Opinie

    • Arjen Fortuin

En toen werd het idioot

Wat is de staat van de Nederlandse Letteren? Marja Pruis (De Groene Amsterdammer) sprak er een column over uit, zondag op het Schrijversfeest in Den Haag. Ze zei geen cultuurpessimist te willen zijn, laakte de literaire kritiek en bekritiseerde ‘entertainer’ Ronald Giphart. Tja. Waarom wordt literatuur toch altijd verdedigd met een beroep op de afkeer van entertainment?

Toen werd het pikant. Want binnen drie minuten stond Ronald Giphart tegenover Pruis op het podium, samen met Nico Dijkshoorn.

Toen werd het idioot. Want wat bleek? Pruis had in haar stuk aanvankelijk niet Giphart de maat genomen, maar Dijkshoorn. Haar tekst was zelfs al dagen eerder aan hem voorgelegd. Dijkshoorn twitterde dadelijk: ‘Lees net, in een column die zondag voorgelezen wordt, dat De Groene Amsterdammer in mij Het Kwaad ziet. Kan een boeiend gesprek worden.’ Waarop de webredacteur van De Groene alarm sloeg: ‘Nico Dijkshoorn is een twittercampagne tegen je begonnen.’ Waarna Pruis in haar column ‘Dijkshoorn’ in ‘Giphart’ veranderde – zo vertelde ze op het podium. Eerlijkheid is soms de vijand van geloofwaardigheid.

Giphart en Dijkshoorn tetterden intussen van woede op De Groene: ook de succesvolste literair entertainers blijven lonken naar een like van Nederlands intellectueelste (en beste) weekblad. Op het schoolplein heet dat: meisjes plagen, kusjes vragen. Dijkshoorn voegde zich nog verder naar de mores van de hoge kunst door te zweren dat hij nooit aan zijn publiek dacht, maar eenzaam en alleen voor zichzelf schreef.

Toen las Nico Dijkshoorn een geweldig verhaal voor, het beste van de middag. Hij deed verslag van zijn twintigjarige vriendschap met Lou Reed. En het aardige was dat het verhaal alleen maar ging over hoe mensen zich laten leiden door wat anderen van ze vinden. Mensen die vrienden willen zijn met Lou Reed om dat aan anderen te kunnen vertellen. De ik-figuur van het verhaal, die vertelt hoe hij als enige wél vrienden met Lou Reed wordt. En die Lou Reed zo bewondert omdat hij door een benzinestation kan lopen zonder zich af te vragen wat men van hem denkt. Want dat is in de door Dijkshoorn zo treffend opgeroepen wereld het enige dat telt.

Hoe de staat van de Nederlandse letteren in 2013 is, durf ik niet precies te zeggen. Maar ik denk dat het iets met ijdelheid te maken heeft.

    • Arjen Fortuin