Wilma Holleeder

Vrouwen zijn al langer actief in de georganiseerde misdaad. Maar ze komen steeds vaker in beeld en hebben vaker een leidinggevende rol, staat in een onderzoek dat vandaag verschijnt.

Nederland, Amsterdam, 23-01-2013 Rolinde Hoorntje als Wilma Holleder voor NRC Next PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS

La Bella Bettien werd ze genoemd. Blond, mooi, vrolijk. Hield van glamour en avontuur. Al feestend belandde ze in de jetset van het Spaanse Marbella en viel in de armen van een Colombiaan in de drugs. Het meisje uit Haarlem klom op tot belangrijke schakel tussen cocaïnebaronnen en de Italiaanse maffia. Dat kon ze prima: ze sprak haar talen, was onverschrokken. En bovenal: ze was als jonge, aantrekkelijke vrouw niet verdacht.

Misdaad is nog steeds een mannenzaak. Maar het lijkt erop dat vrouwen een inhaalslag maken. We kennen ze al als gewiekste winkeldief, drugssmokkelaar, hoerenmadam. En, in een enkel geval, topvrouw binnen een drugskartel.

Maken vrouwen inderdaad carrière? Zou Holleeder tegenwoordig net zo goed een vrouw kunnen zijn? Vandaag presenteren vier onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en Hogeschool Leiden Criminele meisjes en vrouwen: achtergronden en aanpak, een inventarisatie van onderzoeken en nieuwe cijfers. Hun antwoord op de vraag: nee, en ja.

Ja: het aandeel vrouwen en meisjes dat wordt opgepakt voor een misdrijf stijgt al tien jaar: nu is één op de vijf verdachten vrouw. Het aantal door vrouwen gepleegde geweldsmisdrijven is in zestien jaar verdubbeld. In de georganiseerde misdaad zien de onderzoekers dat meer vrouwen een leidinggevende rol hebben.

Maar ook: nee, vrouwen zijn niet crimineler, ze zijn alleen meer in beeld. Onderzoeker Annemarie Slotboom: „Tachtig jaar lang zagen we criminaliteit als een mannenaangelegenheid, ook als onderzoekers. Pas de laatste tien jaar nemen we vrouwen serieus.” De extra aandacht verklaart voor het grootste deel de stijging, zegt Slotboom.

Behalve in de georganiseerde misdaad. Daar doen vrouwen het goed. Want ook zij kunnen prima voldoen aan de vacature-eisen van een topcrimineel. Wat die zijn? Hoogleraar criminologie Frank Bovenkerk van de Universiteit Utrecht heeft zo’n personeelsadvertentie weleens geschreven op basis van veel onderzoek. De functie-eisen:

Scoort hoog op extraversie

Scoort laag op altruïsme

Maakt geen fouten

Beheerst impulsen

Is megalomaan

Narcistische persoonlijkheid geen bezwaar

Dat kan prima een vrouw zijn, toch? Bovenkerks collega, hoogleraar criminologie Dina Siegel, zag met eigen ogen hoe criminele vrouwen aan de top kwamen. Ze schreef er een hoofdstuk over in het vandaag gepresenteerde boek.

Al jaren doet Siegel – geboren in Rusland, studie in Israël – onderzoek naar misdaad: naar de Russische maffia, diamanthandel, drugssmokkel, Oost-Europese bendes, Nigeriaanse vrouwenhandel. Weinig hoogleraren gaan zo onorthodox te werk als zij. Voor haar onderzoek spreekt ze af met Russische criminelen in chique restaurants en luxe hotel-lobby’s en praat met Nigeriaanse mensenhandelaren in hun eigen huiskamer.

Siegel wil niet van ‘emancipatie’ in de misdaad spreken. „Vrouwenemancipatie is nu geen belangrijke trend, dat was het in de jaren zestig. Het is de globalisering waardoor vrouwen kansen krijgen.” De hoogleraar wijst naar drie criminele milieus waarin vrouwen kansen kregen en benutten.

Eén: de Nigeriaanse madams. Na het instorten van de Nigeriaanse economie in de jaren tachtig vertrok een grote groep vrouwen naar Europa. Een deel ontdekte dat er in de prostitutie goed geld was te verdienen. Siegel: „Ze waren exotisch en hadden veel klanten.” Sommigen verdienden zo goed, dat ze in de jaren negentig andere meisjes konden rekruteren en naar Europa konden laten reizen. „Nu zijn de leidinggevende posities in de mensenhandel in handen van de Nigeriaanse madams.”

Twee: de Italiaanse maffia. „In de jaren negentig besloot een groot aantal maffiosi te gaan praten met justitie. Veel mannen werden opgepakt. De achterblijvers waren de dochters en de vrouwen. Die hebben de rol van de gedetineerde mannen overgenomen.”

En drie: de drugskartels in Mexico en Colombia. Eind jaren negentig maakten de twee grote Colombiaanse kartels, Medellín en Cali, plaats voor kleine, gedecentraliseerde groepen. Siegel: „Toen kon iedereen meedoen met drugssmokkel. Veel vrouwen kregen toen de gelegenheid. Sommigen waren zo actief, dat ze de rol van mannen overnamen.”

Vrouwen nemen net zoveel risico als mannen, zegt Siegel. Hun beweegredenen zijn ook hetzelfde als die van mannen: snel veel geld verdienen. „Nigeriaanse meisjes, bijvoorbeeld, zien de grote, luxe huizen die de madams laten bouwen en denken: dat wil ik ook. Veel meisjes zijn arm en hebben niks te verliezen.”

Maar de methodes van criminele vrouwen zijn anders, zegt Siegel. „Ik vind vrouwen iets meer berekenend, iets meer georiënteerd op slimmere oplossingen. Bij mannen is er vaker sprake van machismo en geweld. En vrouwen maken gebruik van hun schoonheid. Veel criminele vrouwen zijn echt heel mooi.” 

Maar dat vrouwen massaal doorstoten naar de top? Het is vooral de aandacht die is verschoven, zeggen strafadvocaten en onderzoekers.

Lang zag justitie vrouwen enkel als slachtoffer, als zielig, zegt strafpleiter Gerald Roethof uit Amsterdam. Hij heeft, uit binnen- en buitenland, veel vrouwelijke cliënten die worden verdacht van drugssmokkel, geweldsdelicten of witwassen. „Bij mensenhandel zocht de politie altijd naar een pooier met een knuppel. Maar nu zien ze dat prostituees zelf opdrachtgever worden.”

Of neem drugssmokkel. „De marechaussee controleerde in het verleden met name mannen extra. Nu controleren ze iedereen, dus ook de vrouwen. En dan pak je vanzelf meer vrouwen.”

Vaak zijn het tactische overwegingen waaruit de politie vrouwen oppakt, zeggen advocaten. Roethof: „Dan wordt de vrouw opgepakt en zegt justitie tegen haar criminele man: kijk wat voor klootzak je bent. Door jóú zit je vrouw vast! Zo voeren ze de druk op.”

En die wilde verhalen over ongenaakbare godmothers en ijskoude slangenkoppen dan?

Ze zijn er wel, weet criminoloog Bovenkerk. Hij zocht begin jaren negentig La Bella Bettien op in een Italiaanse gevangenis. Alle clichés klopten: een gesoigneerde vrouw, prachtig gekleed, die „zonder met haar ogen te knipperen” aan Bovenkerk vertelde hoe ze moordopdrachten gaf.

Dat ze de top halen bewees ook de fragiele Sister P., leidinggevende van een Chinees mensensmokkelnetwerk die altijd met vier stevige bodyguards in de Rotterdamse binnenstad werd gezien. Bovenkerk: „Brute mannenkracht is voor de baan niet nodig, die kun je inhuren.”

Sterker, door hun flair en overredingskracht is het arbeidspotentieel van vrouwen in de misdaad misschien wel hoger dan van hun mannelijke evenknie. Vrouwen, zegt Bovenkerk, hebben één groot voordeel: ze zijn niet snel verdacht. Handig als je drugs langs de paspoortcontrole wilt loodsen. „Al zullen echte topvrouwen dat vuile werk niet hoeven doen.”

En toch, de echte vrouwelijke topcriminelen zijn schaars. Zelfs de meest bekenden waren vooral uitvoerders en niet degenen die de bevelen uitdeelden. Bettien Martens had Colombiaanse bazen boven zich en Sister P. werd volgens justitie aangestuurd door ‘Peter uit Eindhoven’.

Ja, er is een glazen plafond, zegt Bovenkerk. In de misdaad hebben vrouwen, net als in het bedrijfsleven, last van vooroordelen. „Vrouwen zijn in de ogen van mannelijke collega’s een te groot risico. Ze hebben de naam dat ze hun mond snel voorbij praten en ze zouden in staat zijn om over te lopen.” Ze zijn volgens mannen te onberekenbaar, te veel een gevoelsmens.

Terwijl juist een zekere kilte in de rationele wereld van de georganiseerde misdaad noodzakelijk is. „De politie en je concurrentie zijn je grote vijand”, zegt Bovenkerk. „Vrouwen zouden tegen hen niet bestand zijn.”

Ook Bettien Martens zwichtte uiteindelijk voor de druk van justitie en verraadde al haar compagnons. Ze gaat nu met een andere identiteit door het leven.

Willen vrouwen echt carrière maken in de misdaad, dan zullen ze het moeten zoeken in een andere branche: terrorisme.

Berucht waren Ulrike Meinhof van de Rote Armee Fraktion en Leila Khaled, de eerste vrouw die een vliegtuig kaapte. „Internationale terrorismebestrijders noemen vrouwen levensgevaarlijk”, zegt Bovenkerk. Juist omdat ze zich laten leiden door irrationale overwegingen, verblind door de liefde.

De standaard veiligheidsinstructie voor politie bij een aanslag: shoot the women first.