Al mopperend meeprofiteren

Wat is dat toch met die free riders, die burgers die zeuren over andermans altruïsme, maar daar tegelijk van profiteren, vraagt Maxim Februari zich af.

Als er één iemand is die me ergert, dan is het de man die altijd met spottende blik in het midden van de zaal zit en aan het eind van het debat opstaat om te zeggen dat het weer niks was.

Zolang alle aanwezigen zich uitputten in toekomstperspectieven en oplossingsrichtingen houdt hij – het is meestal een man – zijn mond. Pas als het gesprek zijn einde nadert en de gespreksleider vraagt of er nog laatste opmerkingen zijn, staat hij op en zegt dat het allemaal goed en aardig is, zo’n debat, maar dat natuurlijk weer helemaal niemand het heeft gehad over het thema dat hem zelf zo ter harte gaat. Gemiste kans, zegt hij. Hele avond naar de knoppen.

Gans de wereld siddert voor deze man. Hij is het die zijn abonnement dreigt op te zeggen. En zijn partijlidmaatschap. En zijn klandizie. En zijn medewerking aan het belastingstelsel. Gérard Depardieu is deze man. Je moet het hem naar de zin maken, naar zijn gunsten dingen, want anders staat hij op en zegt dat hij zijn handen ervanaf trekt. Kijk, daar staat hij al. ‘Ik heb één ding in het debat gemist.’ Nee, oliebol, je hebt het niet gemist, je bent zelf vergeten het in te brengen.

De zaak van de acteur Depardieu, die om fiscale redenen zijn Franse nationaliteit voor de Russische verruilt, laat zien hoeveel ellende dit volatiele gedrag van mensen veroorzaakt. Politieke partijen en kranten moeten steeds verwoeder reclame maken voor hun product om zwevende klanten bij zich te houden. En nu moeten zelfs landen de boer op om zichzelf als vestigingsplaats te promoten. Als je niet oppast, reizen immers alle fabrieken af naar lagelonenlanden en alle rijke burgers naar hogelonenlanden. Zodat het gepeupel dat achterblijft steeds minder werk heeft en steeds meer belasting moet betalen.

Daarom ergert de man me zo die opstaat aan het eind van ieder debat. Hij is de verpersoonlijking van de free rider. Hij is het die anderen laat opdraaien voor het aandragen van oplossingen, voor de totstandkoming van het gesprek, voor de totstandkoming van natie en cultuur, en jawel, hij rijdt graag een stuk mee, maar hij weigert uit superioriteit een kaartje te kopen, want voor het leveren van een bijdrage is hij te slim. Kennis, cultuur, communicatie, politiek en nieuws – hij krijgt het allemaal gratis. En hij spuugt erop.

Vandaag leest iemand me voor de gezelligheid voor uit het dagboek Zeilen und Tage van de filosoof Peter Sloterdijk. Twee jaar geleden, op 30 januari, las Sloterdijk op zijn beurt een artikel over Ayn Rand. De grande dame van het egoïsme, fervent bestrijdster van de verzorgingsstaat, peetmoeder van de Tea Party-beweging, trotse kettingrookster, die na gediagnosticeerd te zijn met longkanker een beroep deed op hetzelfde socialezekerheidsstelsel dat ze eerder had uitgeroepen tot toppunt van slechtheid en immoraliteit. Basic evil.

Het valt vast uit te leggen, Ayn Rand die hulp aan de armen verafschuwt en er toch zelf gebruik van maakt. Inderdaad vind ik op internet alle mogelijke manieren om dit goed te praten. Maar het is in intellectueel en moreel opzicht wel free rider-gedrag. Je spuugt op het altruïsme van anderen en maakt er honend gebruik van.

Bij alle gemopper op de publieke sector, de verzorgingsstaat, de overheidsuitgaven en overheidssteun wordt vergeten dat veel mensen in de samenleving zelf fungeren als subsidiërende instanties. Verpleegsters en verzorgenden werken harder om hun taak uit te voeren dan je op grond van hun betaling zou mogen verwachten en subsidiëren zo individueel de zorgsector waarvan de rest van de bevolking gebruikmaakt.

Kunstenaars werken zich grotendeels onbetaald het vuur uit de sloffen en maken daarmee de kunstsector eerder tot een subsidiërende dan tot een gesubsidieerde sector. Vrijwilligers en mantelzorgers ondersteunen de samenleving in Nederland ruimhartiger dan waar ook ter wereld. Dan heb je de free riders, die hun lidmaatschap opzeggen en hun abonnement, die spugen op de inzet van anderen, maar daarop wel een beroep doen.

In alle artikelen die de laatste tijd zijn verschenen over de crisis in het boekenvak valt één bewering op. Schrijvers willen zo veel mogelijk verdienen met hun boeken, lees ik, en lezers willen zo min mogelijk betalen. O, is dat zo? Is er werkelijk geen andere inzet te ontwaren in de wereld van de literatuur dan zo veel mogelijk verdienen en zo min mogelijk betalen? Zijn alle literatuurlezers free riders die hun boeken illegaal downloaden?

Ik zou weleens een onderzoek willen naar de man die altijd opstaat aan het eind van ieder debat. Welke boeken leest hij die hem zo superieur maken en zo hoog verheven boven de ijverige inspanningen van anderen? Naar welke muziek luistert hij? Er is al genoeg rolbevestigend onderzoek naar de relatie tussen muziekvoorkeur voor heavy metal en de neiging tot vandalisme bij jongeren.

Het zou interessanter zijn te weten of lezers van Mulisch eerder geneigd zijn tot illegaal downloaden dan lezers van Austen. Misschien ontduiken operaliefhebbers vaker de belasting dan liefhebbers van kamermuziek. Wie zijn die free riders? Wat zit er in hemelsnaam in hun hoofden?

Maxim Februari is filosoof en schrijver.

    • Maxim Februari