Kerkvorst tegen communisme en de moderniteit

In communistisch Polen moest primaat Józef Glemp laveren. In de jaren daarna ging hij ten aanval tegen abortus en ‘seksuele euforie’.

Józef Glemp

De gisteren overleden Poolse kardinaal Józef Glemp stond in de schaduw van zijn illustere voorganger Stefan Wyszynski. Glemp had het ook moeilijker. Wyszynski had maar één duidelijke vijand: het communisme. Glemp had daarna ook te maken met de puinhopen van die zwart-witte wereld.

Maar Glemps macht bereikte in die jaren wel zijn climax. Hij had veel politieke invloed. De abortuswet, een van de strengste in Europa, stamt uit die tijd. De culturele ontwikkeling kon hij echter niet bijbenen. Hij kon preken, niet luisteren.

Glemp eindigde zijn kerkcarrière zelfs in mineur: met een rel over de benoeming van Stanislaw Wielgus tot aartsbisschop van Warschau. Die bleek onder het communisme als informant te hebben gewerkt. Glemp negeerde de roep tot grote schoonmaak. Hij bleef Wielgus verdedigen, ook toen het Vaticaan de benoeming ongedaan maakte. Het was niet zijn eerste aanvaring met de paus. In 1989 greep Johannes Paulus II in toen Glemp een ruzie met de joodse gemeenschap liet escaleren. Inzet was een nonnenklooster, naast Auschwitz. Een emotionele maar vreedzame demonstratie van joodse activisten voor het klooster werd door Glemp tijdens een kerkdienst veroordeeld. Polen was de joden niets verschuldigd. De joden waren volgens hem verantwoordelijk voor het communisme zowel als voor het alcoholisme onder de boeren in Polen. Glemp zou deze geur van antisemitisme nooit meer kwijtraken.

Door de Tweede Wereldoorlog kwam Józef Glemp, geboren in 1929, laat tot ontplooiing: pas in 1950 ging hij naar het seminarie. Na een studie in Rome was hij van 1967 tot 1979 adviseur van kardinaal Wyszynski die „als een vader was”. Dat Glemp hem in 1981 als primaat van de Poolse kerk opvolgde, was naar verluidt zijn laatste wens.

Glemp was enkele maanden primaat toen op 13 december 1981 het communistische regime een einde maakte aan de vakbond Solidariteit van Lech Walesa. Glemp nam niet openlijk stelling. Als hij al een tik uitdeelde aan het regime, dan volgde ook een tik voor de dissidenten. Zijn houding jegens Solidariteit zou dubbelzinnig blijven. Hij noemde het „een vernedering” voor Polen dat de vakbond was opgerold, maar zei ook dat ze was geïnfiltreerd door „trotskistische elementen” en antiklerikale intellectuelen die communisme én kerk wilden afschaffen.

Na de val van het communisme in 1989 moest Glemp de kerk overeind houden in de sociaal-economische storm die over Polen raasde. Hij koos voor de aanval. De kerk wist niet alleen een strenge abortuswet maar ook de herinvoering van katholiek onderwijs door te drukken. Alleen zo konden de Polen worden beschermd tegen „seksuele euforie” en „erotomanen”, aldus Glemp.

Glemp, de kerkbureaucraat die zich ook na zijn afscheid in 2006 primaat mocht noemen, werd 83 jaar.

    • Stéphane Alonso
    • Gijsbert van Es