De nieuwste rage. Voor jongens

Een ‘brony’ is een jongeman die fan is van My Little Pony. In de VS zijn er intussen al honderdduizenden. Wat ze zoeken? Jezelf zijn, over gevoel praten. Wat ze delen? Vaak zijn het gamers, een beetje nerdy, die houden van dingen waar fantasie voor nodig is.

Verslaggevers

Friendship is magic

Bas van der Holst uit Sassenheim: 17 jaar, mutsje, strak G-Star-shirt. Bokst, drumt, luistert naar ska en punk en drinkt graag een biertje met zijn vrienden. Hij wil na de havo naar de Herman Broodacademie, een mbo voor popmuziek. Zijn kamer is een archetypisch jongenshol met een onopgemaakt bed, posters aan de muur, een enorm computerscherm en een drumstel.

En een doek waarop hij een pastelkleurige pony aan het schilderen is. Ja, daar wil hij best wat over kwijt. Want hij heeft schijt aan wat mensen ervan vinden: Bas is brony.

Het is de meest onwaarschijnlijke subcultuur van het moment: jongemannen (en in mindere mate vrouwen) die uitgesproken fan zijn van de tekenfilmserie My Little Pony. Niet de jarentachtigversie waar je zusje naar keek, maar de snelle remake uit 2010 – die overigens net zo poezelig en roze is. Onder het motto friendship is magic kibbelen pony’s met namen als Rainbow Dash, Fluttershy en Twilight Sparkle over alledaagse beslommeringen en leren ze wijze lessen over vriendschap die ze rapporteren aan de vliegende opperpony Celestia.

En Bas is niet alleen. Er zijn honderden bronies (van bro en pony) in Nederland. Duizenden in Europa. Honderdduizenden in de VS. Optimistische schattingen zeggen zelfs miljoenen. Bas’ beste vriend biechtte onlangs op dat ook hij al een half jaar brony is – ja, echt toevallig. Maar wel leuk, want nu zijn ze het samen.

Maar waarom vinden mannen dit leuk?

Hoe kan dat?

Ontwijk even de gedachte aan nare pedopraktijken. „MLP”, zegt Bas (want zo noemt hij het), „is leuk, kleurrijk, vrolijk. De karakters zijn doordacht, mensen kunnen zich erin vinden.” Zelf identificeert hij zich met pony Applejack, „want die is ook lekker nuchter”.

Eerst schaamde Bas zich dood voor zijn nieuwe hobby, maar nu kan het hem niks meer schelen. Hij bezoekt bronybijeenkomsten, discussieert op het Nederlandse bronyforum, kijkt afleveringen met vrienden, leest fan fiction en maakt met spuitbussen ponyschilderijen die hij aan andere fans verkoopt. „Op school moet je er altijd maar zíjn”, zegt hij. „De nieuwste smartphone, merkkleren, macho doen. Maar bij de bronies valt dat weg. Dan kun je gewoon jezelf zijn. Lekker soft. Ik wil ook weleens over gevoel praten.” 

Welcome to the herd

Lekker soft. Maar het is niet terecht om de bronygemeenschap af te doen als een verkapt praatclubje. Daarvoor is de beweging te groot, te divers. En daarvoor houden bronies te oprecht van de serie.

Laurens Nash (30), die in de buurt van Bas woont, zet zijn reusachtige flatscreen aan. Hij werkt bij een internetprovider en is naast brony ook furry: hij verkleedt zich graag in dierenpakken. Fluttershy is zijn favoriete karakter: verlegen, gevoelig, goed met dieren – net als hij. En ook hij is een tikje Applejack: eerlijk en ijverig.

Laurens zapt door de afleveringen. Applejack heeft de familiereünie verpest door te veel activiteiten te organiseren. Maar de boel wordt gered als ze samen een schuur moeten bouwen. De pony’s zingen: „Raise this barn, raise this barn, 1, 2, 3, 4!” De reünie explodeert in zang en dans en ponyknuffels. Op het laatst schieten twee vallende sterren langs de hemel. Laurens: „Kijk! Een tribute aan de overleden ouders van Applejack, zo mooi!”

Maar het is allemaal wel erg lila met glitters. En het gaat over pony’s. Vliegende pony’s.

Ja, ja, zegt Laurens, maar de serie is ook humoristisch. De liedjes zijn goed, de karakters ontwikkelen zich. De donkere kanten van het leven – faalangst, eenzaamheid, dood – worden niet verzwegen. Maar ook hij moest een grens over voor hij ging kijken: „We zijn geconditioneerd: My Little Pony is niet voor mannen.”

Maar inmiddels is dat het wel. En dat verbaast Laurens niets. „Mensen zijn kuddedieren”, zegt hij. „Deze maatschappij dwingt je tot individualisering. We missen samenhang. En dan gaan mensen hun eigen kuddes creëren.”

Over the herd, zoals de fanschare zich noemt, is inmiddels heel wat bekend. Psycholoog Patrick Edwards van de universiteit van Georgia volgt de gemeenschap al een tijd. Uit 24.000 enquêtes die bronies invulden bleek: een brony is een heteroseksuele (84 procent) man (86 procent) van gemiddeld 21 jaar die studeert (70 procent). Hij is iets minder dan gemiddeld geïnteresseerd in een relatie, bovengemiddeld introvert en gericht op vriendschap en harmonie en heeft de neiging zich te verliezen in kunst of muziek. De Nederlandse gemeenschap is jonger dan de Amerikaanse. Misschien omdat het in Nederland gemakkelijker is voor tieners om naar bijeenkomsten te komen.

Het ‘fandom’ is divers, benadrukken de bronies. Maar als ze dan per se moeten generaliseren: bronies zijn fervente gamers, nerdy, houden van live action role playing, anime, Dungeons & Dragons, hacken, muziek maken, tekenen en andere dingen waar fantasie voor nodig is. Als ze niet op school zitten of studeren, werken ze in de IT of in de creatieve sector. De groep maakt er een punt van open te staan voor iedereen. Autisten en ADHD’ers vinden er aansluiting.

Het gaat niet alleen maar over MLP, zegt Bas. Het gaat ook over bierdrinken, films kijken. „Ik houd niet alleen van regenbogen.” Of zoals geschiedenisstudent en brony Guus (21) het zegt: „Je komt voor de pony’s, maar je blijft voor de bronies.” 

I’m gonna love and tolerate the shit outta you

Maar wat zijn bronies? De nieuwe flower power na een decennium vol cynisme, crisis en angst voor terrorisme? De voltooiing van emancipatie? Hopeloos escapisme? Het fysieke anwoord op de eenzame internetcultuur? Gewoon weer een onbegrijpelijke digitale hype?

Bronies borrelden op uit het immens populaire bulletinboard 4chan, de ongecensureerde onderbuik van het internet. Het forum is een onnavolgbare mix van kattenplaatjes, racistische grappen, kotsende mensen en harde porno. Hier ontstaan ‘internetmemes’ als de lolcats, de Hitlerdubs, de rickrolls.

Een kritisch essay over de remake van de serie in 2010 door speelgoedfabrikant Hasbro was de aanzet tot een felle forumdiscussie. Die leverde, geheel onverwacht, een grote schare fans van de show op. 4chan stroomde vol met roze avatars en zachte ponyfilmpjes. Tegenstanders openden de aanval met snoeiharde paardenporno en dode pony’s. Het antwoord: meer roze. I’m gonna love and tolerate the shit outta you. De brony-wet luidde: haat bronies en ze houden van je. Houd van ze en ze houden van je. Die moraal trok honderdduizenden over de streep.

Sociologen noemen bronies een ‘ultra-cult’ waar we er meer van kunnen verwachten. Om een unieke identiteit te vinden, zoeken internetgebruikers steeds extremere en obscuurdere media-uitingen om zich mee te identificeren.

Maar mannen zijn geen fan van My Little Pony omdat het zo lekker campy en tegendraads is. Ze vinden de serie écht leuk. En dat is misschien wel het meest bevreemdende. Het is pleasure zonder de guilty. Cultuurcritici noemen bronies het summum van de opkomende ‘neo-eerlijkheid’: jonge mensen die zich zonder ironie storten in iets wat ze goed en leuk vinden. „Het is gewoon schattig”, zegt Bas. „Jongens willen ook wel eens schattigheid.” Hij steekt zijn vuist uit. „Geef me een bro-hoof!”

Confound these ponies!

Het imago van bronies is niet best. „Een stel blowende softies in roze T-shirtjes”, dacht zijn moeder toen Bas zijn hobby opbiechtte. Ze stelde haar mening bij toen ze een aantal van zijn vrienden ontmoette.

Een vileiner vooroordeel: bronies zijn pedo’s op jacht naar kleine meisjes. Want er zijn ook vrouwen en meisjes – pegasisters genoemd – actief in de community. Maar dat is niet zo, zegt student Guus, die niet met zijn achternaam in de krant wil – hij hoort wel eens dat mensen bij sollicitaties last ondervinden van hun hobby, vandaar. Eén brony werd niet bij het leger aangenomen, waarschijnlijk daarom. Guus modereert de discussies op de site. „Hier komen geen pedo’s”, zegt hij, „om de simpele reden dat er geen jonge kinderen lid zijn.” Pedofilie, zegt hij „is een van de weinige dingen die de gemeenschap absoluut niet accepteert”. De politie heeft er ook nog nooit van gehoord, en het Meldpunt Cybercrime heeft geen klachten ontvangen.

Brony-zijn gaat niet over seks – alhoewel er inmiddels wel een hele bibliotheek aan erotische ‘pony fan fiction’ bestaat. De oudere bronies zijn zich bewust van de aantrekkingskracht op kwaadwillenden op zoek naar contact met jonge kinderen. ‘Rotte appels’ houdt de moderator in de gaten, op feestjes van oudere bronies zijn jonge tieners meestal niet welkom.

Het imagoprobleem is slinkende. Bronies krijgen minder hatelijke opmerkingen op fora, bekende mensen komen openlijk voor hun liefde uit. Maar de snelste groei, in 2011, is alweer voorbij, ook in Nederland.

En wat als de serie ophoudt? Internetfenomenen hebben een korte halfwaardetijd, helemaal als de input stopt. Laurens denkt dat het ‘fandom’ dan kleiner wordt. „Maar de community, met zoveel fan fiction, beelden, games, leeft door. Want het gaat over vriendschap. En vriendschap is magie.”

    • Carola Houtekamer
    • Thomas Rueb