Nexus goes poetry

Nexus 62. Nexus Instituut, 180 blz. € 21,50.

‘Buiten is het kil en koud.’ Nee, dit is geen citaat uit het radioprogramma ‘Met het Oog op Morgen’, maar een constatering uit de inleiding van de recentste aflevering van Nexus. In dit nummer mochten ruim veertig schrijvers, dichters, theatermakers en andere culturele vaandeldragers een gedicht kiezen. Poëzie om de winter (of erger) mee door te komen, onder het motto ‘poëzie voor het leven’.

Een themanummer dus, over de kracht van woorden, vol gedichten die de burger moed mogen geven. En dan merk je dat woorden op jeugdige leeftijd veel indruk kunnen maken.

Zangeres Miranda van Kralingen memoreert een gedicht van Jacques Prévert dat ze las toen ze elf was. Natuurlijk realiseerde ze zich dat ze niet alles begreep, maar indruk maakte het wel: ‘Hij zegt ja als hij iets leuk vindt, maar nee tegen zijn leraar’. Zo kon je toch niet leven? Ze nam zich voor het anders te doen.

En ook de cabaretdeskundige Frank Verhallen kiest een gedicht dat indruk maakte toen hij nog jong was. In zijn geval van Gerrit Kouwenaar, wiens klassieker ‘Ik heb nooit’ een van de redenen was voor Verhallen om Nederlands te willen studeren: ‘Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit: / het zacht maken van stenen / het vuur maken uit water / het regen maken uit dorst.’

Ook oud-boekenchef van NRC Handelsblad, nu directeur van het Letterenfonds, Pieter Steinz is in zijn waardering van Annie M.G. Schmidt niet vrij van nostalgie, al gebeurt dat in veel aardsere regels, in het gedicht ‘erwtjes’ waarin een oude vrouw zich wél herinnert dat ze vroeger met haar moeder erwtjes zat te doppen, maar niet meer hoe vervelend ze dat vond, en daaruit valt te leren ‘dat je ieder moment van je leven moet koesteren; later zul je er altijd naar terugverlangen.’

Samensteller Rob Riemen had misschien iets grotere zaken in gedachten toen hij dit nummer maakte: hij schrijft over hoeveel poëzie betekent voor Boris Pasternak en concludeert dat deze ‘een leven vol van oorlog, geweld, armoede, honger, angst verraad en terreur’ heeft doorstaan, mede dankzij ‘zijn dichterlijk bestaan.’ De kunst als voorwaarde voor het leven.

Zo zwaar hadden de meeste kunstenaars die deze Nexus vullen het niet. Maar soms schijnt er iets groots doorheen, zoals bij de Algerijnse dramaturg Karim Ameur, die het gedicht ‘Treurkwatrijn’ van Elizabeth Eybers toelicht met één zin: ‘Zo onbestendig is het leven, zo broos zijn onze relaties, zo eerlijk goede poëzie.’

Veertig keer een gedicht als dagsluiting dus. Daarom had een bijdrage van John Jansen van Galen niet misstaan. Want hij draagt wekelijks een gedicht voor als tegenwicht van de gewone dingen van de wereld. In Met het Oog op Morgen.

    • Toef Jaeger