Vogelwachters in baan vliegtuigen

Op Schiphol hebben vliegtuigen de afgelopen jaren ten minste elf keer toestemming gekregen om te vertrekken terwijl zich op de startbaan nog een vogelwachter bevond. Luchtverkeersleiders, luchthaven en minister Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu, VVD) moeten maatregelen nemen om deze „riskante” situaties te voorkomen. Dat stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een gisteren verschenen onderzoeksrapport.

Aanleiding ervoor was een incident uit 2010. Op zaterdagmiddag 18 december gaf de luchtverkeersleiding een Boeing 737 toestemming te starten vanaf de Kaagbaan, kort nadat een Boeing 747 de baan had gekruist. De luchtverkeersleiding zag over het hoofd dat zich nog een auto van een vogelwachter op de baan bevond. Die had al toestemming om de baan te controleren op vogels, en sneeuw- en ijsresten. Het toestel vloog over de auto heen, zonder gevolgen.

De Onderzoeksraad beschouwt deze runway incursions als „een van de ernstigste bedreigingen van de veiligheid van de luchtvaart”. De onderzoekers wijzen erop dat tijdens het onderzochte incident de twee vliegtuigen en de auto op de Kaagbaan alle drie met een andere luchtverkeersleider spraken op een aparte radiofrequentie. Deze „onduidelijke en daarom onwenselijke situatie” leidt er volgens het rapport toe dat de bemanningen van vliegtuigen en voertuigen elkaar niet horen als zich op de baan bijzonderheden voordoen.

De luchtverkeersleiders moeten het waarschuwingssysteem aanpassen, vindt de Onderzoeksraad. Schiphol moet snel een alternatieve route aanleggen voor toestellen die de Kaagbaan kruisen om bij een vrachtplatform te komen. En de minister moet erop toezien dat de risico’s worden verkleind, en eventueel maatregelen afdwingen.

Juist twee dagen na het incident in december 2010 nam Luchtverkeersleiding Nederland een systeem in gebruik dat waarschuwt voor mogelijke botsingen op de start- en landingsbanen.