Start binnenbaan? 0,04 sec. nadeel

In buitenbaan startende schaatser is in het voordeel. Foto ANP

Schaatswedstrijden zijn oneerlijk doordat de starter aan de buitenkant van de baan staat en niet op gelijke hoogte met beide rijders. Zo horen zij het startschot niet gelijktijdig en is er dus een ongelijke start en onjuiste einduitslag.

Dat stelt onderzoeker Harry Horlings vandaag in deze krant. Hij heeft zijn bevindingen gemeld bij de internationale schaatsunie ISU, die de zaak in onderzoek heeft.

Volgens schaatsfan en ex-testvlieger Horlings is er „een substantieel tijdsverschil”. Zeker op de 1.000 meter, waar de schaatsers schuin achter elkaar starten en de ‘binnenbaan’ extra ver bij de starter en de ‘buitenbaan’ vandaan staat.

De afstand tussen de starter en de eerste rijder is circa dertien meter, becijferde Horlings. „En de schuine afstand tussen de twee rijders is net zo groot.” Met de geluidssnelheid van 334 meter per seconde hoort de rijder in de buitenbaan het startschot na 0,04 seconde en de rijder in de binnenbaan na 0,08 seconde. Op de 500 meter, waar ze naast elkaar starten, blijft volgens Horlings nog altijd 0,01 seconde verschil.

Volgens Horlings’ theorie werden vorig jaar in Hamar uitslagen beïnvloed. Zo won Wüst (buitenbaan) de ‘mijl’ in 1.56,99 van Nesbitt (binnenbaan, 1.57,03). Horlings: „Na aftrek van 0,04 zouden ze gelijk moeten eindigen.” Ook bij de WK afstanden werd de strijd op de 1.000 en 1.500 meter binnen 0,04 seconde beslecht.