Lezen tegen de onverschilligheid

Geen boek zo obscuur of Dalrymple bouwt er een fraai opstel omheen, blijkt uit een fraaie bundel van de Britse psychiater-essayist.

Leuke schrijver hoor, die Theodore Dalrymple, maar zou de Britse gepensioneerde arts en psychiater in het vervolg íéts duidelijker op de flap willen vermelden waar zijn boeken over gaan?

Dit is zo ongeveer de boodschap van ene ‘agentmulderfbi’, teleurgesteld klant van bol.com. Op het forum van de internetboekhandel schrijft hij: ‘Ik had een erudiet boek van een psychiater over het menselijk denken verwacht.’ Viel dat even tegen! Want wat constateerde hij toen het boek een dag na de klik op de bestelknop bij hem op de mat viel? ‘De kafttekst, in gouden opdruk, slaat echt helemaal niet op de inhoud. Zo schoffeert Dalrymple zijn fans.’

Hoofdkwartier aan agent Mulder: Kort Amerikaans is géén talencursus. Net zo min als Vijftig tinten grijs een folder van Histor is.

Alleen op basis van een titel of een kaft een boek kopen zal Dalrymple zelf niet zo snel gebeuren. Altijd bekijkt, besnuffelt en betast hij de boeken voordat hij tot aankoop overgaat. Zijn The Pleasure of Thinking, een verzameling korte cultuuressays waarin Dalrymple nieuwe ideeën uit oude boeken haalt, getuigt van een intense verhouding tot boeken. Oúde boeken dus, want aan zo goed als alles waar Dalrymple een stuk over schrijft is een tocht naar het antiquariaat vooraf gegaan.

En dat kunnen wetenschappelijke werken of encyclopedieën zijn, vergeten romans of obscure dichtbundels, want Dalrymple is voor alles te porren. Een boek van de bewonderde Samuel Johnson doet dienst als vonk, maar ook net zo makkelijk de verzamelde rechtbankverslagen uit het Groot-Brittannië van een paar eeuwen geleden. Zelfs de met de hand geschreven aantekeningen in de kantlijn, of de opdrachten voorin een boek gebruikt Dalrymple als materiaal voor een essay.

Wanneer een vrouw, zo betoogt hij, haar man een boek kado doet en daar slechts formeel in schrijft ‘To my beloved husband’, dan zit zo’n huwelijk juist vanwege die ingetogenheid wel snor. Zo’n opmerking is weer goed in verband te brengen met Dalrymples eerdere boek Spoilt Rotten, waarin hij de bijl zette in de sentimentaliteit van de westerse cultuur.

The Pleasure of Thinking is dan ook niet de eenvoudige getuigenis van een bibliofiel die de klant van bol er in zag, hoewel vaak genoeg het tintelende geluksgevoel wordt beschreven wanneer ergens in een afgelegen antiquariaat voor een prikkie een schitterend werk op de kop wordt getikt.

Dalrymple slaat met boeken, hoe specifiek het onderwerp dat er in behandeld wordt ook is, nooit een doodlopende weg in. Altijd brengen ze hem, zoals de in elkaar grijpende tandwieltjes op de kaft al illustreren, tot een gedachte die vervolgens het delen met de lezer meer dan waard is.

In die gedachten herkennen we veel van Dalrymples stokpaardjes: de vermeende teloorgang van de cultuur, de moeilijk te doorgronden beweegredenen van criminelen en (de mogelijkheid van) individuele ontplooiing. Op een bepaalde manier schrijft Dalrymple via dit ‘boekenboek’ ook een deel van zijn memoires. De stukken hebben een persoonlijke toon en Dalrymple brengt zijn lastige jeugd ter sprake.

Zijn lezersengagement vat Dalrymple samen in het mooie stuk ‘Glaring Light’, waarin hij uitlegt waarom hij, ondanks de liefde voor de solitaire bezigheid van het lezen, altijd iemand wil blijven die op zoek is naar ‘attachment’, terwijl ‘detachment’ zo veel mogelijk vermeden moet worden. Boeken ontstaan in de context van intermenselijkheid, en zo moeten ze ook genuttigd en gedeeld worden. Toepasselijk is dan ook de passage waarin Dalrymple citeert wat William Somerset Maugham over zijn personage Dr Saunders uit de roman The Narrow Corner schreef: ‘He was an agreeable companion, but neither sought intimacy nor gave it. There was no one in the world to whom he was not at heart indifferent.’

Indifference, onverschilligheid, is in dit boek dan ook ver te zoeken, hoe weinig fiducie Dalrymple in beginsel ook in de mensheid heeft. Daarnaast is in bijna ieder essay wel een zin te vinden waar een fictieschrijver zo een roman mee zou kunnen openen. ‘Not long ago a graveyard, or at least a scene at a graveyard, restored my faith, never very strong and always rather fragile, in the possibility of human goodness’, om er maar eentje te noemen.

Dalrymple las boeken, en geeft ons, agent Mulder incluis, er iets heel moois voor terug.