Alleen een Bol gaat naar erven Katz

Antiek. Kunsthandel 'Katz' in Dieren: de eigenaars de heren B. en N. Katz. Nederland, Dieren, 1936. ;

De erven Katz krijgen één schilderij terug: Man met hoge baret van Ferdinand Bol. Van de overige 188 schilderijen waarop ze menen recht te hebben, kunnen ze niet overtuigend genoeg aantonen dat broers Benjamin en Nathan Katz ze in de oorlog onvrijwillig hebben verkocht. Dit oordeelt de commissie die de regering adviseert over restitutieverzoeken.

Vijf jaar geleden dienden de erfgenamen van de broers, 21 in totaal, een claim in bij de Nederlandse staat. Ze meenden dat de situatie in de oorlog de broers noopte tot de verkoop van de schilderijen. Hoewel zij „erkennen dat dit een complexe zaak is”, laten ze in een reactie weten, blijven zij erbij dat hun onderzoek heeft aangetoond dat de broers, die een kunsthandel in Dieren runden, de schilderijen hebben verkocht om „hun eigen families en die van vele anderen te redden”. Juist door het inzetten van hun „succes in de kunstwereld” konden ze mensen redden „in een tijd dat zeventig procent van de Joodse bevolking systematisch is uitgemoord door de Duitse bezetters”.

De commissie oordeelt daarentegen dat de schilderijen in een tijd zijn verkocht, kort na het begin van de oorlog, toen de anti-Joodse maatregelen nog niet erg stevig waren. De prijs die de broers ervoor kregen –1,8 miljoen gulden – was bovendien marktconform.

De erven moeten nog beslissen of ze het oordeel zullen aanvechten. De meeste van de werken, waaronder waardevolle schilderijen van Hollandse meesters als Gerrit Dou, Jan Steen en Gerrit Berckheyde, zijn momenteel in het bezit van de Nederlandse staat en hangen in musea.

Het schilderij van Ferdinand Bol hangt in Museum Gouda. Het is eind november 1941 verkocht aan de Duitse museumdirecteur Hans Posse. Voor hem speurden de broers de Nederlandse markt af naar werken voor het op te richten Führermuseum in het Oostenrijkse Linz. Van dit werk van Bol hebben de erven wel kunnen aantonen dat het noodgedwongen is verkocht.

Gerard de Kleijn, directeur van Museum Gouda, heeft gemengde gevoelens: „Het is goed nieuws voor de Nederlandse musea dat de claim van Katz op 189 werken grotendeels wordt afgewezen. Het is pech voor Museum Gouda dat de enige toegewezen claim het schilderij van Ferdinand Bol betreft.”

Eerder werd de publiekstrekker van Museum Gouda, Kind op Sterfbed van Bartholomeus van der Helst, toegewezen aan de erven van de Joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker. De erven hebben het werk later geschonken aan het museum.

Het Amerikaanse Getty Research Instute heeft gisteren aangekondigd 250.000 veilingcatalogi uit Duitsland, Oostenrijk en de door de nazi’s bezette gebieden uit de periode 1930 tot 1945 te hebben verwerkt in een digitale database. Deze gegevens kunnen een rol spelen, zo meent het Getty Institute, bij lopende restitutiezaken.