Opinie

    • Joyce Roodnat

Overal vliegt het boeket met de dooie kat

‘La bohème’ in de regie van Lotte de Beer. Foto Olivier Middendorp

De kunsten streven naar het hogere. Wat niet betekent dat alle kunstenaars hoogstaand zijn. Uitgerekend bij het Bolsjoi, Moskous legendarische balletgezelschap, waar de dans geldt als goddelijk en spitzen en sprongen suggereren dat de zwaartekracht ook maar een mening is, gooide iemand zuur in het gezicht van artistiek leider Sergej Filin. Uit jaloezie, wordt er gefluisterd. Filin kan immers met zijn beslissingen een dansersdroom doormidden breken. En nu zit hij met zijn gezicht in verband. Is de dans dat waard? Niemand praat het goed en zuur gaat te ver, maar emotioneel is er begrip – voor de dans geef je alles op, maar schitteren mag alleen de enkeling. En al snel is de danser ‘oud’ en gaan de mooie solorollen naar kuikens die nog wél hun been langs hun oor leggen.

Het Bolsjoi heeft een traditie van uit de bocht gevlogen rotstreken. Zo lees ik over een coryfee die bij een slotapplaus bloemen toegeworpen kreeg. Zoals zo vaak, maar in dit boeket zat een dooie kat.

Door de Bolsjoi-kat vat ik wat ik niet begreep in Quentin Tarantino’s nieuwste: Django Unchained. Het is een mateloze film over de mythes van outlaws en lone rangers in het Wilde Westen, maar dan zoals de Italianen ze bij honderden maakten in de jaren zestig en zeventig. De spaghettiwesterns. Met veel ketchup, want de meeste schoten zijn raak.

Tarantino’s Django is een slaaf die assistent-premiejager wordt, onder leiding van een goede blanke, een Duitser. (Duitsers zijn in westerns vaak goeie kerels; dat danken we aan Karl May en zijn Old Shatterhand: „Aha, u komt uit Babelsberg?”)

Django is naar behoren onweerstaanbaar in cowboy-outfit. Maar aanvankelijk kiest hij voor een hemelsblauw rococokostuum. Kuitbroek. Witte kousen. Belachelijk. Waarom?

Hierom: Django is zelf de bos bloemen met de dooie kat. In dat vernederende operettepak zit weliswaar een zwarte man, maar hij is juist géén slaaf en zodoende een onbedaarlijke bedreiging. De engel der wrake van de slaven. Dead or alive pakt onder zijn wapens altijd dead uit, all according to the law.

Ik houd erg veel van spaghettiwesterns. Tarantino ook. In de kostelijke beelden van Django Unchained zie ik hem weg zijn van Sergio Leone. Van de majesteit van diens Once Upon a Time in the West. Van Duck, You Sucker (die titel!), stinkend als een joint, leuk als een lachkick. Er zijn onverstoorbare mannen in zeemleren jassen en versleten laarzen, centaurs op hun paarden. Er is echte Ennio Morricone-muziek. Er is een vrouw om voor te vechten en mee te vrijen. En de echte Franco Nero is er. In 1966, in de eerste Django van Sergio Corbucci, grootmeester van de spaghettiwestern, was hij de originele Django: een zwijgzame revolverheld die overal een doodskist achter zich aan sleepte.

Ik verbaas me over die andere filmer, Spike Lee. Hij maakt stennis tegen Django Unchained, want hij haat het dat daar aanhoudend ‘het n-woord’ valt. Nigger. Racistisch! fulmineert Spike Lee. Dat is het, en daarom is het op zijn plaats in Tarantino’s film – die vertelt over een gedegenereerde samenleving waarin ook het taalgebruik vervuilde.

Het n-woord is nog altijd een scheldwoord, maar in de Amerikaanse zwarte gemeenschap werd het ook een geuzenterm. Het klinkt in de rapmuziek, al in 1986 met de hiphopgroep NWA (jawel: Niggaz Wit Attitudes). In de literatuur. In de films van Lee zelf.

Spike Lee lijkt wel jaloers op Tarantino’s Django. Hij gooit een dooie kat. Een bloemetje kan er niet af.

Op de opening van de vrolijke expositie van Tinkebell in de Torch Gallery raak ik aan de praat met Hans Teeuwen, ook een aficionado van spaghettiwesterns. We pingpongen met titels. Ken ik The Great Silence? „Dat is echt de beste’’, zegt hij.

Ik zoek de film op. Dankjewel YouTube. Hij is van Sergio Corbucci en inderdaad grandioos. Verrassing: dit kon wel eens Tarantino’s geheime voorbeeld zijn. Eerst herken ik de sneeuw en de kou. Dan besef ik dat The Great Silence óók een Duitse premiejager (Klaus Kinski) heeft. En dat de held (Jean-Louis Trintignant) niet kan praten en dus per definitie niet gehoord wordt – net als de slaaf. De slaaf moet zichzelf heruitvinden tot onmiskenbaar dreigement. Geen nigger maar een nigga. Zie Tarantino’s Django.

    • Joyce Roodnat