Traditioneel én modern

wereldmuziekDjeli Moussa Condé: Djeli Moussa Condé****

De kora wordt meestal zittend bespeeld, maar op de hoes van het eerste soloalbum van Djeli Moussa Condé steunt het grote snaarinstrument op zijn heupen en bespeelt hij het als een rockinstrument. Hij schrijft zijn liedjes dan ook eerst op gitaar en pakt dan pas de kora. Condé noemt zichzelf ‘urban griot’, de stedelijke variant van de traditionele West-Afrikaanse bard. Die stad is Parijs, waar hij al twintig jaar woont nadat hij Guinée had verlaten. De eerste jaren verbleef hij illegaal in Frankrijk, maar hij speelde ondertussen met grote namen als Alpha Blondy en Cesaria Evora. Eenmaal legaal werd hij een vaste waarde in de vruchtbare Parijse afro-scene.

Als afropop modern moet klinken worden er al snel afgezaagde synthesizers en rappers uit de kast getrokken. Dat doet Condé niet. Hij weet een organisch geheel te brouwen van traditioneel en modern. Hij laat zich inspireren door alle takken van de Afrikaanse diaspora, zoals te horen is op het venijnig harmonische Le dernier regard de Goré, waarin hij over slavernij zingt. Op het reggae-achtige Ménilmontant bezingt hij de gemixte Parijse wijk waar het album tot stand kwam, terwijl het afropopliedje M’bemba een ode is aan zijn grootvader die griot in Guinée was.

    • Leendert van der Valk