Jordaanse koning overleeft – nog

Jordanië hield gisteren verkiezingen. Het nieuwe parlement staat nog dichter bij de koning. Maar meer protest dreigt als hij moet bezuinigen.

Een Jordaanse vrouw brengt in Amman haar stem uit in de parlementsverkiezingen. Foto AP

Hoe precies de zetels verdeeld zijn in het gisteren gekozen Jordaanse parlement is nog niet bekend, maar het doet er ook niet toe. De verkiezingen werden geboycot door de belangrijkste moslimfundamentalistische partij uit protest tegen het kiessysteem en het uitblijven van werkelijke hervormingen. De grenzen van de kiesdistricten zijn zo getrokken dat conservatieve, tribale aanhangers van koning Abdullah buiten de steden meer stem hebben dan de armere, overwegend Palestijnse stadsbewoners. Palestijnen maken meer dan de helft van de Jordaanse bevolking uit.

De boycot door de Partij van Islamitische actie betekent dat het al door conservatieven gedomineerde parlement nog dichter bij de koning zal staan dan zijn voorgangers. Maar met een parlement dat nauwelijks meer is dan een werktuig van het paleis, dreigen straks op straat grote problemen voor de koning wanneer hij op last van het Internationaal Monetair Fonds verdere, pijnlijke bezuinigingen moet doorvoeren. Abdullah heeft de Arabische opstanden overleefd, maar het is niet gezegd dat de situatie niet kan omslaan.

In de eerste maanden van 2011, toen achter elkaar Tunesië, Egypte en Libië ontbrandden, gingen ook in Jordanië betogers de straat op. Maar in tegenstelling tot de Noord-Afrikaanse landen bleven de demonstraties, hier meestal door de fundamentalisten georganiseerd, beperkt tot een paar duizend man. En de betogers eisten wel hervormingen en maatregelen tegen de voortwoekerende corruptie, maar de van elders bekende leus ‘Het volk eist de val van de tiran’ werd niet aangeheven.

Arabische vorsten zijn in de ‘Arabische lente’ schokbestendiger gebleken dan de presidenten. Zij vertegenwoordigen niet maar één partij en een deel van het publiek, zoals Mubarak en Ben Ali, maar staan boven de partijen en claimen althans er voor iedereen te zijn. Dat geeft hun voorlopig meer gezag.

Maar als hervormingen uitblijven radicaliseert de protestbeweging. In Bahrein klinken nu wél oproepen tot omverwerping van de sunnitische monarchie die weigert om concessies te doen aan de protesterende shi’itische meerderheid.

In Bahrein steunen Saoedische troepen en Saoedisch oliegeld koning Hamad. Maar de Golfstaten kunnen niet het veel grotere Jordanië op de been houden, en koning Abdullah zit in een problematischer positie. Jordanië had vorig jaar een begrotingstekort van 3,6 miljard euro en het IMF eist in ruil voor een lening van 2 miljard vergaande bezuinigingen op de staatsuitgaven.

In november gingen in de Jordaanse steden weer woedende betogers de straat op nadat de regering in een eerste serie maatregelen de subsidies op brandstof had verminderd. Maar dit keer waren de protesten gewelddadiger en werden voor het eerst leuzen geroepen tegen de koning zelf. De bezuinigingen raakten met name de armste bevolkingslagen, die ook al het grootste deel van de naar schatting 30 procent werklozen leveren. Dit zijn de groepen waar de fundamentalistische Islamitische Actiepartij populair is.

De regering moet van het IMF nu verdere, gevoelige bezuinigingen doorvoeren: de subsidies op stroom verlagen en het aantal overheidsbanen, waarmee de koning her en der steun koopt, verminderen.

Volgens de cijfers van de Amerikaanse organisatie Freedom House is in 2012 in Jordanië eerder gekozen voor meer repressie dan voor hervormingen. Maar de val van Ben Ali, Mubarak, Gaddafi in Libië en Saleh in Jemen toont aan dat onderdrukking uiteindelijk niet werkt.

    • Carolien Roelants