Fluwelen doowop

popAaron Neville: My True Story***

Het blijft een mooie tegenstelling: een gespierde reus, behangen met sieraden en tatoeages waarvan het kruis op zijn wang de meest prominente, die zacht schuifelende doo-wopsongs zingt. Tears on My Pillow, zingt Aaron Neville, met die onnavolgbare, breekbare falsetstem, terwijl zijn bandleden harmonisch het koortje vormen van ,,ahoom” en „doo-do-do-doo”.

Zoals veel van zijn muzikale generatiegenoten is ook de in New Orleans geboren soul/gospelzanger Aaron Neville (72) toe aan een terugblik op de muziek uit zijn jeugd. Met een nieuwe platendeal bij Blue Note brengt hij een ode aan het vocale doowop-tijdperk (jaren vijftig), met klassieke songs als Be My Baby, Gypsy Woman en Under the Boardwalk, bekend geworden door groepen als The Drifters, The Jive Five, Curtis Mayfield and The Impressions, The Spaniels, Hank Ballard en The Ronettes.

Al in 1966 klonk de befaamde snikzang van zanger Aaron Neville uit menig Amerikaans transistorradiootje, de zwarte hitparade aanvoerend met de onvergetelijke soulballade Tell It Like It Is. Met zijn broers wist hij de typische New Orleans-sound te verbreden met de door jazzy ‘secondline’-ritmes van straatorkesten en begrafenisoptochtensoul.

My True Story is een warmbloedige en zoetgevooisde trip down memory lane waar het plezier van afspat. Het rafelige rock-‘n’-roll randje dat het project gelukkig wat optilt komt van Rolling Stone, Keith Richards – net als Neville opgegroeid met deze klassiekers – die zowel als co-producer als gitarist genoteerd staat. Daarnaast krijgt ‘The Nev’ de hulp van een reeks topmuzikanten uit Tom Petty’s Heartbreakers, Bob Dylan en Rufus Wainwright.

Neville zingt met zijn kenmerkend fluweel twaalf nummers die de muziekgeschiedenis eren, maar er verder niets meer aan veranderen. Het is diepgevoeld en muzikaal, en het wordt nergens te sentimenteel. Echt feestelijk en zompig opzwepend zijn songs als Little Bitty Pretty One en Work With Me Annie.

Dat een en ander op de Blue Note-cdhoes gevat is in soort jazznostalgie – daar zijn de antieke microfoon en het knappe maatpak weer – is Neville te vergeven.