Van Wely best of the rest - van Nederland

Loek van Wely is de enige Nederlandse schaker in Wijk aan Zee die naar verwachting presteert. De Noor Magnus Carlsen is op weg naar de eindzege.

De battle begon al bij het ontbijt, enkele uren voordat ze elkaar zouden treffen in de tiende ronde van het Tata Steel-toernooi. Loek van Wely speelde zijn rol van provocateur als altijd met verve. Met pretogen lanceerde hij zijn plaagstootjes naar de andere kant van het restaurant waar Anish Giri zat te eten. Het meest tevreden was Van Wely over zijn gevatte opmerking dat hij had uitgekeken naar deze fase van het toernooi.

Het komt tenslotte niet vaak voor dat je vier vrije dagen achter elkaar hebt. Daarmee verwees hij naar de negende en tiende ronde die verspeeld werden tussen de tweede en derde echte rustdag. In de negende ronde had hij vanuit een verloren stand zijn rivaal Ivan Sokolov verslagen. Nu was de beurt dus aan Giri, een andere landgenoot met wie hij graag de strijd aanbindt.

Giri hoorde de plagerijen vriendelijk lachend aan, maar beet niet. Dat deed hij ook niet in de speelzaal, vlak voor de partij. Stoïcijns keek hij opzij, alsof hij niet hoorde hoe zijn tegenstander nog wat lachers op zijn hand probeerde te krijgen. Die concentratie kwam hem goed van pas in de opening. Van Wely beging al snel een onnauwkeurigheid en zonder veel inspanning bereikte Giri met zwart een voordelige stand. De enige vraag was hoe groot de witte problemen waren. Misschien waren ze groter dan aan het licht kwam, maar Giri buitte zijn kansen niet optimaal uit en na 35 zetten werd tot remise besloten.

De gezamenlijke analyse na afloop was verrassend rustig en serieus. Nu praatte Giri het meest, maar er zat weinig venijn in zijn woorden. Met enkele kalme riposten bleef Van Wely eenvoudig op de been. Bij het opstaan wierp hij nog een laatste bommetje: „Het is me in ieder geval gelukt de nummer één positie te verdedigen.” Ook nu liet Giri het passeren. „Ach ja, Loek is Loek.”

Natuurlijk had Van Wely wel gelijk. Met een score van vijftig procent is de Tilburger duidelijk de beste Nederlander. Bovendien is hij de enige die partijen heeft gewonnen, drie zelfs. De jonge Giri, van wie het meeste verwacht werd, kreeg wel kansen, maar heeft nog geen vuist kunnen maken.

Nog veel droever is het lot van de in Bosnië geboren Nederlander Ivan Sokolov, die tegen Peter Leko zijn vijfde nederlaag leed. En dat terwijl hij al op de zeventiende zet een toren mocht offeren. Het zag er verpletterend uit. Dat was het niet. Hoofdschuddend hoorde Sokolov na afloop de verklaring van Leko aan. De Hongaar had alles thuis tot in detail bestudeerd. Hij wist dat het offer niet kansrijk was en zelfs bijna geforceerd tot verlies leidde. Zoals hij in de partij met fraaie manoeuvres liet zien.

Erwin l’Ami zakte ook verder weg. Lange tijd leek hij op de been te blijven tegen Magnus Carlsen, totdat ook hij bezweek onder de permanente druk van de koploper. Carlsen staat intussen anderhalf punt voor op Anand, Aronian en Nakamura. Met een score van 8 uit 10 heeft hij het legendarische puntentotaal in het vizier van 10 uit 13 dat Garry Kasparov in 1999 in Wijk aan Zee bereikte. Geconfronteerd met dat record grijnsde het Noorse fenomeen: „Dat moet kunnen.”