Nederland krijgt zijn eigen Britse debat

Zeggen de Britten in een referendum ja of nee tegen de Europese Unie? Met de aankondiging van een referendum voor 2017 zet David Cameron de toekomst van de EU op het spel. Regeringsleiders zijn kritisch over de speech. Maar er is ook begrip.

„Een sterk verhaal”, oordeelt de VVD over de langverwachte Europatoespraak van de Britse premier David Cameron. „Een kil verhaal”, stelt coalitiepartner PvdA daar tegenover. De partij vindt dat premier Rutte er afstand van dient te nemen. Maar beide partijen vinden dat het Verenigd Koninkrijk voor zichzelf geen verdere uitzonderingspositie binnen de Europese Unie kan bedingen. Dus wat is nu het verschil?

In feite bevestigen VVD en PvdA met hun reacties dat het Nederlandse debat over Europa vooral een debat is over de toon. Dat is wat oud-minister van Buitenlandse Zaken, de CDA’er Ben Bot, keer op keer zegt. Maar toon kan uiteindelijk wel tot een wereld van verschil leiden. Of dat gebeurt zal de komende tijd blijken tijdens het Nederlandse Europadebat dat door de toespraak van Cameron ongetwijfeld een nieuwe impuls gaat krijgen.

De vraagtekens die Cameron plaatst bij Europa zijn voor een belangrijk deel ook Nederlandse vraagtekens. Niet voor niets verwees hij naar premier Rutte die eerder pleitte voor een onderzoek naar zaken die nu nog door Brussel worden gedaan, maar beter zouden kunnen worden teruggegeven aan de lidstaten. Dit is geen uitspraak van Rutte, maar een afspraak van VVD en PvdA in het regeerakkoord. Letterlijk staat er: „Nederland vraagt de Europese Commissie te inventariseren, op basis van het beginsel van subsidiariteit, welke beleidsterreinen kunnen worden overgedragen aan nationale overheden en zal zelf ook voorstellen doen.”

Deze passage is op zijn beurt weer een goede samenvatting van wat VVD en PvdA hierover in hun verkiezingsprogramma’s schreven. De VVD pleitte voor het terugdraaien van „overbodige Europese regelgeving” en de PvdA zei dat alleen zaken die „niet net zo goed of beter op nationaal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden geregeld op Europees niveau moeten worden aangepakt”.

Het cruciale verschil met Cameron is dat de Nederlandse regering vindt dat de bevoegdhedendiscussie een gelijke uitkomst voor alle EU-landen moet hebben, terwijl de Britse premier de mogelijkheid openhoudt zaken voor alleen het Verenigd Koninkrijk af te willen spreken als andere landen niet voldoende toegeven aan de Britse verlangens. „Geen Britse Alleingang”, zegt VVD-Kamerlid Verheijen. De PvdA is het met hem eens. En ook Rutte vindt dat de Britten geen zaken voor zichzelf moeten regelen. In die zin heeft hij al afstand genomen van zijn Britse collega.

Maar onder de semantiek speelt een veel fundamenteler debat. Dat gaat over de vraag wat van de EU wordt verwacht. Grof geschetst zien de Britten die vooral als een vrijhandelszone, waar de interne markt met zo min mogelijk obstakels voor bedrijven borg voor staat. Daar staat Rutte, zeker in zijn hoedanigheid van VVD-leider, sympathiek tegenover.

Voor de PvdA is Europa veel meer. Internationale solidariteit is altijd een gegeven in de sociaal-democratische beweging geweest. Het verenigd Europa als waardegemeenschap en met regelgeving op allerlei vlakken is daarvan een uiting. Overigens erkent de PvdA ook dat er grenzen zijn aan wat Europa kan. Dat geldt veel minder voor partijen als D66 en GroenLinks die beide vinden dat er in de globaliserende wereld nog veel meer bevoegdheden naar Brussel moeten.

De voorbije jaren is de spanning tussen de verschillende opvattingen duidelijk voelbaar geweest als bij de aanpak van de eurocrisis weer maatregelen op EU-niveau moesten worden genomen. Die spanning blijft, want er komen nog veel meer maatregelen om de economische politiek van de lidstaten meer af te stemmen.

De discussie zal ook in Nederland een extra lading krijgen nu premier Cameron het debat over de EU zo op scherp heeft gezet. Vooral nu er een ‘wedstrijdelement’ in zit met het door hem beloofde referendum, waarin de Britten zich voor of tegen Europa kunnen uitspreken.

Hoe een dergelijke discussie kan verlopen heeft Nederland in 2005 ervaren toen de bevolking zich per referendum over de Europese Grondwet kon uitspreken. In de aanloop naar het referendum ging de Haagse politiek – in grote meerderheid voor de Grondwet – aanvankelijk uiterst laconiek de discussie met de bevolking aan. Er was een volledige onderschatting van het onderliggende negatieve sentiment met Europa superstaat als metafoor.

Iets dat pijnlijk bleek bij de uitslag: Nederland zei in meerderheid ‘nee’. Het gevolg was wel dat direct daarna een meerderheid van de Nederlandse partijen opeens een stuk kritischer stond tegenover Europa.

Het Nederlandse kabinet was al voordat sprake was Camerons toespraak van plan dit voorjaar een fundamenteel debat met de Tweede Kamer te voeren over de toekomst van Europa. Hierbij moet het vooral gaan over de bevoegdheden van Brussel en die van de lidstaten. Maar ook om de democratische controle.

Kortom Nederland krijgt zijn eigen ‘Britse debat’. En dan is afwachten of de echo’s van het debat in het Verenigd Koninkrijk naar Nederland overwaaien. In elk geval is Geert Wilders van de PVV met zijn uitgesproken anti Europa standpunt er klaar voor. Hij weet dat er bij dit onderwerp ruimte voor hem zit bij het VVD-electoraat. Zijn roep om een referendum net als in het Verenigd Koninkrijk is een eerste stap. Maar hier wil een ruime Kamermeerderheid niet aan. Eén keer was genoeg.

    • Mark Kranenburg