Inktspotprijs

Er is enig rumoer ontstaan rondom de Inktspotprijs, die jaarlijks door telkens een andere jury wordt toegekend aan de beste politieke prent.

In een ingezonden brief meent politiek tekenaar Ruben Oppenheimer dat de spelregels niet duidelijk zijn. Ik zal hem zodadelijk haarfijn uitleggen dat ze dat wel degelijk zijn, maar eerst even iets anders. Als het waar is wat hij vertelt, dat een jurylid hem vorig jaar zei dat hij eigenlijk de prijs had verdiend maar dat men voor Siegfried Woldhek had gekozen, omdat die „aan de beurt” zou zijn, dan is er maar één conclusie mogelijk: dat jurylid deugt niet. Er is een ongeschreven regel dat een jury niet uit de school klapt en aan derden mededelingen doet over de besluitvorming.

Nu die spelregels. Weliswaar neemt de tekenaar de prijs in ontvangst, maar de tekening is de winnaar, niet de tekenaar. Het is geen oeuvreprijs. Dat is nu juist zo aardig bedacht door de initiator, de helaas overleden Hans IJsselstein Mulder. In theorie zou het mogelijk zijn dat een en dezelfde tekenaar die prijs ieder jaar in de wacht sleept. Dat maakte het ook telkens zo spannend. De tekenaars komen allemaal naar Den Haag en vol verwachting klopt hun hartje. Daarom ook is het zo jammer dat dit jaar, in navolging van de Libris- en AKO Literatuurprijs, de genomineerden al ruim van tevoren werden gepubliceerd. Die werden vroeger pas op de avond zelf bekendgemaakt.

Tot slot nog dit: door te suggereren dat „tekenaars elkaar bij toerbeurt in het zonnetje zetten”, wekt hij de schijn van een onderonsje van tekenaars, waar geen jury aan te pas komt.