Obstipatie

Ze werkt op de afdeling Communicatie, de verwarde cavia. Kort feuilleton over haar leven en lotgevallen.

Buiten begon het te sneeuwen. De verwarde cavia zat bij de assistente van de anesthesist. „Mooi altijd wel, zo’n witte wereld”, zei Cavia, om ontspannen over te komen. „Ja nou!”, zei de assistente, en ze pakte er een vragenlijst bij.

„Spreekt u Nederlands?”, vroeg ze, en antwoordde zelf: „Ja, want u zei net wat.” Ze vulde ‘ja’ in. „Heeft u verder nog ergens last van?”

„Nou ja, last”, zei de cavia. „Ik heb wel eens een beetje last van constipatie.”

„Cónstipatie of óbstipatie?”, vroeg de assistente.

„Wat is het verschil?”, vroeg de cavia.

„Obstipatie is harde poep.”

„O. Dan heb ik obstipatie”, zei de cavia.

„Ob...sti...pa...tie...” De assistente praatte mee met wat ze opschreef. „Maar wat is dan constipatie?”, vroeg de cavia, „puur uit interesse, hoor.”

De assistente zei opgeruimd: „O, constipatie gebruiken we helemaal niet meer!” Verwarrend.

Toen de vragenlijst klaar was, moest de cavia op de weegschaal gaan staan en bleek ze veel zwaarder dan ze de afgelopen vijf jaar had aangenomen.

„Bent u bang voor de operatie?”, vroeg de assistente. Cavia moest denken aan haar collega Erna, die narcose een sluipmoordenaar had genoemd. „Een beetje voor de narcose wel”, zei ze. „Het komt toch wel eens voor dat patiënten wél onder narcose zijn, maar toch nog alles voelen? Zonder dat ze iets kunnen zeggen?” De assistente zuchtte. Dit verhaal had ze duidelijk vaker gehoord. „Daar is iedereen bang voor, terwijl, het gaat honderd keer goed en een keer fout”, zei ze geruststellend. „Bij wijze van, dan.”

Cavia vond één procent kans op een fout bij de narcose niet zo geruststellend, maar ze besloot om deze discussie verder maar te laten zitten.

„Ik geef u wel wat extra’s om rustig te worden”, zei de assistente, die blijkbaar toch empathischer was dan ze leek.