Vult u zelf het wit maar in

Portret van George Washington (1796) van Gilbert Stuart

IJsmummie Ötzi heeft in de Italiaanse stad Bolzano zijn eigen musuem. Ötzi is een tijdreiziger; jammer alleen dat hij ons niets meer kan vertellen over zijn verleden. Dat moeten zijn lichaam en zijn uitrusting doen. Otzi had bijvoorbeeld een goed gevulde rugzak om, en hij had een aantal pijlen bij zich. Juist die pijlen brengen het verleden heel dicht bij, want Ötzi was er nog aan bezig. Pijlen die nog niet klaar zijn – dichter bij het verleden kun je misschien niet komen. Opeens lijkt er toen nog een andere toekomst mogelijk, waarin Ötzi niet door de wel voltooide pijl van iemand anders wordt gedood.

Zo’n gevoel van dichtbij, alsof je in het verleden staat, kunnen ook kunstwerken je geven. Er zijn beroemde onvoltooide gedichten, symfonieën, gebouwen. Meestal wordt dat gevoel van nabijheid veroorzaakt door het feit dat de maker plotseling stierf, net als Ötzi; hij had geen tijd het af te maken. Maar sommige kunstenaars smokkelden. Een kunstwerk expres onvoltooid laten is geen moderne vinding. Donatello deed het in de 15de eeuw, toen hij beeldhouwwerken liet vastzitten aan het blok hout waar hij ze uit sneed en dat non finito noemde.

Victory Boogie Woogie

De Belgische kunsthistoricus Nico Van Hout heeft nu een boek gemaakt over onvoltooide schilderijen uit de westerse kunstgeschiedenis, rijk geillustreerd en alleen op het eerste gezicht nogal braaf. Hij begint bij Van Eycks Heilige Barbara (1437), een niet ingekleurd schilderij, en eindigt bij Mondriaans Victory Boogie Woogie (1944), waarvan veel mensen waarschijnlijk niet weten dat het onvoltooid is. Daartussen werk van onder anderen Leonardo da Vinci, Rembrandt, Van Gogh, Degas, Manet, Cézanne, Matisse en Picasso: vijftig onvoltooide schilderijen van Europese meesters.

Dat Van Hout, conservator bij het Koninklijk Museum voor Schone kunsten in Antwerpen, oog heeft voor het marginale, maar de zaken toch degelijk aanpakt mag blijken uit het feit dat hij zelfs de zin ‘Het ontbrknd s zkr z blngrk ls ht zichtbr’ een voetnoot geeft waarin de zin zijn klinkers weer terugkrijgt. In de inleiding krijgt het onderwerp kort een geschiedenis aangemeten en worden relevante schrijvers geciteerd, van Plinius tot Paul Valéry en Gogol.

Er blijken allerlei soorten onvoltooid te bestaan – van onvermogen van de maker tot onkunde bij de kijker. Sommige schilderijen zijn niet onvoltooid, maar na voltooiing zo beschadigd dat ze nu onaf lijken. Er zijn ook schilderijen die wij nu als af beschouwen, maar dat niet waren toen ze gemaakt werden, zoals Mondriaans Victory Boogie Woogie of El Greco’s Visioen van Johannes. Nu is het heel gewoon, een schilderij met plakbandjes in plaats van verf. Toen Mondriaan het deed was dat niet het geval. Picasso werd beïnvloed door El Greco’s doek tijdens het werken aan Les Demoiselles d’Avignon, maar wist toen waarschijnlijk niet dat het ‘Visioen van Johannes’ een verminkt fragment was van een groot altaarstuk.

Echt onvoltooide schilderijen geven vaak inzicht in de werkwijze van een bepaalde schilder. In de 17de eeuw werd het gewoon voor een schilder om een groot aantal doeken op te zetten. Een koper kon dan kiezen welk werk hem het meest beviel en dat werd afgemaakt. Soms kwam een schilderij om politieke redenen niet af. Jacques Louis David begon in 1791 aan een groot doek van ‘De eed op de kaatsbaan’, een cruciaal moment in de Franse revolutie. Maar toen de revolutie een andere weg insloeg gaf hij er de brui aan.

Mozaïek

Het mooie van veel onvoltooide schilderijen is dat er iets te raden overblijft. Volgens Van Hout werd dat idee al door Plinius genoteerd en werd het in de Renaissance door schilders ook in hun wel voltooide werk gebruikt: door dingen niet uit te werken, maar slechts aan te stippen. De losse penseelstreken van meesters als Titiaan en Frans Hals werden door de impressionisten weer op een nieuwe manier gebruikt: ‘De pointe van de impressionistische schilderkunst is dat de richting van de penseelstreek niet langer helpt bij het lezen van de vormen’, schrijft Van Hout. ‘De toeschouwer moet zijn herinneringen aan de zichtbare wereld raadplegen en die projecteren in de mozaïek van verftoetsen en vegen op het doek voor hem.’

Van Hout stopt zijn geschiedenis in 1944, bij de Victory Boogie Woogie. Misschien omdat het onvoltooide kunstwerk daarna gemeengoed is geworden. Want in de conceptuele kunst wordt niet een deel, maar vaak de hele uitvoering aan de verbeelding overgelaten. Zo krijgt de westerse kunstgeschiedenis van Van Hout plots een nieuwe richting mee: niet van steeds meer realisme tot aan de 20ste eeuw, zoals in standaardoverzichten gebruikelijk is, maar juist al vanaf de Middeleeuwen daarnaast een hang naar steeds meer abstractie, tot het schilderij helemaal materieloos is geworden. Tot het niet meer bestaat, tot alles is te raden.

    • Bianca Stigter