Student moet bewuster kiezen

Universiteiten willen betere prestaties, daarom gaan sommigen hun studenten zelf uitkiezen. Ook als ze eigenlijk plaats genoeg hebben.

Het kan nu toch. Jarenlang droomde het Nederlandse hoger onderwijs ervan: selectie aan de poort. Formeel mag het nog altijd niet, maar nu is er een sluiproute. Studies met een numerus-fixus (opleidingen met een beperkt aantal plaatsen) kunnen vanaf nu zelf de juiste studenten uitkiezen.

Tot dit jaar mocht maximaal de helft van de inschrijvende studenten door de numerus-fixusstudies zelf geselecteerd worden – de andere plekken werden verloot. Nieuw is dat deze instellingen nu alle studenten mogen selecteren. Sommige instellingen zien dit als kans om het studiesucces te beïnvloeden. Studiesucces is belangrijk: onderwijsinstellingen krijgen geld voor diploma’s. Vorig jaar maakten de onderwijsinstellingen afspraken met het ministerie over welk deel van de studenten binnen vier jaar af moet studeren en hoeveel studenten maximaal mogen afvallen in het eerste jaar.

Zes rechtenfaculteiten spraken af vanaf komend collegejaar hun studieplaatsen te beperken en daarvoor zelf studenten te selecteren. De juridische opleidingen in Groningen hebben nog geen echte capaciteitsproblemen, erkent Jan Bouwman van het faculteitsbestuur. „Zeventig procent van de studenten moet de studie in vier jaar succesvol afronden en de uitval in het eerste jaar mag niet te groot zijn. We willen inhoudelijk selecteren om die doelen te bereiken. Als we de rendementseisen niet halen, krijgen we een forse boete.”

„Door te selecteren verhogen we de kans op studiesucces”, meent ook Jenke ter Horst, vice-decaan van de faculteit voor Economie en Management aan de Universiteit van Tilburg De Tilburgse opleiding international business administration kende voorheen ook al een beperkt aantal plaatsen, vertelt Ter Horst. Het aantal was vastgesteld op 325 studenten, maar de instroom bleef steken op iets meer dan 200. „Nu hebben we het maximum op 150 studenten gezet. Qua capaciteiten kunnen we meer studenten aan, maar met dit aantal denken we te kunnen excelleren.”

De opleidingen hopen dat studenten door de selectieprocedures een bewustere keuze maken, aldus Marjolijn Witte, hoofd onderwijsbeleid en kwaliteitszorg aan de Vrije Universiteit. Een voorbeeld bij de VU is bedrijfskunde, waar vanaf volgend jaar maximaal 500 studenten terecht kunnen. „Die studie kent erg veel uitval in het eerste jaar. Veel studenten hadden het beeld van bedrijfskunde als iets waarmee je later veel geld kunt verdienen en velen van hen schreven op het laatste moment in. We hopen dat ze door de selectie zullen denken: wil ik dit echt?”

Over de beste methodes om studiesucces te voorspellen, bestaat geen overeenstemming. De UvT zal op basis van cijfers en een motivatiebrief een algemeen beeld van de aanstaande student vormen. „Een motivatiebrief is eigenlijk geen goede voorspeller, cijfers geven een beter beeld. Er moet in elk geval nog de nodige finetuning plaatsvinden”, erkent Ter Horst. De VU kijkt ook naar cijfers en stelt de aanstaande studenten vragen over hun achtergrond, waarin bijvoorbeeld ook een actieve rol bij een vereniging aan bod kan komen.

Creative technology van de Universiteit Twente gebruikt een motivatiebrief en portfolio voor intakegesprekken, zegt opleidingsdirecteur Gerrit van der Hoeven. Maximaal 120 studenten zullen komend jaar kunnen beginnen, maar mogelijk komen er minder aanmeldingen binnen. „Afwijzen kunnen we mensen dus niet.” Na alle gesprekken maakt de opleiding een ranglijst van studenten, die zij ook te zien krijgen.

Weer anders gaat het eraan toe bij farmacie van de Universiteit Utrecht: hier worden aanstaande studenten uitgenodigd voor een selectiedag. Opleidingsdirecteur Andries Koster: „We kijken naar de vwo-cijfers voor de exacte vakken, maar een apotheker moet ook communicatief zijn en gevoel hebben voor patiëntenzorg.” Met opdrachten vooraf en tijdens de dag toetst de opleiding dit. Dat is ook een praktische keuze. „Vierhonderd essays afnemen in twee weken is niet te doen”, aldus Koster.