Regels bepleit voor vechtsportbranche

De overheid moet een commissie instellen die regels maakt voor de hele vechtsportbranche. Nu is er onvoldoende toezicht op de kwaliteit van onder anderen kickboksleraren en de veiligheid van de (jonge) sporters. Het slechte imago van vechtsporten blijft daardoor bestaan.

Dat zeggen sociale wetenschappers van de Universiteit Utrecht, Marianne Dortants en Maarten van Bottenburg. Vanmiddag presenteren zij hun rapport Aanzien en overleven in een sport vol passie. Alleen de overheid heeft de macht om de problemen in de vechtsport aan te pakken, constateren Dortants en Van Bottenburg. De vechtsportwereld zelf is daarvoor te versnipperd en verdeeld.

Door de versnippering is evenmin na te gaan hoeveel jongeren en volwassenen aan vechtsport doen. De indruk bij de onderzoekers is dat hun aantal toeneemt, maar ze kunnen dat niet met cijfers onderbouwen. Dortants: „Er zijn alleen al twintig of dertig vechtsportbonden. Het feit dat wij niet konden nagaan hoeveel bonden er precies zijn, zegt genoeg.”

De vechtsport heeft een slecht imago door verschillende incidenten waarbij kickboksers en andere full contact vechters betrokken waren. Daarnaast is niet altijd duidelijk waar het geld vandaan komt en wie aan de vechtsport verdient. Verschillende vechtsportgala’s kunnen criminelen niet buiten de deur houden.

Tegelijkertijd subsidiëren gemeenten vechtsportlessen voor jongeren, vaak uit kwetsbare gezinnen. Jongeren kunnen baat hebben bij het beoefenen van vechtsport, schrijven de onderzoekers. Agressieve kinderen leren hun agressie beheersen. Teruggetrokken kinderen voelen zich zelfverzekerder. Maar dan moeten ze wel les krijgen van goede docenten die hun de basisbeginselen van de vechtsport – discipline en zelfbeheersing – bijbrengen.

‘Deze sport trekt stoere jongens’: pagina 7

    • Sheila Kamerman
    • Merel Thie