Het Britse ongemak

Het duurde even, maar eindelijk heeft de Britse premier David Cameron woensdag dan zijn toespraak over de Europese Unie gehouden. Zijn verhaal was in de traditie van zijn voorgangers, die in hun ambtstermijn eveneens baanbrekende redevoeringen hielden over de Britse positie binnen de EU: een omarming van Europa, maar natuurlijk wel op Britse voorwaarden.

Er is ook een belangrijk verschil met eerdere Britse klaroenstoten. Want het door Cameron uiterst scherp en analytisch sterk verwoorde ongemak over Europa is allang niet meer een uniek Brits gevoel, maar betreft alle lidstaten van de Europese Unie. Europa verkeert met de schuldenproblemen in enkele eurolanden in een zeer ernstige crisis, Europa blijft het qua concurrentiekracht afleggen tegen andere grootmachten in de wereld en – misschien wel het belangrijkste – Europa kampt met een ernstig gebrek aan vertrouwen bij de eigen burgers.

Natuurlijk was de toespraak van Cameron voor binnenlands gebruik. De Europese eenwording is nog niet zo vergevorderd dat de Britse premier voor heel Europa kan spreken. Maar degenen die de nationaal-politieke overwegingen van Cameron hanteren als diskwalificatie, vergissen zich. Heel Europa moet zich de zorgen van Cameron aantrekken. Daarom is de reactie van de Franse minister Fabius, die de Britten uitnodigde uit de Europese Unie te vertrekken, ook zo onbezonnen. Bovendien, was het niet de Franse bevolking die in 2005, net als de Nederlanders, per referendum een krachtig nee tegen Europa liet horen?

Cameron wil gaan heronderhandelen over de Europese bevoegdheden. Onderhandelingen waarboven het door hem beloofde referendum als een zwaard van Damocles zal hangen. Erg concreet was Cameron op dit punt niet. Toch valt of staat het debat juist met het benoemen van de onderwerpen.

Hier kan Cameron zichzelf tegenkomen. In zijn toespraak toonde hij zich bijvoorbeeld opnieuw een uitgesproken voorstander van de interne markt. Maar de basisvoorwaarde voor een goed functionerende interne markt is nu juist een gelijk speelveld voor iedereen. Het is dit principe dat ten grondslag ligt aan de zo vaak als bedillerig en ridicuul ervaren, voor alle lidstaten geldende Europese regels (de glazenwassersrichtlijn). Elke uitzondering betekent in feite een inbreuk op de vrije markt. Dat geldt ook voor de Britten.

Dit neemt niet weg dat het noodzakelijk is naar de bevoegdhedenverdeling te kijken. Maar dan met alle landen en ook met dezelfde uitkomst voor alle landen. Met dank aan Cameron: laat het debat maar beginnen.