ING wist al van de problemen met de kredieten

ING verzweeg dat klanten van haar dochter in betalingsproblemen gingen komen en dat de omzet in de komende jaren fors zou gaan dalen.

Illustratie Elise van Iterson

Jarenlang kon je het op bijna elke radiozender horen. „Vola, Vola, Vola, voor geld!” Een vrolijk melodietje, ondersteund met krachtig gezang – in drie varianten. „Geldzaken zijn voor iedereen persoonlijk. Dus Vola ook. Want in uw situatie kan een lening misschien veel voordeliger.”

Voor de Brabantse ondernemer Frank Zweegers zat er uiteindelijk niet veel voordeel aan ING-dochter Arenda, die onder de merknaam Vola consumptieve kredieten en hypotheken verstrekte. Zweegers nam het bedrijf in 2005 voor 21,5 miljoen euro over van ING. Maar amper een paar weken later bleek de portefeuille met leningen vrijwel niets meer waard. De consumenten achter de leningen bleken nauwelijks kredietwaardig. De leningen waren veel te gemakkelijk verstrekt.

Zweegers klaagde ING aan voor bedrog. Omdat de bank zou hebben geweten dat Arenda er slecht voor stond, maar dat had verzwegen tijdens de verkoop. Het Gerechtshof in Amsterdam oordeelde dat ING zich schuldig had gemaakt aan misleiding. Zweegers kan nu tientallen miljoenen euro’s eisen.

Centraal in de zaak stond een reeks documenten die tijdens het proces doorgingen voor de ‘Davinci-rapporten’. ING had ongeveer een jaar voor de verkoop financieel adviesbureau Davinci ingeschakeld om eens goed te kijken naar de kredieten van Arenda. Er moesten „scorecards” komen: tabellen die aangaven hoe het nu precies zat met de „betaalmoraliteit” van de leninghouders. Die bleek uiteindelijk laag, maar dat werd volgens Zweegers door ING bewust achtergehouden.

Het adviesbureau werkte tevens aan een nieuw „acceptatiebeleid”. De eisen die werden gesteld aan toekomstige leners moesten veel strenger. De consequentie daarvan was dat er in de komende jaren veel minder leningen zouden worden verstrekt – en er dus minder zou worden omgezet. Maar ook die informatie werd volgens Zweegers verzwegen.

ING heeft tijdens het proces betwist dat het een aantal van de rapporten die adviesbureau Davinci uiteindelijk voor de bank produceerde in bezit had op het moment van de verkoop. Ook verweerde ING zich door te stellen dat andere informatie die zij de kopende partij wél had verstrekt bij de koper ook tot het inzicht had moeten leiden dat de leningenportefeuille er niet goed voorstond.

Maar die bezwaren verwierp het Hof grotendeels. Het Hof oordeelde dat „het op de weg had gelegen” van ING de ontbrekende rapporten dan zo snel mogelijk na de verkoop te verstrekken. De rapporten die ING wel al in haar bezit had, hadden sowieso overhandigd moeten worden.

    • Chris Hensen