Clean

‘Meneer Pfeijffer, ja of nee. Heeft u tijdens uw literaire carrière ooit gebruikt gemaakt van middelen die uw schrijfprestatie bevorderden?”

„Ja.”

„Ja of nee. Was een van deze middelen alcohol?”

„Ja.”

„Ja of nee. Heeft u tijdens het schrijven ooit gebruik gemaakt van andere prestatiebevorderende middelen, zoals nicotine?”

„Ja.”

„Ja of nee. Heeft u bij alle boeken die u heeft geschreven van deze middelen gebruik gemaakt?”

„Ja.”

„Zou het volgens u mogelijk zijn om een boek te schrijven zonder het gebruik van deze middelen?”

„Nee, ik zou denken van niet.”

Volgens een uitgebreide reconstructie van deze krant was het gebruik van alcohol en nicotine al lange tijd schering en inslag in de Nederlandse schrijverswereld. „Bij mijn uitgeverij gebruikten negen van de tien auteurs”, aldus een bron die anoniem wil blijven. „Alleen Arie Storm was clean. Maar die schreef dan ook geen deuk in een pakje boter.”

Waren de uitgevers op de hoogte van het gebruik van alcohol door de schrijvers? „Natuurlijk. Iedereen wist ervan. Ik heb vaak gezien dat redacteuren de alcohol zelf toedienden aan hun auteurs. En dat ging dan meestal niet om kinderachtige hoeveelheden.”

Waren de schrijvers nooit bang om tegen de lamp te lopen? „De controles stelden weinig voor in die tijd. Sommige schrijvers bewaarden de alcohol gewoon thuis in de koelkast. En de meesten wisten precies hoever ze konden gaan. Dat iemand als Hafid Bouazza op een gegeven moment is betrapt, kwam doordat hij midden in het café met zijn hoofd op het tafeltje in slaap viel. Maar die gebruikte ook wel wat zwaardere middelen. Zover heb ik zelf nooit willen gaan.”

Is er iets veranderd? Heeft de stroom van bekentenissen geleid tot een afname van het alcoholgebruik in de Nederlandse schrijverswereld? „Ik ben ervan overtuigd dat er door de jonkies van nu veel cleaner wordt geschreven”, aldus een van onze bronnen. „Dat kun je alleen al zien als je hun prestaties vergelijkt met wat wij in onze tijd schreven. Het schrijverschap is gezonder geworden, daar kan geen twijfel over bestaan. Je kunt je alleen afvragen of het publiek ermee is gediend.”