Stugge en eigenwijze rekenmeesters

Accountantskantoren zijn volop aan het reorganiseren. De economie zit tegen en klanten kunnen steeds meer administratief werk zelf doen. „De hardste klappen vallen onderin.”

Accountant Accon AVM speelt vals, vindt de vakbond. Na een reeks ontslagen in 2012 en aankondiging van verdere ‘efficiency slagen’ voor dit jaar, achten werknemers en vakbond het hoog tijd voor overleg. Er is geen sprake van een officiële reorganisatie – dus is er geen sociaal plan – maar alleen al de komende drie maanden zullen er 66 banen verdwijnen, zegt Annelies Ossel van FNV Bondgenoten.

„Het is heel grof wat hier gebeurt. Accon AVM is wel degelijk aan het reorganiseren, maar niet op een nette manier.” Volgens Ossel worden mensen weggepest, overgeplaatst naar kantoren op anderhalf uur rijden van hun huis en dringend verzocht akkoord te gaan met een vetrekregeling tegen beroerde voorwaarden.

Ossel: „Targets gaan omhoog, leaseauto’s worden veel duurder en mensen worden ontslagen vanwege disfunctioneren, terwijl ze altijd goede beoordelingen hebben gehad. Dit soort praktijken verwacht je misschien bij een taxibedrijf, niet bij accountants.”

Guus Delger, financieel directeur van Accon AVM, erkent dat er „afscheid wordt genomen van mensen”. Maar van een reorganisatie is volgens hem geen sprake. „Het is een continu proces, waarin we individuele gevallen beoordelen. Er moet efficiënter worden gewerkt met minder mensen. De markt voor standaard accountantswerk staat onder druk, dus we moeten onze toegevoegde waarde in het advieswerk laten zien.”

Dat werk komt niet meer vanzelf binnen en klanten zijn kritischer. „Van werknemers worden nu andere competenties gevraagd. Als mensen dit niet aankunnen, zoeken we naar een passende oplossing of we nemen afscheid”, aldus Delger. Het getal van 66 arbeidsplaatsen dat de komende drie maanden bij Accon AVM zouden verdwijnen, herkent hij niet. „Dat lijkt me erg hoog.” Ook van overplaatsen of wegpesten is volgens hem geen sprake.

De problemen bij Accon AVM, dat met 1.150 medewerkers en vijftig vestigingen een van de grotere spelers is, zijn exemplarisch voor de accountantsbranche. Al sinds 2009 kampen de accountants met dalende omzetten en bieden ze werk aan minder mensen.

Met name de Grote Vier (KPMG, Ernst & Young, Deloitte en PWC), samen goed voor bijna een derde van de omzet in de sector, zag zijn inkomsten de afgelopen jaren teruglopen. Voor de hele branche berekende het Economisch Bureau van ING een omzetdaling van ruim 3 procent. Voor 2013 wordt ondanks het marginale economisch herstel nog een verdere daling van één procent verwacht.

Door te bezuinigen op personeel en ‘efficiënter te werken’, blijft de omzet per werknemer nog enigszins op peil. Het totaal aantal arbeidsplaatsen in de accountancy daalde in 2010 met bijna 6 procent en in 2011 met nog eens bijna 4 procent. Ook hier gingen de grote kantoren voorop. In 2010 werd bij de Grote Vier zelfs 9 procent van de werknemers uitgezwaaid.

Afgelopen zomer maakte KPMG een reorganisatie bekend, waarbij 70 banen verdwijnen en arbeidsvoorwaarden worden versoberd. Ernst & Young heeft sinds 2008 afscheid genomen van 384 man ondersteunend personeel, maar schroefde het aantal adviseurs en accountants het afgelopen jaar juist weer omhoog.

Onder de naam ‘offshoring’ wordt het routinewerk, de facturering en de ICT-ondersteuning uitbesteed aan vestigingen in Polen en India. In Nederland wordt alleen nog het hoogwaardige accountantswerk gedaan. Ook Deloitte, PWC en KPMG verplaatsen steeds meer ondersteunend werk naar het buitenland.

Bij de kleinere kantoren blijft het aantal werknemers nog redelijk stabiel, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Volgens de recessiemonitor 2012 van de SRA, een samenwerkingsverband van 370 zelfstandige accountantskantoren, gaat ruim een kwart van de aangesloten kantoren personeel ontslaan.

„De hardste klappen vallen onderin”, bevestigt Marcel Maassen van Full Finance Consultants. Hij publiceert ieder jaar een marktonderzoek waarbij hij de grootste dertig accountantskantoren in kaart brengt. Ook bij kantoren die het midden- en kleinbedrijf bedienen, ziet hij de omzet al een paar jaar dalen.

Maassen: „Ze hebben daar alleen nog geen maatregelen genomen, omdat ze erg loyaal zijn. Iedereen kent elkaar, ze zitten bij dezelfde sportvereniging, hun kinderen gaan naar dezelfde school. Maar ontslagen zijn nu echt onvermijdelijk, er wordt al veel over gepraat.”

Maassen schat dat per kantoor 20 tot 25 procent van de werknemers zal moeten vertrekken. „Dat is voor de accountancy vergelijkbaar met een aardbeving van 8.0 op de schaal van Richter.”

Daarbij gaat het vooral om de iets lager opgeleiden. De echte accountant administratieconsulent (AA) of register accountant (RA) is nog steeds schaars goed en dus gewild, al zullen ook zij efficiënter moeten gaan werken.

Veel kantoren hebben al fors geïnvesteerd in ICT-systemen die een groot deel van het standaard werk uit handen moeten nemen. Klanten kunnen met deze software online hun administratie beheren en grote hoeveelheden data kunnen tegelijkertijd worden geanalyseerd en vergeleken met branchegenoten.

Ook kleine kantoren moeten hierin mee, maar voor hen is dit een (te) dure investering. De oplossing is samenwerken. „Veel kantoren zijn daarin terughoudend en hebben moeite met samenwerking”, zegt Maassen. „Er zijn veel eigenwijze karakters in deze branche.”

De keerzijde van de automatisering is dat klanten steeds meer administratief werk zelf kunnen doen. De prijsdruk op het controlewerk is daarmee niet alleen conjunctureel, maar ook structureel. Klanten hebben voor deze controle steeds minder geld over, terwijl deze wel aan strengere eisen moet voldoen en dus duurder wordt. Die eisen gelden met name voor de 460 kantoren die een vergunning hebben om wettelijke controles te verrichten. Zij staan onder stevige druk van toezichthouder AFM om de kwaliteit te verbeteren.

Met name bij de Grote Vier, die veel beursgenoteerde bedrijven controleren, zijn de belangen groot. Zij zetten noodgedwongen meer werknemers in om de kwaliteit te bewaken. De extra kosten daarvan zijn in de huidige markt niet terug te verdienen, nu de tarieven toch al onder druk staan.

„Administratief werk is een commodity geworden”, zegt Sasja van As-Winters, sectormanager zakelijke dienstverlening bij ING. „Jaarrekeningen en aangiftes worden razendsnel en tegen hele lage tarieven verzorgd. Je hoeft niet per se accountant te zijn om ervoor te zorgen dat activa en passiva kloppen. Dat hebben meer mensen onder de knie.”

De basis van het accountantswerk is daardoor gemeengoed geworden, waar weinig op te verdienen valt. Van As: „Alle kantoren azen op hetzelfde stukje omzet, dat steeds kleiner wordt door de digitalisering. Ze moeten nieuwe bronnen aanboren en zich richten op aanvullende diensten, zoals advieswerk”.

Bij de grote kantoren groeit de adviestak al dankzij nieuwe regelgeving als Basel III (kapitaaleisen voor banken) en Solvency II (kapitaaleisen voor verzekeraars). Hier laat de omzet een stijgende lijn zien, in tegenstelling tot de omzet van controlewerkzaamheden.

Toch is het nog maar een klein onderdeel, dat gemiddeld niet meer dan 20 procent van de omzet levert. De controle van de jaarrekening blijft veruit het belangrijkste. Dus moeten aantrekkelijke extra’s worden gezocht, om deze boven de status van gemeengoed uit te tillen. Een voorbeeld hiervan is integrated reporting: een jaarverslag waarin ook aandacht is voor zaken als duurzaamheid en klanttevredenheid.

Voor kleine kantoren zijn deze aanvullende diensten opnieuw een uitdaging, omdat zij niet altijd de specialistische kennis in huis hebben die nodig is voor een goed advies. „Kantoren moeten beter gebruik maken van hun netwerk en samenwerkingsverbanden aangaan”, zegt Van As. „Maar in de stugge accountancybranche blijft dit moeilijk.”

Schaalvergroting zou kunnen helpen om de kostbare ICT-investeringen te dragen en mee te doen op de adviesmarkt. Maar overnames vergen financiering. Nu de rendementen onder druk staan en de risico’s toenemen, kijken banken veel kritischer naar de sector. De goodwill van een over te nemen kantoor is moeilijk te waarderen en de toekomst is onzeker.

Voor Accon AVM, dat in sneltreinvaart een groot aantal kantoren heeft ingelijfd, betekent dit even rust. Financieel-directeur Delger: „Die schaalvergroting was nodig om de verhoogde kwaliteitseisen van de AFM te financieren en om ICT-investeringen te kunnen doen”.

Delger: „Natuurlijk oriënteren wij ons nog steeds, maar we willen nu vooral toegevoegde waarde creëren op het gebied van advies en het werk efficiënter maken.” De ambitie om in 2015 in omvang te zijn verdubbeld, gaat voorlopig even in de ijskast.