‘Gevaar voor westerlingen’ in Benghazi

Verscheidene Europese landen waaronder Nederland, en ook Canada en Australië hebben gisteren hun burgers opgeroepen onmiddellijk de Libische stad Benghazi te verlaten onder verwijzing naar een „specifieke en imminente” dreiging voor westerlingen. Libië zelf bagatelliseerde de zaak.

Het Australische ministerie van Buitenlandse Zaken bracht zijn waarschuwing in verband met de Franse gewapende interventie tegen moslimextremistische groepen in Mali. Moslimextremisten zelf betitelden vorige week hun gijzeling van 800 Algerijnen en buitenlanders in een Algerijns gascomplex al als vergelding voor de Franse militaire operatie. Bij de gijzeling, die zondag door het Algerijnse leger werd beëindigd, kwamen zeker 38 buitenlanders om het leven.

Londen, dat gisteren als eerste met de waarschuwing over Benghazi kwam, gaf geen bijzonderheden over de inhoud van het gevaar. Voorzover bekend waren er tientallen Britten en vier Nederlanders in de stad.

De Libische onderminister van Binnenlandse Zaken, Abdallah Massoud, reageerde woedend op de waarschuwing. Hij zei dat niets haar wettigde. „Wij zijn juist bezig om ons gezag in het oosten en heel Libië te vestigen”, zei hij.

Op Twitter werd direct gezegd dat de Libische autoriteiten „zoals gebruikelijk in staat van ontkenning” verkeren. De Libische regering is er nog steeds niet in geslaagd de rebellenmilities uit de oorlog tegen Moammar Gaddafi te ontwapenen. De oostelijke stad Benghazi, maar ook andere Libische steden kennen daardoor een aanzienlijk veiligheidsprobleem.

In Benghazi werden de Amerikaanse ambassadeur Christopher Stevens en nog drie Amerikanen in september door moslimextremisten gedood. Maar meer buitenlanders en buitenlandse organisaties zijn in Benghazi mikpunt geworden van aanslagen. Twee weken geleden mislukte een aanslag op de Italiaanse consul. Ook het Internationale Rode Kruis en de Verenigde Naties zijn doelwit geweest van aanslagen. (Reuter, AP, AFP)