Splitsing in radicale groep in Noord-Mali

Onder druk van de Franse interventie ontstaat verdeeldheid onder een deel van de rebellen in Noord-Mali. Een vleugel van de extremistische groep Ansar ud-Din heeft gisteren aangekondigd zich af te scheiden. De splinter zou bereid zijn te onderhandelen met de regering en mogelijk zelfs de wapens op te nemen tegen hun voormalige medestanders.

Alghabass Ag Intalla, een leider van Ansar ud-Din, zei dat hij en zijn mannen zich afscheiden „zodat we ons eigen lot in handen hebben”. „We zijn Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb noch de Beweging voor Eenheid en Jihad in West-Afrika”, zei hij in een verwijzing naar de twee andere groepen die Noord-Mali controleren. „We zijn een groep mensen uit het noorden die grieven hebben die vijftig jaar teruggaan.”

Ag Intalla behoort tot het nomadische Toearegvolk en is een afstammeling van de traditionele heerser van Kidal. Volgens een verkozen functionaris in Kidal, die uit angst voor repercussies anoniem wil blijven, zat de splitsing er al langer aan te komen. Het weerspiegelt hoe Ansar ud-Din onder leiding van de invloedrijke Toeareg Iyad Ag Ghaly de noordelijke stad overnam, veel strijder wierf en de lokale autoriteiten coöpteerde voor economische en politieke redenen – geen ideologische. Volgens de functionaris zou Ag Intalla geen radicale moslim zijn.

De interventie leidt intussen tot zorgen over de veiligheid in de buurlanden van Mali. Frankrijk heeft speciale eenheden naar Niger gestuurd om de uraniummijnen te controleren van de Franse energiegigant Areva. Niger is hofleverancier van uranium voor de 58 Franse kerncentrales, die samen 70 procent van de elektriciteit in Frankrijk opwekken.

De Franse interventie in Mali begon twee weken geleden. Gevechtsvliegtuigen hebben trainingskampen, wapendepots en bases van de extremisten gebombardeerd. Sindsdien lijken de extremisten te zijn gevlucht uit de steden. Maar vanuit woestijnbases en grotten, onder meer in de regio Kidal, houden ze greep op Noord-Mali. (AP, AFP)