Helft van criminele jeugd op vechtsport

De helft van zeshonderd gewelddadige jeugdige veelplegers in Amsterdam heeft op een vechtsport gezeten.

Dat heeft de Amsterdamse burgemeester Van der Laan gisteren gezegd op een vechtsportconferentie in het Amsterdamse stadhuis. Daar werd een onderzoek gepresenteerd van de Universiteit Utrecht naar de organisatie van de vechtsport: Aanzien en overleven in een sport vol passie.

„Vechtsport kan positieve effecten hebben op jongeren”, zei Van der Laan. „Maar als het misgaat, hebben ze wel technieken geleerd die hen heel gevaarlijk maken op straat.”

De zogeheten Top-600 is een lijst van de zeshonderd meest gewelddadige criminele jongeren uit Amsterdam. Deze groep veelplegers wordt door een speciaal team van rechercheurs met voorrang gevolgd, onderzocht en waar mogelijk opgepakt. De bedoeling is dat ze door dit lik-op-stukbeleid weer op het rechte pad komen. Ook de broertjes en zusjes van veelplegers worden in de gaten gehouden, omdat zij vaak onder invloed staan van hun oudere broer.

De onderzoekers concluderen dat de vechtsport zelf niet in staat is zich op een goede manier te organiseren. Van der Laan steunt de aanbeveling om een nationale vechtsportcommissie op te richten die zelf regels opstelt voor vechtsporten en die controleert. Onduidelijk is hoeveel bonden zich precies bezighouden met full body contact-vechtsporten als kickboksen, muay thai en mixed martial arts. De verschillende bonden beconcurreren elkaar. Op het congres werd gisteren opgeroepen niet steeds nieuwe bonden op te richten, maar er juist een paar op te heffen tot er nationale regels zijn.

Commentaar: pagina 2

Kickbokssport: pagina 10-11