Van tafeltennisfans kun je niet leven

Sportbladen hebben het moeilijk, vooral als ze meer doen dan voetbal. Weekblad NUsport is vanaf vandaag een maandblad. „We hebben in dit land geen echte sportcultuur.”

De eerste cover van NUsport als maandblad. „Er zijn maar weinig echte sporthelden in Nederland”, zegt de hoofdredacteur.

Moedeloos werd Rogier van ’t Hek van de onderzoeken die hij onder de lezers van zijn blad NUsport hield. „De helft van de lezers vond dat er te veel voetbal in het blad stond”, vertelt de hoofdredacteur. „En de andere helft ergerde zich aan alle andere sporten in het blad. Die wilden elke week alleen over voetbal lezen. Dat is al 15 jaar zo. Het is een spagaat waar je nooit uitkomt.”

Die spagaat heeft NUsport, in 1998 opgericht als Sportweek en vorig jaar samengegaan met NU.nl, uiteindelijk genekt. Het enige generieke sportblad van Nederland (betaalde oplage: 28.000) gaat verder als maandblad. Vandaag verschijnt de eerste editie. Meer achtergrondverhalen, minder actualiteit en nieuws. Daarmee hoopt Van ’t Hek de brede sportliefhebber aan zich te binden. „De echte voetbalfan, die elke week over zijn club wil lezen, gaan we misschien verliezen. Maar voor hen in de plaats krijgen we er hopelijk wel mensen bij die van allerlei verschillende sporten houden.”

Met het einde van NUsport als weekblad sneuvelt er opnieuw een titel die de lezer op wekelijkse (of dagelijkse) basis wilde bijpraten over een groot aantal verschillende sporten. Concurrenten als Sport International, Sportvisie en de krant AD Sportwereld Pro hebben het allemaal geprobeerd, maar slaagden er niet in winst te maken. Alleen Voetbal International (oplage: 140.000) doet het nog redelijk goed. Maar dat blad gaat alleen over voetbal. Voor andere sporten lijkt geen plaats op de Nederlandse bladenmarkt. Komt dat alleen door de slechte advertentiemarkt voor kranten en tijdschriften? Of is Nederland niet het sportgekke land dat we tijdens grote sporttoernooien lijken te zijn?

„We hoppen in Nederland van evenement naar evenement”, vertelt Johan Derksen, sinds 2000 hoofdredacteur van Voetbal International. „In de zomer zijn we volledig in de ban van de Olympische Spelen en de Tour de France, maar een dag later is niemand er meer in geïnteresseerd.”

Derksen was betrokken bij pogingen om van Sport International een succesvol tijdschrift te maken, maar zag dat de consument en adverteerders er geen trek in hadden. „Als voetbalfans in hun blad artikelen over tafeltennis en volleybal lezen, is dat voor hen reden het blad niet meer te kopen.” En van tafeltennisfans alleen kun je als blad niet overleven, zegt Derksen. „De Nederlandse consument is ingesteld op voetbal. Elke andere sport vindt hij een devaluatie van het blad. Wat we ook probeerden met Sport International, we kwamen nooit uit de rode cijfers.”

Ook NUsport-hoofdredacteur Van ’t Hek wijt het gebrek aan succes van sportbladen aan de Nederlandse sportmentaliteit. „We hebben in dit land geen echte sportcultuur. Er is geen gevoel voor traditie en historie in Nederland. Kijk naar zo’n prachtig golfevenement als de Ryder Cup. Topsport van de bovenste plank, maar hoeveel mensen kijken daar naar in Nederland? Niet veel.”

Van ’t Hek betwijfelt of er genoeg generieke sportliefhebbers zijn in Nederland om een succesvol sportblad draaiende te houden. „Er is maar een heel klein groepje dat in veel verschillende sporten is geïnteresseerd. Voor de meeste mensen houdt het toch op bij voetbal, schaatsen en wielrennen.” Probleem is volgens Van ’t Hek ook dat er maar weinig echte sporthelden zijn in Nederland. „Vroeger deed Ajax nog mee in Europa, hadden we Formule 1-coureur Jos Verstappen, won Richard Krajicek Wimbledon. Dat hebben we nu allemaal niet meer. En je kan niet altijd terugvallen op Ranomi Kromowidjojo en Epke Zonderland.”

Toch hoeft dat gebrek aan uitzonderlijke sporters geen belemmering te zijn voor het succes van sportbladen of sportkranten, vindt Christiaan Ruesink, hoofdredacteur van het AD. „Kijk naar een land als Turkije. Daar hebben ze echt niet meer sporthelden dan in Nederland, maar vult een sportkrant elke dag moeiteloos tien pagina’s over Galatasaray. Sport wordt in dat soort landen minder gerelativeerd. In Nederland is sport een bijzaak, in mediterrane landen een hoofdzaak.”

Ruesink was chef sport toen het AD in 2008 besloot een sportkrant te lanceren rond de sportzomer met het EK voetbal, de Tour en de Olympische Spelen. Na drie maanden werd het experiment niet verlengd. Ruesink wijt het voor een groot deel aan de terughoudendheid van de adverteerders. „De advertentiemarkt is op het moment al heel slecht, maar de markt rond sportadvertenties is ook nog eens het moeilijkst. Adverteerders kiezen vaak voor shirtsponsoring of sponsoring rond wedstrijden, waar ze veel meer aandacht mee krijgen dan in een blad of krant. Daar kunnen wij niet tegenop bieden.”

Toch is het niet alleen ellende op de markt voor sportbladen. De in 2011 opgerichte sportglossy Helden, van Frits en Barbara Barend, heeft een stabiele betaalde oplage rond de 30.000 exemplaren, en de specialinterestbladen rond sporten als tennis, hockey en fietsen doen het ook goed bij de consument.

Die bladen zijn eerder ‘recessieproof’, zegt Jan-Paul de Wildt, uitgever sport bij Sanoma Media en verantwoordelijk voor de vijftien sportbladen bij het concern. „Tijdschriften die gericht zijn op het zelf beoefenen van sport doen het goed”, vertelt De Wildt. „Een blad als Fiets blijft stabiel, ondanks de crisis. Het zijn bladen die je ook snel kunt doorvertalen naar internet. Het is hoogwaardige informatie voor een kleine doelgroep.”

Consumenten in Nederland willen best lezen over sport, zo lijkt het, als het maar gaat om die ene sport die hen interesseert. Generieke sportbladen die een overzicht willen geven, hebben het moeilijk. Toch weigert NUsport-hoofdredacteur Rogier van ’t Hek bij voorbaat op te geven. „Het is lastig voor een generiek sportblad als NUsport, dat is duidelijk. De opkomst van die specialinterestbladen en de moeilijke advertentiemarkt voor sportbladen zijn een probleem. Maar ik ga niet bij voorbaat zeggen dat ik er niet meer in geloof. We hebben gerenommeerde journalisten, met een groot netwerk en een goede pen. Met de inhoud van ons blad is weinig mis. De mensen moeten ons alleen zien te vinden.”

    • Arman Avsaroglu