'We kochten als kippen zonder kop'

Ze hadden kunst noch kennis. Wel een hoop geld, verdiend met veevoer. Nu bezit het echtpaar De Heus een uitgelezen kunstcollectie, deels te zien in Singer Laren. „Met kunstenaars gaat het tenminste ergens over.”

Het begon met een grote lege hal. Henk en Victoria de Heus hadden een huis gekocht aan de rand van Barneveld, hun woonplaats. De lege muren van de hal gaapten hen aan. Ze vroegen zich af hoe de vorige eigenaar die had gevuld. Met kunst, zo bleek.

„Wij dachten: dat doen wij ook”, zegt Henk de Heus. Zijn vrouw Victoria: „Dat moment is cruciaal geweest. Ons leven is sindsdien zo verrijkt, op allerlei vlakken.” Naar zo’n levensveranderend moment zochten ze ook, want niet alleen de hal was leeg. Het moment van aankoop van het huis, in 1989, viel samen met de periode in hun leven waarop Victoria en Henk de Heus op een kruispunt stonden. Of beter, zoals blijkt uit alles wat ze erover vertellen: op een doodlopende weg.

Ze waren in de veertig, met hun mengvoerbedrijf De Heus ging het goed, de kinderen waren bijna allemaal het huis uit. Victoria: „En zin in golfen hadden we niet.” Henk: „Een zeiljacht doet ons niets.” Victoria: „Ik word er zeeziek van! Eigenlijk zochten we naar een invulling voor onze vrije zaterdagmiddag.”

Inmiddels bezitten ze een van de mooiste privéverzamelingen van eigentijdse kunst in Nederland. In het komende jaar zijn hoogtepunten te zien op twee tentoonstellingen: Nederlands werk in het Singer Museum in Laren (‘Van Cobra tot Dumas’, vanavond is de opening) en kunst gericht op de natuur in het Friese Belvédère, met werken van onder anderen Eric Andriesse, Daan van Golden, Ronald Ophuis en Co Westerik. Volgend jaar komt er nog een tentoonstelling, in Boijmans Van Beuningen, met Chinese werken uit hun bezit.

Van sommige werken verbaast het dat ze in het bezit van De Heus zijn, door hun bekendheid bij een groot publiek. Zoals een Anselm Kiefer die het echtpaar in langdurige bruikleen heeft gegeven aan Boijmans. Of de Naomi Campbell door Marlene Dumas.

Terug naar het begin: het eerste eigentijdse kunstwerk dat ze kochten was van de Russische Masha Trebukova. Henk voelde een enorme opwinding toen hij het aanschafte, bij een galerie aan de Keizersgracht. Thuis ging het direct aan de muur. De familie kwam langs om het te bekijken. Tegenover kunstcriticus Hans den Hartog Jager, auteur van de catalogus bij de Singer-tentoonstelling, vatte Henk de reactie van de omgeving helder samen: „Jullie zijn hartstikke gek geworden.” Ook vrienden en kennissen reageerden louter afkeurend in de periode die volgde.

Misschien droegen die reacties juist wel bij aan de vastberadenheid van het echtpaar. Ze hadden samen iets ontdekt: hedendaagse kunst. Met groot enthousiasme doken ze in een volstrekt nieuwe wereld. Met iets te veel enthousiasme, zeggen ze nu: „Dat eerste half jaar hebben we als een kip zonder kop kunst gekocht.”

„Kijk”, zegt Henk, „we wisten natuurlijk helemaal niets. We bezochten nooit een museum voor hedendaagse kunst, zelfs niet in de vakanties.” Appel of Corneille; Henk en Victoria kenden ze niet. Wie wel? Jan Sluijters, denken ze nu. Mondriaan. Misschien. Maar ook dat weten ze niet zeker meer.

Hulp

Ze vroegen bij hun bank om een afspraak met Deborah Wolf, destijds hoofd kunstcollectie ABN Amro. Tegenwoordig heet ze Campert-Wolf, sinds haar huwelijk in 1996 met schrijver Remco Campert. Het echtpaar De Heus had haar al eens gesproken. Toen had ze geadviseerd: ga naar musea, exposities. Lees tijdschriften, boeken. Ze waren er te ongeduldig voor geweest. Nu wilden ze graag luisteren.

Deborah Wolf keek wat het echtpaar had gekocht en concludeerde: „Het probleem is: jullie hebben te veel geld.” Het is waar: het kopen van kunst doet de twee financieel geen pijn. Het maandblad Quote schaart de familie onder de rijkste vijftig van Nederland, met een vermogen van rond de 400 miljoen euro. Deborah Wolf was bereid als hun adviseur op te treden. Op één voorwaarde: een half jaar lang mochten ze niets kopen. „Alleen: kijken, kijken en kijken.” Ze trokken er gezamenlijk op uit, naar galeries, musea en ateliers. De eerste tien jaar zo’n twintig zaterdagen per jaar. Pas in 2009 gingen ze uit elkaar.

Deborah Wolf: „We bouwden een geweldige band op. Je kunt dat ook zien als je de collectie van ABN Amro naast die van hen legt: nogal wat overlap. Logisch ook: we begonnen met de kunstenaars die ik bewonderde en van wie ik veel wist. Ze hebben heel lang met mijn ogen gekeken.”

Deborah Wolf noemt hun samenwerking „een feest”. Bovendien had ze geen auto en wilde ze toch graag op pad. Met z’n drieën reden ze van Maastricht tot Den Helder.

Gereformeerd

Momenteel hangen in de hal van hun huis schilderijen van Daan van Golden, Robert Zandvliet en Alex Katz. Onder meer, want de ruimte is groter dan menige galerie in Amsterdam. Henk en Victoria geven uitleg bij een houten sculptuur van de Chinees Ai Weiwei en bij een wit gedraaid beeld van Tony Cragg. Henk vertelt dat op de kamer van de financieel directeur, op kantoor, een levensgroot varken van Guido Geelen staat. Henk laat ook het depot zien, met rekken vol schilderijen. Victoria frituurt ondertussen twee kroketten. In de vensterbank van de huiskamer staan werken van Juul Kraijer, Atelier Van Lieshout en de Duitser Neo Rauch.

Het is nergens aan te merken dat ze tot voor kort nooit in de media naar buiten traden. Ze praten openhartig over hun drijfveren, huwelijk en culturele vorming. Victoria staat erop dat Henk in de eerste persoon meervoud praat. Ze corrigeert hem als hij, in een verhaal over een aankoop, toch eens „ik” zegt.

Ze komen beiden uit een gereformeerd milieu. Henk is lang ouderling geweest, Victoria heeft een acte theologie gehaald. Iedere zondag stemmen ze af op de kerktelefoon. Hoe vermogend hun ouders ook waren, geld uitgeven aan luxeartikelen was niet vanzelfsprekend. Dat stond hun calvinistisch protestantisme niet toe. Dat knaagt wel eens. Niet voor niets helpen zij bij de watervoorziening in Ethiopië. Henk: „Ik verantwoord onze kunstaankopen onder meer met de gedachte dat we kunstenaars steunen.”

Vandaar dat ze werken ook nooit verkopen, zelfs niet de mindere, zoals de schilderijen die ze in die eerste maanden kochten. Henk: „Als je werk naar de veiling brengt en het levert minder op dan waarvoor wij het kochten, dan bewijs je kunstenaar en galerie daar geen dienst mee. En om geld gaat het ons niet. We zijn geen beleggingsmaatschappij in kunst.”

Het echtpaar koopt sinds enige jaren ook van kunstenaars die het al breed hebben. Deborah Wolf: „Maar van goedkoop naar duur is niet de dominante ontwikkeling van hun smaak.” Voor werk van sommige, toch erg beroemde kunstenaars, duurde het lang voor ze het konden waarderen. Zoals dat van Jan van Schoonhoven, of Daan van Golden. Het echtpaar kocht pas van Van Golden nadat ze de kunstenaar hadden ontmoet en onder de indruk waren geraakt „van de manier waarop hij in het leven staat”.

Ook tijdens trips naar China gaan ze op atelierbezoek. Eén keer namen ze hun adviseur mee. Deborah Wolf: „Geweldig was dat, maar de kunstenaars bij wie we langs gingen, zeiden mij weinig. De rollen waren omgedraaid: zij introduceerden mij.”

Talloze Nederlandse kunstenaars kregen de twee over de vloer. En andersom gebeurde ook: kunstenaars in Barneveld. Een van hen, Marc Mulders, vroeg ze zelfs om een Barneveldse haan, om na te schilderen. De gesprekken met kunstenaars blijken zelfs een belangrijke drijfveer van hun verzamelzucht. Victoria: „Met kunstenaars gaat het tenminste ergens over.”

Geweld

Opvallend is dat de verzameling geen videokunst of installaties bevat. Victoria noemt dat „museale kunst”. Ook kochten ze nauwelijks tekeningen, en aanvankelijk geen foto’s. Victoria: „De stap van olie op doek naar dat harde koude vlak van de foto’s vind ik heel groot.”

Onder museale kunst verstaat het echtpaar ook geweldsvoorstellingen, porno of expliciet religieuze kunst. Victoria: „Ik kan het wel mooi vinden, of interessant, maar ik wil er niet met mijn glaasje sherry langs lopen.”

Enkele werken van Marlene Dumas vormen een uitzondering. Van haar kochten ze onder meer Jesus Serene, 21 tekeningen van mannen die allen Jezus verbeelden. Het portret van Naomi Campbell kochten ze zonder te weten dat ze een fotomodel is. Voor Victoria was het de Naomi uit de Bijbel, van het boek Ruth. „Toen ik haar in Turijn voor het eerst zag, hautain naar beneden kijkend, dacht ik direct: ja, dat is Naomi, de arrogante vrouw die weigerde met het volk van Israël honger te lijden. Naomi vertrok. Maar als je in het Oude Testament het beloofde land verliet, verloor je de bescherming van Jahweh. Alles ging mis, en op hoge leeftijd ging ze terug.”

Het uitgangspunt bij hun aankopen is dat een werk ze moet „raken”. Henk: „We denken niet van tevoren, voeren geen beleid, we moeten er tegenaan lopen.” Voor Henk was dat bijna onnatuurlijk. Victoria: „Ik heb ook altijd in de zaak gewerkt, maar Henk is zakelijker. Ik heb meer het gevoel en de fantasie.”

„We hebben breed verzameld”, zegt Henk. Dat betekent dat lang niet alle werken elkaar verdragen in één ruimte. En een museum heeft een gelimiteerd aantal ruimtes, waardoor niet van alle kunstenaars die ze waarderen werk te zien is in het Singer. „Daar worstelen we wel mee.”

Henk voert nog discussie met het museum over een paar wanden. Over het algemeen geldt: het museum is gericht op de grote namen, het echtpaar wil ook minder bekende, jonge kunstenaars in de tentoonstelling. In ieder geval hun lievelingen.Werk van Robert Zandvliet zal er dus zeker hangen. Een grote naam én een lieveling. „Uit iedere periode van hem bezitten we minstens één schilderij.” De kunstenaar voelt langzamerhand als „een familielid”, zoals de twee zeggen in de catalogus. Wat daarbij helpt: de ouders van Zandvliet zijn boer. Nog mooier: ze geven hun beesten al jaren voer van De Heus.

Cobra tot Dumas. Collectie De Heus- Zomer. T/m 20 mei. Singer, Oude Drift 1, Laren. Inl: singerlaren.nl

    • Pieter van Os