Het wonder van Melbourne

Met zeges op twee sterker geachte dubbelaars uit Spanje zorgden Robin Haase en Igor Sijsling voor een onverwacht Nederlands tennissucces.

Robin Haase en Igor Sijsling hadden in de dubbel nog nooit samen een wedstrijd op een grandslamtoernooi gewonnen en nu staan ze opeens in de finale van de Australian Open. Na het laatste punt in de gewonnen halve finale vannacht tegen het als derde geplaatste Spaanse duo Marcel Granollers en Marc Lopez (7-5 en 6-4) galmde de overwinningskreet van Haase door een vrijwel lege Margaret Court Arena. Daarna volgde een knuffel met de meer ingetogen Sijsling.

Zo staan voor het eerst in tien jaar weer Nederlanders in een grandslamfinale. Terwijl Martin Verkerk op Roland Garros in 2003 stuntte met een tweede plek in het enkelspel, verloren Paul Haarhuis en de Rus Jevgeni Kafelnikov in het dubbeltoernooi op het Parijse graveltoernooi dat jaar hun finale van Mike en Bob Bryan. De tweelingbroers uit de VS – geboren dubbelaars en een van de succesvolste koppels ooit – zijn zaterdag ook tegenstanders van het ongeplaatste duo Haase en Sijsling.

Als een Nederlands dubbel een goed resultaat neerzet, gaan de gedachtes automatisch terug naar Paul Haarhuis en Jacco Eltingh. Samen wonnen zij 39 toernooien – en ze voorzien Haase en Sijsling nu van tips. Hun coach was Alex Reijnders. Elkaars sterke en zwakke punten aanvullen, dat is de gouden formule voor een goed dubbel. „Op technisch, tactisch en mentaal gebied”, zegt Reijnders. „Paul was solide, hij haalde altijd een degelijk niveau. De ondergrens van Jacco was lager, maar hij had meer hoge uitschieters en was opportunistischer.”

Haase en Sijsling richten zich op de enkel, de dubbel heeft geen prioriteit. Maar de goede prestaties van Haase en Sijsling in de dubbel kunnen een boost geven aan hun singlecarrière, denkt Reijnders. „Dit heeft mentaal een belangrijk effect. Ze vertrekken hoe dan ook met een goed gevoel uit Australië. En ze maken ook eens de tweede week van een grandslamtoernooi mee.”

De dubbel draagt bij aan het spel in de enkel, zegt Reijnders. „Richard Krajicek, Jan Siemerink en Sjeng Schalken hebben mede zo veel gepresteerd, omdat ze in het begin van hun loopbaan veel in de dubbel speelden.” Want, zegt Reijnders: het spel in de dubbel gaat veel sneller, je moet veel services en returns slaan en je speelt aanvallend tennis. In de opleiding zou de dubbel serieuzer genomen moeten worden.”

De dubbel krijgt internationaal weinig tv-minuten en is niet populair onder het publiek. Ook in Nederland is het geen gewild onderdeel bij de profs. Er is te weinig gedaan met de resultaten van Haarhuis en Eltingh, vindt Reijnders. „Bij de tennisbond is helemaal niks gedaan met onze kennis. Dat is teleurstellend.”

De dubbelresultaten Haase en Sijsling, beiden 25 jaar, waren tot dusver mager. Haase won één keer een toernooi, in 2011 in Marseille met de Brit Ken Skupski. Hun dubbelranking zegt genoeg: Haase staat 152ste, Sijsling 327ste. De finaleplaats van de Nederlanders is een klein tenniswonder in Melbourne.

De twee speelden de afgelopen jaren niet vaak samen, omdat Haase door zijn hogere ranking vaak op andere toernooien uitkwam dan Sijsling. In 2006 wonnen ze een challengertoernooi. Voor de Davis Cup-wedstrijden van Nederland is de Curaçaose dubbelspecialist Jean-Julien Rojer partner van kopman Haase. Non-playing-captain Jan Siemerink heeft al gezegd dat het succes van Haase en Sijsling hieraan niets zal veranderen. Afgelopen september, in de verloren wedstrijd tegen Zwitserland, wonnen Rojer en Haase de dubbelpartij van Stanislas Wawrinka en Roger Federer, de olympisch dubbelkampioenen van 2008.

„Ik heb in de jeugd ook heel vaak met Igor gespeeld, dus we kennen elkaar goed”, zei Haase dinsdag tegen NuSport na de overwinning in de kwartfinale op het Spaanse duo David Marrero en Fernando Verdasco. „Daardoor hoeven we niet aan elkaar te wennen, dat scheelt. Je bent toch wat minder nerveus dan wanneer je met iemand anders speelt.”

    • Steven Versput