Grappen op de wc

De vierde show van de Vlaamse cabaretier Wim Helsen gaat vanavond in première. „Ik leg het zieke denken van mensen bloot.”

Nederland, Amsterdam, 22-02-2012 Wim Helsen PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

Redacteur Kunst & Cultuur

Zeg niet tegen Wim Helsen dat hij een absurdist is. Meteen legt hij het arme woord op de snijtafel. „Surdus betekent ‘doof’ in het Latijn. Een argument ad absurdum: je neemt het argument van je tegenstander en je zet het te kijk als doof voor de werkelijkheid. De flauwste kalendermop heeft iets absurds. Er zijn alleen graden van absurdisme.”

De Vlaamse cabaretier zet als geen ander te kijk hoe wij denken en kijken naar elkaar. Met zijn eerste drie programma’s schaarde hij zich onder de meest relevante cabaretiers in de lage landen. In zijn nieuwe, vierde programma Spijtig spijtig spijtig speelt hij een man die in een café naar het toilet gaat en moet wachten omdat de twee urinoirs bezet zijn. Als er nog een andere man binnenkomt en een opmerking tegen hem maakt, ontspoort de gedachtengang van Helsen op briljante wijze en onbedaarlijk grappig.

Hij doet alsof dat ene zinnetje te herleiden is tot al het kwaad in de wereld. Helsen legt de „zieke denkpatronen” van de mens bloot, zegt hij er zelf over. Dat hij ons anderhalf uur bezighoudt en vermaakt zonder die wc-ruimte te verlaten, geeft een gevoel van hogere absurditeit. Maar let op: alles heeft betekenis.

Helsen: „Wat maakt dat bankdirecteuren nooit genoeg hebben? Zij spiegelen zich niet aan de wereld, maar aan hun collega’s. En die ander heeft een zeventiende huis met zwembad en ik nog maar zestien. Het is compleet van de pot gerukt. Maar die denkwijze regeert de wereld en heeft invloed op ons allemaal.”

Wat zijn personage doet, is hetzelfde, zegt hij, net zo destructief. „Op één zinnetje, die ene opmerking van de man die binnenkomt, zó ernstig flippen – dat gebeurt niet in het echt. Maar de redenering die hij vervolgens in zijn gedachten opzet, is alledaags. Absurd, maar alledaags. Zie hoe men economisch denkt, in termen van groei en outsourcement. Dat is debiel.”

Wat wil je laten zien?

„Hoe iemand zichzelf in de weg kan zitten wanneer hij zich beperkt tot zijn eigen perspectief. Dat eigen perspectief is ontstaan uit de nood om te verwijten en te veroordelen en tegelijkertijd komt het voort uit de angst wat er met hem zal gebeuren. Ik ben wielerfan en ik zie het bij Armstrong: zo veel mensen hebben er een mening over. De nood hem te veroordelen is zo groot dat het nooit genoeg zal zijn. Dat staat niet in proportie. Hij heeft mensen beschadigd, hij heeft een schrikbewind uitgeoefend, maar hij heeft nooit politieke macht gehad. Er zijn toestanden in de wereld die om meer lawaai vragen.”

Waar komt onze behoefte om verwijten te maken vandaan?

„Het onbegrip en de vasthoudendheid waarmee we ons daarin vastbijten is niet voorbehouden aan domme lieden van de PVV of aan bittere mensen. Dat zit in ons allemaal. Het is de keerzijde van angst. Hoe groter de angst om erbuiten te vallen, hoe groter de nood om anderen erbuiten te duwen en hoe strenger we zijn voor anderen.”

Waar willen we zo graag bij horen?

„De mythe luidt dat we zelfstandig zijn en verantwoordelijk voor ons eigen geluk. Maar we zijn sociale dieren.”

Wat is het voor man die je speelt?

„Af en toe gloort er iets van bewustzijn door zijn denken, maar dat wordt gelijk terug overgenomen door mechanismen die ingegeven zijn door achterdocht. Mensen willen begrepen worden. Staan tegen elkaar te roepen, maar er is geen openheid om de ander te willen begrijpen als je zelf niet eerst begrepen wordt. Zo simpel is het.”

Jouw personage doet geen poging de ander te begrijpen.

„Nee. En dat is een uitvergroting van wat er misgaat tussen mensen of groepen mensen.”

Er zit ook deels onderdrukte, deels geuite agressie in de man.

„Dat is niet iets van mij. Dat is overal. Die agressie kan fysiek zijn, maar ook in venijnige opmerkinkjes zitten. Elkaar beschuldigen, schofferen, belachelijk maken, processen aandoen. Het gebeurt elke dag. De voorstelling werkt alleen als je de noodzaak voelt van mijn figuur om zijn verhaal te doen. Daar moet gedrevenheid en agressie in zitten.”

Komt dat uit jezelf?

„Ik ben de enige mens die dat niet heeft! Maar als ik agressie zie bij mezelf, dan lost het op. Dat is beter dan boosheid vast te houden.”

Je had de naam driftig te kunnen zijn.

„Had ik die naam? Ik vind mezelf geen driftige figuur, maar als je heel kwaad wordt, is er een steekvlam die je overneemt. Dat is me overkomen. Minder dan vroeger denk ik, maar ik weet niet of anderen dat beamen.”

Sneuvelt er nog weleens iets?

„Het is al efkens geleden dat ik wat kapot heb gestampt. De energie die dan vrijkomt, is wel aanstekelijk en plezant.”

Misschien is het soms nodig?

„Ik denk het. In deze fase is veel in de voorstelling nog onzeker, dus als mijn technicus iets vergeet wat we hebben afgesproken, dan brengt hij mij uit mijn evenwicht. Soms ben ik dan na de voorstelling heel kwaad op hem. En dan sla ik hem ook. Op zijn rug of been, nooit op zijn gezicht.”

Niet op een plek waar de politie het kan zien?

Helsen lacht. „Inderdaad. Maar hij laat het toe. En dan is de boosheid weg. Dat is er wel goed aan. Maar het zou beter zijn als het niet gebeurde.”

Past hierbij dat je het publiek bestraffend toespreekt?

„Als ik wil klagen over hoe jij me behandelt, dan vind ik wel iets. Desnoods lok ik het uit. Iedereen voelt dat mijn verwijt niet steekhoudend is. Het is grappig.”

Wim Helsen: Spijtig Spijtig Spijtig. Première vanavond (Kleine Komedie, A’dam). Tourneedata op wimhelsen.be

    • Ron Rijghard