Brit versus Boer, Boer versus zwart

In een schitterend geschreven boek belicht Martin Bossenbroek de Boerenoorlog vanuit het perspectief van een Nederlander, een Brit en een Boer. Maar waarom ontbreekt dat van de zwarte Zuid-Afrikanen en Afrikaner vrouwen?

Boer War: Boer women and children in a British concentration camp in the Transvaal. From Archive/Hollandse Hoogte

Wie de publieke opinie meeheeft, wint nog geen oorlog. Daar komen de Zuid-Afrikaanse Boeren, afstammelingen van Nederlandse kolonisten, rond de vorige eeuwwisseling op hardhandige wijze achter. In 1880 zijn ze beland in de eerste Boerenoorlog tegen de Britten. In feite gaat het om enkele schermutselingen waarbij de Boeren uiteindelijk hun zin kregen. Ze mogen hun eigen staat hebben: Transvaal en Oranje Vrijstaat.

De Boeren zijn bebaarde mannen die niemand vrezen, behalve de Here. Door Paul Kruger (‘oom Paul’ voor intimi en de gehele Nederlandse bevolking) laten ze zich leiden naar een tamelijk onaantrekkelijk gebied dat landinwaarts ligt. Alleen blijkt de grond wel degelijk waardevol: er ligt goud en diamant onder. Binnen de kortste keren is Kruger president van een soort Sodom en Gomorra. Johannesburg wordt uit de grond gestampt om het goud te delven en tot ergernis van Kruger wordt de Bijbel ingeruild voor bankbiljetten. Maar de inkomsten zijn welkom, er moet een spoorlijn komen om de grote rijkdommen te vervoeren en er kunnen moderne wapens worden gekocht.

De Britten zijn niet blij met de ontwikkelingen. Als Kruger in 1898 tot president wordt herkozen, beseffen ze dat er iets moet gebeuren: ‘nog vijf jaar Boerendictatuur en Transvaal was definitief verloren’, stelt de Britse bestuurder in Kaapstad, Sir Alfred Milner. Hij wil de Union Jack in heel zuidelijk Afrika in top en dwingt alle blanken in Zuid-Afrika tot een keuze: wie niet vóór hem is, is tegen hem – een verlicht Brits bestuur of het dictatoriale Kruger-bewind. Een oorlog met de Boeren zal van korte duur zijn.

Dat laatste blijkt een misrekening. De Boeren hebben betere wapens en een andere tactiek. Niks geen afspraken op het slagveld waar je je laat omleggen, maar je ingraven en verdedigen, dat is de Boeren-methode. De Britten vallen bij bosjes. Volgens historicus Martin Bossenbroek zijn ze minder zuinig op hun soldaten dan de Boeren. Ruim 22.000 Britse militairen komen om, terwijl de Boeren 6000 soldaten verliezen, schrijft hij in zijn boek De Boerenoorlog.

De tweede oorlog tussen Boer en Brit, van 1899 tot 1902, zal de geschiedenisboeken ingaan als de eerste oorlog waarin de vijand in concentratiekampen (in feite interneringskampen) wordt opgesloten. Tien procent van de Boerenbevolking – voornamelijk vrouwen en kinderen – komt om het leven in de Britse kampen. De Britten zijn er overigens van overtuigd dat alle dode kinderen vooral te wijten zijn aan het gebrek aan hygiëne onder de Afrikaner vrouwen. ‘Eigenlijk zouden ze gestraft moeten worden voor hun nalatigheid’, liet een Britse sergeant weten aan het thuisfront.

Verkleefdheid

Bossenbroek laat zien hoe het zo ver kon komen, en hoe de publieke opinie reageerde. Hij heeft ook veel aandacht voor de rol van Nederland, waar de sympathie uit ‘gevoelens van verkleefdheid’ met de afstammelingen van de Nederlandse kolonisten groot was.

In Holland op zijn breedst (1996) schreef Bossenbroek al over de invloed van Zuid-Afrika op de Nederlandse cultuur rondom 1900, maar nu is het andersom: welke rol speelde Nederland tijdens de Boerenoorlog? De Britse premier Lord Salisbury wist het wel: ‘we, not the Dutch, are Boss’.

En juist daarom hebben Nederlandse investeerders belang bij een eigen spoorlijn waardoor de goudvoorraad niet meer over Britse spoorwegen vervoerd hoeft te worden.

Het is de Nederlandse jurist Willem Leyds die de belangen van de Afrikaners behartigt, in zowel Zuid-Afrika als Europa. Bossenbroek kiest deze Leyds voor een van de drie invalshoeken waarmee hij zijn verhaal vertelt. De 25-jarige jurist wordt in 1884 door Kruger overgehaald om naar Pretoria te komen, maar hij aarzelt: wat moet een getalenteerde, belezen en cello spelende man, bij een stelletje achterlijke, Bijbellezende Boeren? Toch laat hij zich overhalen en wordt staatssecretaris, direct onder Kruger. De Boeren vinden Leyds te Hollands, hij is niet echt kerkelijk en mist een baard. Toch zal Leyds tot aan zijn dood de Boerenzaak behartigen, want ook al staan ‘de Boeren hem tegen, de Boerenzaak is hem dierbaar’. Leyds laat weliswaar zijn baard staan, maar blijft een buitenstaander.

Wanneer hij symbolisch genoeg medische problemen krijgt en zijn stem dreigt te verliezen, keert hij terug naar Nederland om van daaruit te werken voor de goede zaak: Frankrijk, Duitsland, Nederland en de Russen moeten gewonnen worden voor de belaagde Boeren. Overal is er sympathie, maar niemand waagt zich aan het tarten van de Britten. Ook in Nederland staat het hele volk achter oom Paul, maar daadwerkelijke actie blijft uit. Investeerders trekken zich terug: ze hebben meer op met de belangen in Nederlands-Indië.

Het tweede perspectief dat Bossenbroek hanteert is het Britse, namelijk dat van Winston Churchill. Als oorlogscorrespondent vertrekt de latere Britse premier naar Zuid-Afrika met flink wat aanbevelingsbrieven op zak, die hij te danken heeft aan de vriendenkring van zijn moeder en de reputatie van zijn overleden vader. Als oorlogscorrespondent heeft Churchill haast, hij wil zich laten gelden omdat hij denkt dat hij net als zijn vader jong zal sterven.

Tegelijkertijd is hij er van overtuigd dat hij op aarde is om iets groots te volbrengen. Hij geniet van de oorlog, houdt van het uitzicht op vluchtende Boeren, schrijft verslagen vanaf het slagveld en wordt zelfs gevangengenomen door de Boeren.

Wanneer Churchill weet te ontsnappen, zetten de Boeren een beloning op zijn hoofd (van 25 pond), maar dat mag niet baten. Met zijn artikelen weet hij de Britten te winnen voor de oorlog. In een later stadium doet hij zelfs mee aan de gevechten: embedded journalism ten top. Bij terugkomst in Engeland, waar hij op 1 oktober 1900 meedoet met de landelijke verkiezingen, zingt men liedjes over hem: ‘You’ve heard of Winston Churchill, This is all I need to say, He’s the latest and the greatest, Correspondent of the day.’ Prompt wordt hij gekozen in het Lagerhuis.

Huisdieren

Het derde perspectief dat Bossenbroek kiest is dat van Deneys Reitz, een Boer die zich bij de commando’s aansluit. Zijn verhaal is het gruwelijkst: afgeschoten hoofden, hongersnood, vrouwen in interneringskampen. Reitz sluit zich aan bij Jan Smuts, die richting de Kaap trekt om daar tegen de Britten te vechten en de Afrikaners voor zich te winnen. Gehuld in jutezakken trotseren ze kou en ellende.

Ze verslaan nog wat Britten, maar merken ook dat de oude afspraak van een white man’s war verbroken is. Aan Engelse zijde vechten steeds meer kleurlingen en zwarten mee. Logisch ook: de Boeren zien zwarte bediendes als huisdieren, terwijl de Britten hen stemrecht hebben beloofd. Met dit argument maken de Britten goede sier in Europa: ze voeren een oorlog tegen raciaal onrecht. Maar na de vrede in 1902 blijven de kleurlingen en de zwarte bevolking met lege handen achter: geen enkel recht wordt ze toebedeeld.

Wat in De Boerenoorlog dan ook ontbreekt is het verhaal van de zwarte Zuid-Afrikanen. Rijkelijk put Bossenbroek uit de brieven van Leyds en diens vrouw aan het thuisfront, uit de verslagen en brieven van Churchill en de dagboeken van Reitz, maar waarom niet ook uit de Boer War Diary van de zwarte politiek activist Sol Plaatje? Dat had dit schitterend opgeschreven verslag van de Boerenoorlog nog completer gemaakt.

Ook het perspectief van een Afrikaner vrouw in een interneringskamp wordt node gemist – Bossenbroek had daar met zijn voortreffelijke stijl en rake hand van citeren waarschijnlijk indrukwekkende passages van kunnen maken. En zo heb je na lezing van het grootse en volle De Boerenoorlog toch het idee dat je nog méér had willen lezen.