Exclusieve handtas uit oude uniformen

Eén kilo textiel recyclen scheelt vijf à zeven kilo CO2-uitstoot. Textielvezels kunnen goed worden hergebruikt voor diverse doeleinden. Al staat het proces nog in de kinderschoenen.

Lege flessen gaan in de glasbak, voor batterijen die op zijn bestaan aparte bakken, en het oud papier gaat in een speciale container. Maar de oude kleren? Dat jasje dat niet meer zo goed past, die spijkerbroek met een scheur die het modieuze voorbij is?

Steeds meer dringt het besef door dat er vanuit milieustandpunt nog veel te winnen is in de textielsector. Particulieren kunnen hun kleren al jarenlang kwijt bij winkels voor tweedehandskleding, de kringloopwinkel, in de Humanitasbak, bij het Leger des Heils of in de ‘Zak van Max’. Dit jaar gaat het Zweedse modebedrijf H&M over de hele wereld tweedehandskleding inzamelen. Wie een zak vol brengt, ook kleding van andere producenten, krijgt een kortingsbon.

Ook beginnen bedrijven na te denken over milieuvriendelijke manieren om oude bedrijfskleding te verwerken. KLM begon in 2010 aan een proef om 90.000 kilo uniform te recyclen. Een woordvoerder van de politie, die in 2014 een nieuw uniform krijgt, vertelt dat wordt gewerkt aan een vergelijkbaar plan om de oude uniformen, die natuurlijk niet in het tweedehandscircuit terecht mogen komen, op een duurzame manier te verwerken.

„Het is fantastisch dat bedrijven als H&M en KLM zulke initiatieven nemen. Dit is de toekomst”, zegt Martin Havik. Hij is directeur en oprichter van het bedrijf Re-Mo, dat een wereldwijd keurmerk wil ontwikkelen voor hergebruikte textiel.

De 57-jarige Havik, een voormalige profwielrenner die nog onder Peter Post heeft gefietst en met Francesco Moser in één ploeg heeft gezeten, is een man met een missie. „Aan mijn tijd als profrenner heb ik twee dingen overgehouden: de mentaliteit om nooit op te geven, en de wil om met een eigen team iets neer te zetten.”

Havik praat snel, springt van het ene onderwerp naar het andere, toont staaltjes met hergebruikte textiel en schermt met grafieken. Alles om zijn doel te ondersteunen: ertoe bijdragen er veel meer textiel wordt hergebruikt.

„Veel mensen realiseren zich niet dat textiel een behoorlijk vervuilend product is”, zegt Havik. Als mensen zich daar beter van bewust worden, komt er een gedragsverandering, hoopt hij. „In de Verenigde Staten wordt per persoon per jaar 30 kilo weggegooid, in het Verenigd Koninkrijk 25 kilo. Slechts twee procent daarvan wordt hergebruikt. Dat kan veel en veel beter. Er komt een moment dat we massaal textiel gaan terugbrengen. Misschien wordt er wel statiegeld geheven.”

Havik pendelt op en neer tussen Nederland en Italië. Hij heeft de gemeentebesturen van Almere en Prato bij elkaar gebracht. In Almere staat het sorteercentrum waar het Leger des Heils ingezamelde kleding scheidt en waar wordt bepaald wat geschikt is voor verdere verwerking. Prato is de Italiaanse textielstad bij uitstek. „Daar wordt al honderdvijftig jaar textiel hergebruikt en bestaat heel veel technische kennis die je vrijwel nergens anders vindt”, zegt Havik.

Het gaat erom de textielvezels geschikt te maken voor hergebruik. In Nederland heeft het bedrijf Frankenhuis, in Twente, zich ontwikkeld tot specialist in het machinaal uit elkaar halen van textiel. Buurman Texperium, een innovatiecentrum voor textiel, focust op technologische vernieuwing om te laten zien dat met herwonnen vezels mooie textielproducten gemaakt kunnen worden, in plaats van laagwaardige producten die worden gebruikt in auto’s, meubels en matrassen.

Het hergebruik van textiel richtte zich tot nu toe op laagwaardige toepassingen. Nieuw is hoogwaardig hergebruik, geen recycling maar upcycling.

Texperium kwam met het idee om de KLM-uniformen te redden van de vuilverbranding. Frankenhuis heeft de versneden KLM-uniformen verwerkt tot vezels, waarvan vilt of garen kan worden gemaakt. „De vezels zijn te kort om een draad van te maken”, vertelt Havik. „Dat kunnen ze juist weer goed in Prato. Daar wordt er garen van gemaakt, en daarmee kun je als textielproducent aan de slag.”

Zoiets zal in de toekomst steeds meer gebeuren, voorspelt Havik. „Nu staat dit hele proces nog maar in zijn kinderschoenen, maar we staan aan de vooravond van een totale verandering hoe we met kleding omgaan.” Maandag neemt hij deel aan een studiedag tijdens de Romeinse modedagen, en Texperium laat weten dat er behalve uit Italië ook veel belangstelling is uit Zweden, België en het Verenigd Koninkrijk.

Ook politieke beleidsmakers benaderen kleding steeds vaker als een apart onderdeel in wat wordt genoemd het ‘ketengericht afvalbeleid’. Hergebruik is daarin, naast verbetering van het productieproces en verschuiving naar andere vezels, een belangrijk element.

Neem wol: dat heeft een enorm milieu-impact, omdat voor de schapen veel grond nodig is en omdat schapen veel methaan uitstoten. Een kilo wol staat ongeveer gelijk aan een kilo methaan, en methaan is als broeikasgas ongeveer twintigmaal sterker dan CO2.

Of neem katoen, waaruit tweederde van de textielstroom bestaat: de hoeveelheid irrigatiewater voor een kilo katoen ligt tussen de 10.000 en 20.000 liter.

Anton Luiken, een van de oprichters van Texperium, zegt dat er een grote milieuwinst te halen is uit het hergebruik van textiel. „Dat geldt zowel voor de recycling van natuurlijke vezels (katoen en wol) als voor synthetische vezels.” Hij rekent voor dat de recycling van een kilo textiel een besparing op de CO2-uitstoot betekent van vijf tot zeven kilo.

Luiken: „Dat is evenveel als een zuinige auto uitstoot over vijftig tot zeventig kilometer. In Nederland gebruikt iedereen gemiddeld 25 kilo textiel per jaar. Volledige recycling zou dus een besparing opleveren die overeenkomt met 1.250 à 1.750 kilometer in een zuinige auto.”

Havik wil met zijn bedrijf Re-Mo, dat staat voor Recycle Movement, een keurmerk ontwikkelen voor verantwoord hergebruik. „Toen ik gestopt ben met fietsen, ben ik in de kleding gegaan. Ik had altijd al interesse voor mode. Daarom ken ik het proces goed. Ik heb alles gedaan en gezien, van de productie tot de verkoop.” Zie het Re-Mo keurmerk als een soort Bovag-garantie, zegt hij. „Het gaat om de transparantie. Wij hebben protocollen opgesteld voor het hergebruik van textiel. Daarbij worden alle onderdelen getoetst van het proces dat daarvoor wordt doorlopen. Daarom zitten er natuurlijk ook garanties in dat er geen kinderarbeid aan te pas is gekomen.”

Havik gaat grote textielproducenten en modehuizen af om hen te bewegen te investeren in hergebruik en kleding van gerecycled textiel op te nemen in hun aanbod. De markt daarvoor is nog erg klein. Re-Mo is onder andere in gesprek met vooraanstaande Italiaanse modehuizen, om te zien of die artikelen van hergebruikt textiel in hun collectie kunnen opnemen.

Havik ziet dit niet in eerste instantie als een zakelijke onderneming. Hij bouwde in Italië een import/exportbedrijf voor textiel op en verkocht zijn aandelen toen een groter bedrijf interesse toonde. Dat geld heeft hem de mogelijkheid geboden dit project te beginnen. „Je moet met zoiets niet eerst aan je portemonnee denken. Ik wil meehelpen een proces op gang te brengen.”

De economische crisis is in zijn ogen ook een morele crisis, waarbij te veel nadruk is komen te liggen op financieel gewin. „Re-Mo is onderdeel van een paradigmawisseling of kantelpunt in onze maatschappij”, staat op de website. We zijn waarden als duurzaamheid, verbinding, vertrouwen uit het oog verloren en kijken te veel naar de financiële kant, zegt Havik. „De mens moet weer centraal komen te staan. Ik leef vanuit mijn hart. Ik wil iets achterlaten dat bijdraagt tot een betere wereld.”

    • Marc Leijendekker