Het loont de burger te betrekken bij opsporing. En het leidt tot heisa

Steeds vaker betrekt justitie burgers bij politiewerk, via tiplijnen, de televisie, en door het vrijgeven van beelden via internet. En het werkt: misdaden worden vaker opgelost. Maar er is een keerzijde, zo bleek deze week. Wat als de vrijgegeven beelden leiden tot een klopjacht op de daders? „Het risico bestaat dat burgers te ver gaan.”

De A.V.R.O.-televisie zendt voor het eerst het programma 'Opsporing verzocht' uit in het Nederlands Congresgebouw. Na de uitzending van het programma, bedoeld om enkele onopgeloste ernstige misdrijven mogelijk alsnog tot klaarheid te brengen, werd de telefooncentrale, bezet met rechercheurs, overstelpt met telefoontjes, NL 751014/27, 1975 X 5, QAF2,Justitie/Misdaad, QAR3,Pers, Media/Televisie,

Ingmar Vriesema

Missie geslaagd. Afgelopen maandag toonde de politie op tv en internet bewakingsbeelden van een grove groepsmishandeling van een man in Eindhoven, en gisteren zaten de acht verdachten al vast. Een zaak die eerst niet opschoot – de mishandeling vond drie weken geleden plaats – beleeft door het raadplegen van burgers plots een doorbraak.

En toch kan het Openbaar Ministerie van Oost-Brabant maar half tevreden zijn. Het vrijgeven van de camerabeelden heeft deze week geleid tot een online klopjacht op de acht betrokkenen. Foto’s en namen van de vermeende daders verschenen voluit op sociale media en sites als GeenStijl. Een onschuldige naamgenoot van een van de betichte mannen kreeg tientallen dreigtelefoontjes.

Is het OM met het betrekken van de burgers niet zijn doel voorbijgeschoten?

Zelfs leek het OM in elk geval verbaasd te zijn door de ontketende klopjacht op internet. Woensdag zag het OM zich genoodzaakt een persbericht te publiceren – „en dat doen wij niet zomaar”, aldus een woordvoerder. Het OM schreef dat de verontwaardiging in media en op internet begrijpelijk was, maar: „Het is niet de bedoeling dat de burgers het recht in eigen hand nemen.” Diezelfde avond verscheen een woordvoerder van het OM op Nieuwsuur, die zei dat er sprake leek van een „volksgericht”. „Houd daarmee op, laat het werk over aan politie en justitie.”

Die opmerking is interessant in een tijd waarin justitie steeds vaker een beroep doet op burgers. Het raadplegen en betrekken van burgers bij politiewerk is een trend. Niet voor niets vertelde hoofdofficier bij het OM in Arnhem Nicole Zandee deze week bij Pauw & Witteman dat het „goed” is om burgers te betrekken. Het is effectief, vertelde ze: tv-programma Opsporing Verzocht heeft volgens wetenschappelijk onderzoek geleid tot een significant hoger oplossingspercentage van misdaden.

De politie maakt sinds een aantal jaren ook dankbaar gebruik van de anonieme tiplijn Meld Misdaad Anoniem. En ja, justitie betrekt burgers uiteraard ook via internet, door beelden – na een afweging van onder meer het privacybelang van verdachten – online te zetten.

Maar het betrekken van burgers maakt het OM „tot op zekere hoogte” verantwoordelijk voor de „dynamiek” die daarna onder burgers ontstaat, vindt Nico Kwakman, universitair docent strafrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Als je burgers betrekt, bestaat het risico dat sommigen van hen te ver gaan.”

Kwakman noemt Winschoten, waar de politie afgelopen najaar op zoek was naar een pyromaan. „De politie betrok de burgers. ‘Wees oplettend’, zei ze. Daar is op zich niets mis mee, maar burgers kunnen zo’n instructie ook verkeerd opvatten. Zo van: als we de dader vinden, dan zullen we die eens een lesje leren.”

Tot dusver blijft het bij harde woorden van burgers die zich opwinden over de betreffende misdaad, zegt Kwakman. „Maar ik houd mijn hart weleens vast, als ik merk hoe sommige burgers praten over laffe vonnissen, of hoe ze praten over het recht op zelfverdediging in noodweersituaties.” En daarom, zegt Kwakman, moet het OM duidelijk de grenzen aangeven aan de burger. Hij prijst het persbericht van het OM dat opriep tot het stoppen met eigenrichting. „Maar stel: de politie raadpleegt burgers, en vervolgens gaat er iets fout. Dan moet de politie zich wel achter de oren krabben”, aldus Kwakman. „Is er wel de goede afweging gemaakt? Was er geen risico voor de verdachten?”

Zo’n afweging maken wij juist altijd, zegt Diederik Greive. Greive is als hoofdofficier van justitie verantwoordelijk voor de manier waarop de media worden ingezet om misdaden op te lossen. „Zo wegen wij het privacybelang van de in beeld verschijnende verdachten af tegen het opsporingsbelang.” De inbreuk op de privacy, zegt Greive, wordt „beïnvloed door wat er gebeurt op sociale media. Dat wegen wij dus mee.” Maar, zegt hij, als het delict ernstig is, andere opsporingsmethoden tot niets leiden, en verwacht wordt dat het betrekken van burgers effectief kan zijn, dan „kunnen we de beelden naar buiten brengen”.

Hetgeen in dit geval geschiedde, want, zegt Astrid Buijs van het OM in Oost-Brabant: „Op een gegeven moment wil je de verdachten van zo’n ernstig feit vinden. We maakten de afweging en besloten de beelden uit te zenden.” Dat gebeurde dus op maandag, en de dagen erna vond er online een klopjacht plaats.

Verantwoordelijkheid voor de klopjacht werpt het OM verre van zich. Greive: „Wij staan voor de dingen die wij doen. Niet voor de dingen die anderen doen.” Het zijn gebruikers van sociale media, het is GeenStijl, die besluiten om verdachten om te dopen tot daders, en hun namen te publiceren. „Zeker”, zegt Greive, „je kunt redeneren: als wij de beelden niet hadden vrijgegeven, was de hetze niet ontstaan. Maar daarmee hebben wij die niet veroorzaakt.” Laat één ding duidelijk zijn, zegt Greive: „Ik ben niet bereid de veiligheid van de burger, of de gerechtigheid van een zaak op te offeren vanwege de grillen van twitterende burgers en Facebook-users.”

Hoe denkt hoofdofficier Greive over de veiligheid van Tom Kantelberg, die deze week werd bedreigd omdat zijn naam overeenkomt met een van de op internet genoemde verdachten? „Het is heel vervelend voor hem, maar daar zijn wij niet de oorzaak van.”

Draai het eens om, zegt Greive. „Als we de beelden hadden achtergehouden, had u mij ook gebeld. Dan had ik Kamervragen gekregen. Men had gezegd: on-be-grij-pe-lijk dat het OM geen beelden laat zien! Dan had de roep om veiligheid en gerechtigheid de boventoon gevoerd. En dat mogen burgers ook van justitie verwachten.”

Hoe zit het met de verantwoordelijkheid van gebruikers van sociale media en websites? Het belangrijke online magazine GeenStijl staat de media niet te woord over zijn rol, zo liet het gisteren weten. „Terwijl alle media ‘nieuws’ willen maken van ‘de berichtgeving’, om uiteindelijk ‘schuld van GeenStijl!!1!’ te kunnen concluderen, gaat iedereen voorbij aan het werkelijke nieuws: dat er onschuldige voorbijgangers op straat half dood getrapt worden (...).”

Het OM zal, zo zegt hoofdofficier Greive, niet uit zichzelf optreden tegen media die hebben bijgedragen aan de klopjacht. „Dat moeten we niet willen.” In geval van smaad, of van laster, kan men aangifte doen. Voor zover bekend heeft nog geen van de verdachten dat gedaan.

    • Ingmar Vriesema