stappen?

„Dat komt voor, mensen die een diamant zien als een veilige belegging. We zien ook een omgekeerde beweging, door de recessie bieden steeds meer mensen hun diamanten aan om te verkopen – brood op de plank.”

Heeft de recessie invloed op het aanbod van diamanten?

„In de basis is er genoeg, maar de echte topkwaliteit is beperkt beschikbaar. Daar zouden we meer van kunnen gebruiken. De topkwaliteit komt uit Zuid-Afrika.”

En wat doen de prijzen?

„Van de echte topkwaliteit zijn de prijzen fors gestegen, in 2011 met zo’n 20 procent. Afgelopen jaar waren de prijzen redelijk stabiel.”

U werkt 40 jaar bij het bedrijf. De ‘Famieliebedrijven Award’ was het hoogtepunt. Het dieptepunt?

„In 2001 wist een diamantsorteerder met vijftig kilo aan diamanten en juwelen in een magnetrondoos langs de portier te komen. De edelstenen hadden een inkoopwaarde van tien miljoen euro, de grootste juwelenroof uit de Nederlandse geschiedenis. De buit is voor 85 procent teruggevonden. We waren erg blij dat die stenen terugkwamen, want voor een diefstal waarbij je eigen personeel de dader is, kun je je niet verzekeren.

„Dit incident was de voorbode voor moeilijker tijden. Op de dag dat wij de teruggevonden stenen aan het controleren waren, vlogen twee vliegtuigen het World Trade Centre in. Het aantal toeristen liep drastisch terug. In 2003 kwam daar ook nog de ziekte SARS overheen, waardoor we jaarlijks niet langer 80.000 Aziatische bezoekers kregen, maar nog maar 15.000. Sinds 2007 kwam daar de bankencrisis nog bij, maar die periode ligt nu weer achter ons.”

U heeft steeds gezegd dat u voor uw 50e stopt met werken. U bent nu 57 jaar. Wie gaat u opvolgen, uit onderzoek blijkt dat in Nederland bij familie weinig animo is om de onderneming over te nemen. Slechts 10 procent.

„Voorlopig stop ik niet en het bedrijf blijft in de familie. Maar voordat ik vertrek wil ik vet op de botten creëren. De situatie van 2003 en 2009 wil ik voorkomen.”