Cyberpesten. En wat doen we ertegen?

Naaktfoto’s van een klasgenootje op internet, een filmpje waarin die jongen van de sportclub in elkaar wordt geslagen, bedreigingen via Facebook: pesten verschuift naar internet. Uit de Monitor Sociale Veiligheid uit 2012 bleek dat vier procent van alle 9 tot 16-jarigen herhaaldelijk via internet gepest zou worden.

Cyberpesten is een lastig probleem. Tieners leveren zelf vaak het materiaal aan. In 2011 deed de NHL Hogeschool in Leeuwarden onderzoek onder vijftig jongeren van 14 en 15 jaar. Drie procent plaatste seksueel getinte foto’s van zichzelf op internet, vier procent filmde seksuele handelingen met de webcam, waarvan een deel online belandde. Over de gevolgen denken ze niet na. Fleur de Jong van expertisecentrum Pestweb: „Wanneer je vroeger een pestbriefje maakte, werd dat alleen in de klas rondgegeven. Maar als je een filmpje op het internet zet, is het openbaar voor iedereen. Cyberpesten is toegenomen omdat de mogelijkheden groter zijn geworden. Jaren geleden had je enkel Hyves, nu is er ook Facebook en Twitter.”

Maar wat is ertegen te doen?

    • Carmen Dorlo