Hij deed geen enkele moeite om serieus werk te vinden

Mag de gemeente een bijstandstrekker dwingen zijn bedrijf te sluiten omdat echt werk zoeken anders niet mogelijk is?

De Zaak. Een gemeente vindt dat een burger in de bijstand het verkrijgen van betaald werk verhindert. De man zit sinds 1996 in de bijstand en is in 2002 een acupunctuurpraktijk begonnen. De gemeente heeft in 2008 de levensvatbaarheid ervan onderzocht en concludeerde negatief. De man moet zich sindsdien volledig beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt. Zijn praktijk kan daarnaast alleen een ‘bescheiden omvang’ hebben.

Een poging om hem via KPN aan werk te helpen mislukte. Daarop wordt zijn uitkering als straf gedurende vijf maanden helemaal ingetrokken. De gemeente verplicht de man zijn praktijk te sluiten en de website uit de lucht te halen.

Hoe verweert de man zich? Hij vindt dat de gemeente hem tussen 2002 en 2008 de gelegenheid gaf zich tot zelfstandig therapeut te ontwikkelen met behoud van uitkering. En dat hij op dat besluit verder mag bouwen. De gemeente heeft volgens hem ook wettelijk niet de bevoegdheid hem te bevelen zijn bedrijf te sluiten. Dat is een zo ernstige inbreuk op zijn privéleven dat het strijdig is met zijn grondrechten. En hij vindt ook dat hij zich wel voldoende beschikbaar houdt voor de arbeidsmarkt. Hij heeft ook maar weinig klanten.

Is de man wel beschikbaar voor ander werk? Zijn praktijk is de hele week open. Behandelingen duren een half uur. Ook in het weekend werkt hij voor zijn praktijk. Afspraken met het reïntegratiebureau belt hij af. Hij komt er ook te laat en zegt afspraken met eigen klanten belangrijker te vinden. Als hij solliciteert, doet hij dat consequent voor deeltijdbanen. Daarbij zegt hij steeds een deeltijdbaan nodig te hebben om zijn eigen praktijk een kans te geven.

Wat zegt de rechter? Dat de bijstandswet de overheid wel degelijk de macht geeft om burgers te bevelen activiteiten te staken die een beletsel vormen voor inschakeling op de arbeidsmarkt. De praktijk had financieel tot nu toe nog geen positief resultaat. De rechter vindt dat de man pogingen om hem aan betaald werk te krijgen inderdaad „serieus belemmert”. De praktijk had weinig aanloop, maar hij besteedde ook veel tijd aan administratie, adverteren, vakkennis bijhouden en zich voorbereiden op toekomstige klanten.

Hij kan zich ook niet beroepen op gewekt vertrouwen. Instemming of medeweten van de gemeente is niet genoeg. Er moet sprake zijn van uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezeggingen.

Dat de gemeente zijn grondrecht op een ongestoord privéleven schendt, verwerpt de rechter ook. De sluiting staat in redelijke verhouding tot het doel van de wet: uit de bijstand komen. Die bevoegdheid is geregeld in de wet en er wordt proportioneel gebruik van gemaakt.

De bijstand is bovendien een laatste vangnet voor burgers die aan het einde van hun mogelijkheden zijn. Dat geldt niet voor deze man. „Het moet ervoor worden gehouden dat zijn gezondheid geen beletsel vormde om arbeid, ook buiten zijn praktijk, te verrichten.” De man moet zijn praktijk sluiten en zich helemaal richten op betaalde arbeid elders.