Heftig oneens over openingsfilm

Voor het eerst in vijftien jaar opende een Nederlandse film het Rotterdams filmfestival. Het publiek reageerde verdeeld.

Hij pronkte metershoog en zeer robuust boven de ingang van De Doelen in Rotterdam. Acteur Yorick van Wageningen, die gangster Ronnie B. speelt in De wederopstanding van een klootzak, de eerste Nederlandse film sinds 1998 die gisteravond het International Film Festival Rotterdam (IFFR) mocht openen.

Ronnie B. ontwaakt na een mislukte moordaanslag op een Sensation White-feest zonder pantser, als een ‘gepelde garnaal’. En rijdt naar Dokkum in een vage zoektocht naar zijn moordenaar, of naar zichzelf.

Zijn lijfwacht merkt dat zijn baas is veranderd. Niet langer de harde Bruce Willis van Die Hard, maar de zachtere Bruce Willis van The Sixth Sense.

Jammer dat hoofdrolspeler Yorick van Wageningen, een van de lichtpunten in deze openingsfilm, er gisteravond niet bij was. Tijdens de opnames kreeg hij een enorme hekel aan de regisseur, voormalig striptekenaar Guido van Driel. Die afkeer was wederzijds. Kan gebeuren. Niet erg professioneel.

Maar dat hoeft ook niet: De wederopstanding van een klootzak doet mee aan de Tiger Awards, voor debuten en tweede films. En zoals gebruikelijk had ook deze openingsfilm van het IFFR in de rondgang na afloop hartstochtelijke voor- en tegenstanders.

De rode lijn: man en jong waardeerden de film meer dan vrouw en oud. Die hadden moeite met de cartooneske personages en het soms absurde geweld: zo zuigt Ronnie B. op een gegeven moment met een kennelijk zeer krachtige stofzuiger iemands oog uit de kas. Anderen waardeerden de strakke dialogen, het prachtige camerawerk en de fatalistische, magisch-realistische onderstroom die je in Nederlandse films zelden aantreft. Tarantino ontmoet Tarkovski, omschreef regisseur Van Driel het eerder.

Naast Yorick van Wageningen werd ook Halbe Zijlstra gisteravond een beetje gemist in De Doelen. Was de voormalig staatssecretaris van Cultuur de afgelopen jaargangen van het Filmfestival Rotterdam een dankbaar, en stoïcijnse, kop van Jut voor boegeroep en gesis over het barbaarse cultuurbeleid, nu zijn bezuinigingen daadwerkelijk van kracht worden, liet Den Haag het gisteren afweten.

Directeur Rutger Wolfson van het filmestival en zakelijk directeur Janneke Staarink hielden nogal vlakke, economische verhalen over de „toegevoegde waarde van cultuur”.

Staarinks pleidooi richting overheid en zakenleven om de „ouderwetse subsidiëring en sponsoring” te vergeten en op zoek te gaan naar „connecties” en „gemeenschappelijk belang” klonk wat generisch.

Maar dat was dat: nu is het woord aan de films zelf. De komende anderhalve week volgen nog 44 wereldpremières van diverse speelfilms. Het festivalprogramma behelst 255 speelfilms en 334 korte en middellange films uit 60 landen.

Economisch gezien staat het IFFR voor een zeer concrete uitdaging: de vorig jaar zeer dramatische afkalving van het bezoekaantal met eenvijfde – van 341.000 naar 274.000 – een halt toe te roepen.

Het IFFR erkent dat de kaartjes met 11 euro te duur werden. Maar wat is ondernomen om het IFFR weer betaalbaar te maken – de terugkeer van de ‘Tiger Discount’-kortingspas, de mogelijkheid om last-minute-tickets online voor 5,50 euro aan te schaffen – lijkt wat aan de magere kant.

International Film Festival Rotterdam. Diverse bioscopen in Rotterdam. Tot en met zondag 3 februari. Inl: iffr.nl