Geweld

Nog steeds kun je als grotestadsbewoner in Nederland vanuit ‘de provincie’ de bezorgde vraag krijgen: „Is dat nou niet gevaarlijk bij jullie, durf je ’s avonds nog wel in je eentje naar huis?”

Ik leg dan altijd geduldig uit dat ik in de vijftien jaar dat ik in Amsterdam woon, nooit slachtoffer ben geworden van gewelddadigheid. Al die jaren ben ik ook maar zelden getuige geweest van grof geweld – minder dan ik had verwacht voordat ik er ging wonen. Ik zeg dit uiteraard in het volle besef dat ik nog vandaag („Zul je altijd zien!”) vakkundig in elkaar kan worden getremd, want niets onmenselijks is ook Amsterdam vreemd.

In ieder geval lijkt me zo langzamerhand de wedervraag gewettigd: „Hoe veilig is het eigenlijk bij jullie in de provincie?”

Ik las (en zag er soms ook beelden van) over overvallen op afgelegen wonende mensen, op winkeliers en burgers in kleinere steden. Verontrustend zijn ook de op internet circulerende filmpjes waar de afgelopen dagen zoveel over te doen was.

Een man werd op de Vestdijk in Eindhoven afgetuigd door een groepje jonge mannen; als je ziet hoe er vooral op zijn hoofd wordt ingetrapt, is het een wonder dat hij het overleefd heeft. In Hardenberg (ik moest even opzoeken waar het ligt – in Overijssel) werd een nietsvermoedende man op straat knock-out geslagen. En op de Oranjesingel in Nijmegen schoppen twee mannen een weerloos op de grond zittende man aan gort.

Geert Wilders heeft deze gevallen nog niet triomfantelijk geclaimd voor zijn ‘Marokkanenprobleem’, dus mogen we aannemen dat er ook gezonde, blozende Hollandse (in Eindhoven ook Belgische) jongens bij deze geweldpleging betrokken zijn. Net als onlangs in die andere provincieplaats, Haren in Groningen, waar trouwens ook veel jongeren uit de provincie op afkwamen.

Nogmaals, hoe pluis is het in die vroeger zo gemoedelijke en veilige provincie? We weten het niet precies, zoals we op dit gebied zoveel niet weten. Want die filmpjes laten alleen maar zien wat er op de toch al als onveilig aangemerkte plekken gebeurt: uitgaansgebieden, parkeergebieden, bedrijfsterreinen. Wat gebeurt er buiten die gebieden? Hoeveel klappen worden daar straffeloos uitgedeeld, omdat er geen camera’s hangen? Wat doet de politie met mijn aangifte als ik, verward en aangeslagen door wat me net is overkomen, geen enkel signalement kan opgeven?

Het zijn vragen die onwillekeurig bij je opkomen als je naar zo’n filmpje uit Eindhoven kijkt. Die man heeft nog één gelukje gehad: dat de daders traceerbaar zijn geworden, zodat hij ooit de zoete smaak van de vergelding mag proeven. Afgeslacht te worden door naamlozen die de dans ontspringen – het lijkt me nauwelijks te verwerken.

Dat filmpje maakt somber omdat het vertoonde geweld zo raadselachtig bruut is. Een scheldpartij, een klap na een uit de hand gelopen ruzie, dat valt nog te begrijpen. Maar wat vooral die in het wit geklede, forse man op dat filmpje vermoedelijk zonder enige aanleiding doet, het herhaaldelijk zo hard mogelijk trappen tegen iemands hoofd, is weinig anders dan een poging tot moord.

Geweldpleging wordt hier een vorm van vermaak. Wat doen we, jongens, gaan we al naar huis, of pakken we nog een of andere klootzak? Misschien is het wel een homo, dat zou helemaal leuk zijn, die vragen erom. Moeten ze maar niet zo laat op straat zijn, in Eindhoven, in Hardenberg, in Nijmegen en natuurlijk ook in Amsterdam.