Nederland wacht 'Brits' EU-debat

De vraagtekens die Cameron bij Europa plaatst leven hier net zo goed. Met zijn speech van gisteren zet hij het aanstaande Europadebat in Nederland op scherp.

Diplomatiek redacteur

Den Haag. „Een sterk verhaal”, oordeelt de VVD over de langverwachte Europatoespraak van de Britse premier David Cameron. „Een kil verhaal”, stelt coalitiepartner PvdA daar tegenover. Maar beide vinden dat het Verenigd Koninkrijk voor zichzelf geen verdere uitzonderingspositie binnen de Europese Unie kan bedingen. Dus wat is eigenlijk het verschil?

Het Nederlandse debat over Europa is vooral een debat over de toon. Dat is wat oud-minister van Buitenlandse Zaken, de CDA’er Ben Bot, keer op keer zegt. De reacties uit de Haagse politiek op Camerons rede van gistermorgen lijken dit te bevestigen. Maar toon kan uiteindelijk wel tot een wereld van verschil leiden. Of dat gebeurt zal de komende tijd blijken tijdens het Nederlandse Europadebat dat door de toespraak van Cameron ongetwijfeld een nieuwe impuls gaat krijgen.

De vraagtekens die Cameron plaatst bij Europa zijn voor een belangrijk deel ook Nederlandse vraagtekens. Niet voor niets verwees hij naar premier Rutte die eerder pleitte voor een onderzoek naar zaken die nu nog door Brussel worden gedaan, maar beter zouden kunnen worden teruggegeven aan de lidstaten. Dit is geen uitspraak van Rutte, maar een afspraak van VVD en PvdA in het regeerakkoord. Letterlijk staat er: „Nederland vraagt de Europese Commissie te inventariseren, op basis van het beginsel van subsidiariteit, welke beleidsterreinen kunnen worden overgedragen aan nationale overheden en zal zelf ook voorstellen doen.”

Deze passage is op zijn beurt weer een goede samenvatting van wat VVD en PvdA hierover in hun verkiezingsprogramma’s schreven. De VVD pleitte voor het terugdraaien van „overbodige Europese regelgeving” en de PvdA zei dat alleen zaken die niet net zo goed of beter op nationaal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden geregeld op Europees niveau moeten worden aangepakt.

Het cruciale verschil met Cameron is dat de Nederlandse regering vindt dat de bevoegdhedendiscussie een gelijke uitkomst voor alle EU-landen moet hebben, terwijl de Britse premier de mogelijkheid openhoudt zaken voor alleen het Verenigd Koninkrijk af te willen spreken als andere landen niet voldoende toegeven aan de Britse verlangens. „Geen Britse Alleingang”, zegt VVD-Kamerlid Verheijen. De PvdA is het met hem eens.

Maar hieronder speelt een fundamenteler debat. Dat gaat over de vraag wat van de EU wordt verwacht. Grof geschetst zien de Britten die vooral als een vrijhandelszone, waar de interne markt met zo min mogelijk obstakels voor bedrijven borg voor staat. Daar staat Rutte, zeker in zijn hoedanigheid van VVD-leider, sympathiek tegenover.

Voor de PvdA is Europa veel meer. Internationale solidariteit is altijd een gegeven in de sociaaldemocratische beweging geweest. Het verenigd Europa als waardegemeenschap en met regelgeving op allerlei vlakken is daarvan een uiting. Overigens erkent de PvdA ook dat er grenzen zijn aan wat Europa kan. Dat geldt veel minder voor partijen als D66 en GroenLinks die beide vinden dat er in de globaliserende wereld nog veel meer bevoegdheden naar Brussel moeten.

De voorbije jaren is de spanning tussen de verschillende opvattingen duidelijk voelbaar geweest als bij de aanpak van de eurocrisis weer maatregelen op EU-niveau moesten worden genomen. Die spanning blijft, want er zijn nog veel meer voornemens om de economische politiek van de lidstaten meer af te stemmen.

Dit debat zal ook in Nederland een extra lading krijgen nu premier Cameron het debat over de EU zo op scherp heeft gezet. Vooral nu er een ‘wedstrijdelement’ in zit met het door hem beloofde referendum, waarin de Britten zich voor of tegen Europa kunnen uitspreken. Hoe een dergelijke discussie kan verlopen heeft Nederland in 2005 ervaren toen de bevolking zich per referendum over de Europese Grondwet kon uitspreken. Nederland zei in meerderheid ‘nee’. Het gevolg was dat direct daarna een meerderheid van de Nederlandse partijen ook een stuk kritischer stond tegenover Europa.

Het Nederlandse kabinet was al van plan om dit voorjaar een fundamenteel debat met de Tweede Kamer te voeren over de toekomst van Europa. Hierbij gaat het over de bevoegdheden van Brussel en die van de lidstaten. Kortom Nederland krijgt zijn eigen ‘Britse debat’. Maar zonder referendum. Daar is een ruime Kamermeerderheid het nu al over eens. Eén keer was genoeg.

    • Mark Kranenburg