Onderzoekers vogelgriep gaan weer aan de slag

De discussie over de veiligheid is gevoerd en overheden hebben maatregelen kunnen nemen, zo vinden ze.

Amsterdam. De grieponderzoekers die in 2011 het vogelgriepvirus bewust veranderden om te onderzoeken hoe het besmettelijk voor mensen wordt, hervatten hun werk.

Een jaar lang hebben ze zich aan een vrijwillig moratorium gehouden. Maar in een brief die gisteravond door de wetenschappelijke tijdschriften Nature en Science online is gezet, schrijven veertig onderzoeksleiders dat het moratorium zijn werk heeft gedaan. De discussie over veiligheid is gevoerd en overheden hebben maatregelen kunnen nemen. Ze vinden dat „het voordeel van dit onderzoek opweegt tegen de risico’s.”

Eerste auteur van de brief is virologiehoogleraar Ron Fouchier van het Rotterdamse Erasmus MC. Hij wilde eind 2011 met zijn onderzoeksgroep gegevens publiceren over een handvol mutaties waardoor het H5N1-vogelgriepvirus verandert van een pluimveevirus in een virus waarmee zoogdieren elkaar kunnen besmetten.

Maar een Amerikaanse staatscommissie tegen bioterrorisme (NSABB) hield publicatie tegen. Dat was uit angst voor gebruik als biologisch wapen, maar ook vreesden commissieleden dat het virus uit minder goed afgesloten laboratoria zou ontsnappen. Na veel discussie draaide de NSABB bij en Fouchier publiceerde eind juni in Science.

Het H5N1-vogelgriepvirus waart sinds 1997 in Azië rond. Het doodde tot nu toe 360 mensen. nrc