Het Rijk praat groen maar handelt fossiel

Economisch denken staat een overgang naar duurzame energie in Nederland in de weg. Het Rijk kiest voor gas, stellen vier journalisten.

De overheid volgt in haar energiebeleid bijna altijd de belangen van de gassector en de industrie. Daarom gaat het voorlopig niet lukken om om te schakelen naar een duurzame energievoorziening.

Eerder deze week maakte Eneco bekend dat het windmolenparken op zee zal bouwen. Dit was een gunstig bericht voor wie Nederlandse duurzame energie wil, maar ook typerend – het duurde zes jaar voordat de vergunningen rond waren.

Het is inmiddels bekend: in Nederland komt duurzame energie moeilijk van de grond. Sinds september vorig jaar deden wij voor De Groene Amsterdammer onderzoek naar de ‘energietransitie’ in ons land. Het resultaat publiceren we deze week: er is hier nog altijd geen noemenswaardige energietransitie, integendeel. In plaats van over te schakelen naar groene energiebronnen ontwikkelt Nederland zich tot de voornaamste fossiele energieleverancier van Noordwest-Europa.

Het ministerie van Economische Zaken heeft, samen met staatsbedrijf Gasunie, met succes geregeld dat Nederland een ‘gasrotonde’ wordt – een internationaal knooppunt van pijpleidingen, gasopslag, en -handel. Miljarden euro’s werden geïnvesteerd en door een paar blunders ruim anderhalf miljard verloren, maar dan heb je ook wat. Als buurlanden gas nodig hebben, kunnen wij leveren. Nederland, dat nu jaarlijks 10 miljard euro verdient aan gas, hoopt op deze manier ook in de toekomst rijk te worden van energie.

In onze elektriciteitsopwekking zijn vooral kolen bezig met een opmars, dankzij een openhartige uitnodiging van de overheid voor meer kolencentrales in 2004. De industrie had jaren gelobbyd voor goedkope energie en kreeg haar zin, met de bouw van drie kolencentrales. Er staan veel te veel elektriciteitscentrales in Nederland, maar ook hieruit kunnen we een slaatje slaan. Als Duitsers, Belgen of Britten stroom tekortkomen, kunnen ze bij ons terecht voor fossiel gestookte stroom.

Door alle investeringen in pijpleidingen en kolencentrales staat Nederland er de komende halve eeuw behoorlijk fossiel op. Groene energieopwekking is marginaal en blijft dit voorlopig. In energieland is iedereen het erover eens dat Nederland het kabinetsdoel van 16 procent bij lange na niet gaat halen. Het ministerie van Economische Zaken vindt zelfs officieel dat het zich niet moet bemoeien met energie. Al in 2008 stelde het ministerie onder de leuze ‘Geen blauwdrukken’ dat alleen „marktpartijen investeren in energie en uiteindelijk zorgen voor de energiemix waar de afnemer om vraagt.” Energievraagstukken zijn „te groot en te complex”. De overheid moet niet de ambitie hebben om hier een beslissende rol in te spelen.

Daar wringt de schoen. De overheid speelt deze beslissende rol al; ze kiest consequent voor gas en voor goedkoop en ze is zelf een belangrijke fossiele speler, via deelnemingen in gasbedrijven Gasunie en Gasterra.

Ondertussen praat de overheid vooral over duurzaamheid, zonder hiernaar te handelen. De secretaris-generaal van Economische Zaken verwoordde het dominante denken op zijn ministerie goed toen hij in 2010 de vraag opwierp of inzetten op groene energie de meest efficiënte manier is om het klimaatprobleem op te lossen. Onlangs schreef VVD’er René Leegte dat we onze groene stroom het best kunnen importeren uit Noorwegen, Duitsland of Spanje. „Dat heet efficiëntie.”

Het gebruik van het woord ‘efficiëntie’, door politiek en overheid, verraadt de kern van het probleem. Zolang eng economisch denken en efficiëntie centraal staan, kan van een wezenlijke ‘transitie’ geen sprake zijn. We blijven dan een land van gas en kolen dat graag over duurzaamheid praat.

Belia Heilbron, Jelmer Mommers, Thomas Muntz en Huib de Zeeuw deden voor de ‘masterclass onderzoeksjournalistiek’ van De Groene Amsterdammer onderzoek naar energie, onder begeleiding van publicist Marcel Metze.