Een goed feest is een beetje sterven

Siemon de Jong bakt taarten. Op tv met kinderen (Taarten van Abel) en in een winkel in Amsterdam. Hij leeft om te werken en vindt dat helemaal niet erg.

ZINportret Siemon de Jong. Foto Lars van den Brink.

Siemon de Jong (50) is taartenbakker. Zijn winkel voor koffie, taart en meer – ‘De taart van m’n tante’, een extravagante konditorei – zit in het hart van de Amsterdamse Pijp. Tien jaar geleden is hij ontdekt voor de televisie. In Taarten van Abel (VPRO) bakt hij taarten met kinderen, terwijl hij het leven met ze doorneemt. Het programma won de Gouden Stuiver en de Ere Zilveren Nipkowschijf. Op 30 januari wordt Siemon de Jong opgenomen in de wall of fame van het Instituut voor Beeld en Geluid, waar zijn beeltenis komt te hangen tussen die van tv-legendes als Mies Bouwman, André van Duin, Koot en Bie en Sonja Barend.

„Met je geest kun je je verschijning maken. Oftewel, hoe je je voelt, bepaalt hoe je eruitziet. In de kern ben ik een gelukkig iemand, maar niet altijd geweest. Van de buitenkant wel, de binnenkant niet. Vooral de puberjaren waren zwaar. Ik viel op mannen – nog altijd trouwens – en was bang om dat aan mijn ouders te vertellen. Mijn ouders verdriet te doen. Sowieso, bang voor de wereld. Waardoor ik, denk ik, heel lang klein en dik ben gebleven. Een beetje Die Blechtrommel: ik groeide amper. Als je op die leeftijd komt, worden de meiden belangrijk. Als je fysiek dan onaantrekkelijk bent, hoef je daar tenminste niet aan mee te doen. Ik was somber, zat letterlijk en figuurlijk slecht in mijn vel. Toen ik zestien was had ik een brommerongeluk en kwam met m’n been tegen de uitlaat aan. Er kwam een wond die maar niet dichtging, wekenlang. Er bleek gangreen in te zitten, een bacterie die je alleen op het oorlogsveld tegenkomt. Nog even en mijn been had afgezet moeten worden. Ik was zo slecht in contact met mijn lichaam dat ik amper merkte dat ik gevaarlijk gewond was.”

„De monsters die je zelf creëert zijn de allerergste. Ik durfde mijn ouders niet te vertellen dat ik op mannen val. Waarom? Omdat ik namens hen dacht. Dat moet je nooit doen, voor anderen denken. Toen ik uit huis ging ben ik naar Amsterdam verhuisd en uit de kast gekomen. Ik heb het voor het eerst verteld aan een hele stoere bouwvakkersvriend, zo iemand tegen wie je het als laatste zou vertellen. Die jongen was net Elvis Presley vroeger, zo knap. Daarna kon het me allemaal niet gek genoeg meer zijn. Maar ik heb er eenentwintig voor moeten worden eer ik het mijn ouders durfde te vertellen. In een brief. Ze zagen groen. Grappig: je draagt zo’n geheim heel lang met je mee, je komt ervoor uit en hoopt diep van binnen dat je een beetje opvangen wordt, ofzo. Maar het tegengestelde gebeurt: zíj zitten ermee. Het is helemaal goed gekomen. Mijn moeder is inmiddels overleden, maar mijn vader is een van mijn beste vrienden.”

„Eigenlijk is iedereen ondernemer, ook al werk je voor een baas. Want je hebt toch: je huishoudpot, een paar kinderen, alle formulieren die ingevuld moeten worden. Misschien is het een heel rechts idee van mij, maar ik droom van een wereld vol zzp’ers. De energie van mensen die voor hun geld moeten knokken, bevalt mij. Dat ik ondernemer ben geworden, is de beste keuze in mijn leven. Het was een openbaring toen ik mijn eigen zaak begon, toen heb ik echt alle kasten opengegooid. Ik liet me en plein public piercen in intieme delen, ik had erotische kijkdozen in mijn winkel staan – de combinatie van porno en gebak. Porno en gebak zijn allebei spotless, om in te bijten, in een pornotijdschrift zie je ook nooit een witte puist op een kont. Kortom, toen ik die zaak kreeg moest ik me echt uiten ineens. Ik ben altijd wel creatief en expressief geweest, maar nu kon het ook met een stijf piemeltje erbij.”

„Het is prettig als de kassa rinkelt. Weet je, ik zat te denken of ik nou werk om te leven of leef om te werken. Ik denk toch dat ik leef om te werken. Dat is helemaal niet erg, het is toch een goede invulling van het leven? En het feit dat ik die zaak heb, is voor mij een hele goede stok achter de deur om ’s ochtends mijn bed uit te komen. Maar je levensgeluk, dat wordt bepaald door de liefde. Zo is het toch voor iedereen? Niemand staat bij je graf en zegt: ‘Wat had jij een prachtig Chesterfield bankstel. En wat had je een prachtige BMW Cabrio’ Nee, het is: ‘Ik heb van je gehouden, je was er voor mij.’”

„Maak wat van je ouders. Ga er nou eens vanuit dat je je ouders zelf gekozen hebt. En wat was jouw deel daarin? Dan kun je ook zelf je verantwoording nemen. Ik zie soms dat mensen, ook vrienden van mij, zich alsmaar als slachtoffer van hun eigen ouders blijven beschouwen. En vaak vind ik die ouders dan wel leuk. Dus dan zeg ik: ‘Het is toch wel een beetje jouw probleem, hoor.’ Ik had ook van alles over mijn vader, en toen ging mijn moeder dood. Ik was drieënveertig. Waren we allebei onze beste vriendin kwijt. Hoe pak je dat dan aan, met z’n tweeën? We zijn gaan reizen. Samen de jungle van Suriname in. Ik heb van mijn vader mijn eigen Indiana Jones gemaakt. Je leert zo’n man op een heel andere manier kennen. Mijn motto is sindsdien: neem je eigen verantwoordelijkheid, hou op met dat gezeur. Maar ik heb wel makkelijk praten: ik ben een bofkont met geweldige ouders.”

„Een goed feest is een beetje sterven. Ik neem een feest heel serieus, ik vind niet dat ik dat op mijn elfendertigst kan doen. Er moet veel georganiseerd worden voor een feest, op zo’n avond moet alles lopen, het moet dán, op dat moment, gezellig zijn. Als ik een feest organiseer, neem ik dat zo persoonlijk op dat ik daarna wel een week van de leg ben. Niet dat ik zelf met veren en glitters rond hoef te lopen, maar het moet wél goed zijn. Eigenlijk neem ik alle dingen die ik doe in het leven serieus: als je iets wilt in het leven, moet je het lekker inpakken.”

„Er is geen onderscheid tussen volwassenen en kinderen. Je hebt kinderen van drie maanden die een heel gezin terroriseren, toch? Ik communiceer vrij makkelijk met mensen, ik denk dat dat het succes van Taarten van Abel moet zijn. Als ik tegen die kinderen ineens een heel rare toon ga aanslaan, hebben ze dat heus wel door, hoor. En natuurlijk zou ik dat programma ook met volwassenen kunnen maken. Mijn vader zit vaak met het zweet in zijn handen te kijken: ‘Hoe dúrf je dat te vragen?’ Maar ik probeer juist vragen te stellen die ik zelf ook sans gêne zou durven beantwoorden. En ik vraag vanuit oprechte nieuwsgierigheid. Ik probeer ook geen tv te maken, ik probeer vooral níét tv te maken.”

„Als je op je veertigste wordt ontdekt als kindersterretje, is dat te laat om nog van in de war te raken. Dus ik ben wel blij dat dat niet eerder is gebeurd bij mij. En de roem? Als ik ’s nachts uit ben in een donkere kroeg en ze beginnen erover, dan word ik er niet opgewonden van, eerlijk gezegd. Ik doe ook wel eens schnabbels. Dan ga ik naar een locatie, zet driehonderd keer m’n handtekening en daar krijg ik een dik maandsalaris voor. Maar daar ben ik dan ook weer twee maandsalarissen van in de war. Omdat ik dan het gevoel heb dat ik me heb gehoereerd zonder klaar happy ending. Dat ik straks op een glazen plaat gegraveerd in Beeld en Geluid kom te hangen: dat is gewoon leuk. Ik ben getrouwd, maar zonder uitbundige bruiloft. Nou, dan heb ik nu mijn feestje. En ik kom naast Mies Bouwman te hangen! Tv, dat ís voor mij Mies Bouwman. We kennen elkaar nu ook, we zwaaien naar elkaar. Heerlijk toch?”