De grootste sculptuur van sneeuw en ijs

Al generaties lang bouwen boeren uit een Italiaans dorp de bobsleebaan van Sankt Moritz, uit sneeuw en ijs. Wat begon met Britse aristocraten op sleetjes werd een traditie. Vandaag starten de Wereldkampioenschappen.

Het bouwmateriaal voor de bobsleebaan valt uit de lucht. Meestal in november. Op een hoogte van 1.850 meter. Daarna is het duwen en schaven. Langs de provinciale weg, over dat smalle bergpaadje en daarna dwars over de golfbaan. Aangelegd met mathematische precisie, maar met het blote oog.

Die kennis ontstond al rond 1890, bij de voorhoede van de Britse wintersporttoeristen. Indrinken en dan lallend naar beneden, op zelfgemaakte sleetjes, dwars door het dorp, tussen mensen en paardenkoetsen door, tot ergernis van de lokale bevolking. „Dat werd te gevaarlijk, dus ze besloten een aparte baan aan te leggen”, zegt oud-kampioen Giancarlo Torriani, nu erevoorzitter van de Zwiterse bobsleefederatie.

En zo ontstond een nieuwe sport volledig naar een eeuwenoude Britse traditie: wat Wimbledon is voor tennis, Lord’s voor cricket en Henley voor het roeien werd St. Moritz voor het bobsleeën. Aristocraten op zoek naar vermaak, avontuur en snelheid.

Diezelfde Britten hadden Sankt Moritz al in 1864 tot het eerste wintersportoord in de Alpen gepromoveerd, nadat een Zwitserse hoteleigenaar, Johannes Badrutt, een weddenschap had bedacht. Hij nodigde vier Britse zomergasten uit voor een wintervakantie. Als het niet beviel zou hij hun reiskosten betalen, en als de sneeuw hen wel kon bekoren mochten ze blijven zo lang ze wilden. „Ze vertrokken pas in het voorjaar”, zegt Torriani.

Dat bleek het startsein voor een jaarlijkse trek naar St. Moritz, dat met zijn strakblauwe luchten als een magneet werkte op de rijken der aarde.

„Toen God het land verdeelde stonden de inwoners van St. Moritz drie keer vooraan”, citeert Torriani een lokaal gezegde. Nog altijd is het onder de besneeuwde toppen van het Engadin één lange optocht van kolossale zonnebrillen, glanzende bontjassen en dure horloges. De sport evolueerde mee: ijsgolf, sneeuwpolo, cricket on ice – op het meer van St. Moritz is alles al eens gedaan.

Maar bobsleeën is voor altijd. In het clubhuis van de Saint Moritz Bobsleigh Club is de historie aan de muren verankerd. Zwartwitfoto’s en vergeelde lijsten met vergeten clubregels (‘No lady may brake in any race‘) laten zien hoe het ooit begon. Met dikke wollen truien op een primitieve houten slee.

Ze joegen door dezelfde veertien bochten, met de Horseshoe, een draai van bijna 180 graden, als hoogtepunt. Dat de volgende bocht de naam Telephone Corner kreeg heeft te maken met de gevaren van de Horseshoe, waar zestig jaar geleden een bobber uit de bocht en tegen een boom vloog, en overleed.

„Voordat er camera’s waren stond er direct voorbij de Horseshoe een telefooncel”, zegt Torriani. „Daar stond de hele dag een mannetje te kijken of de bobbers de Horseshoe veilig doorkwamen. Bij elke passage gaf hij dat met zijn krakende telefoon door aan de starter.”

Een heel zacht gerommel zwelt aan in het stille, besneeuwde bos tussen St. Moritz en Celerina. Dan, uit het niets, flitst er een schaduw over het bospad, als een kanonskogel. En even snel wordt het witte wonderland weer in stilte gehuld.

Onder een loodrechte ijsmuur van twee meter leunt Alfred Nischler, een grijze snor en vrolijke ogen, tevreden op zijn schop. De bobslee die zojuist met 130 kilometer per uur door het smalle ijskanaal vloog, heeft geen schade aangericht aan zijn baan.

Al 32 jaar komt Nischler (52) speciaal over uit Naturns in Zuid-Tirol om samen met veertien dorpsgenoten de Olympia Bob Run te bouwen, elke winter opnieuw. Tienduizend kubieke meter sneeuw en water gebruiken de Italiaanse ijsmeesters – veeboeren in de zomer – om binnen drie weken met de hand de wereldberoemde bobbaan van St. Moritz aan te leggen, met zijn lengte van 1.722 meter de grootste ijssculptuur ter wereld. Het gereedschap: schoppen, schrapers, handen en voeten. „Zo werd het in 1904 gedaan, zo doen we het nu”, zegt Nischler.

St. Moritz is thuiskomen voor elke bobsleeër, zegt de beste Nederlander, Edwin van Calker. „Dit is enige natuurbaan in de wereld, en de oudste, op de plek waar deze sport is ontstaan. Het is een genot om hier te sleeën, heel anders dan op kunstbanen. De baan is elk jaar een klein beetje anders.”

Wat Van Calker het meest opvalt, onderweg, is de rust. „Je hoort alleen de ruis van de slee. Op kunstbanen van beton rammelt het aan alle kanten. Hier ga je nog over echte sneeuw.”

En dwars door de natuur, onzichtbaar in de zomer. Toch is de baan niet „niet verschrikkelijk moeilijk”, vindt Van Calker, die in 2009 brons won bij een wereldbekerwedstrijd in St. Moritz. „Het is wel een uitdaging om snel te zijn. Als je bij de Horseshoe je snelheid kunt behouden kom je een heel eind.”

De mannen uit Naturns hebben opnieuw topkwaliteit geleverd. Maar hoe kan een Zwitserse baan worden gebouwd door Italianen? „Dat is generaties geleden begonnen met één boer die kwam helpen”, zegt Alfred Nischler. „Die nam het volgende jaar zijn vrienden mee. De kennis wordt van vader op zoon doorgegeven. Daarom lijkt de baan altijd weer op de vorige.”